NL EN
Advisory

Wat als die asset manager met zijn nieuwe Porsche geen erfenis heeft ontvangen?

Drs. Peter Schimmel Drs. Peter Schimmel

Goeie vraag

Lang uitblijvende ontdekking van een fraude kan ons soms verbazen. Als bijvoorbeeld sprake is van toezichthouders, een compliance functie en wettelijk afgedwongen risicobeleid, dan ligt eerdere ontdekking toch voor de hand? Helaas laten we ons zelf graag bedotten.

In financiële dienstverlening gaan mensen om met geld en vergelijkbare waarden. Om verleidingen te voorkomen worden functionarissen die over dergelijke waarden beschikken, zoals de genoemde asset manager, vaak goed betaald. Mensen die goed worden betaald, associëren wij met succes.

Als wij iemand met een dure auto zien, dan gaan we er al snel vanuit dat hij of zij succesvol is. Of wuiven wij het eventuele wantrouwen weg, door te beredeneren dat die dure auto mogelijk het gevolg is van een erfenis of vermogende levenspartner. Dat omdraaien van oorzaak en gevolg is een menselijke zwakte, waarmee systemen, processen en procedures slecht uit de voeten kunnen.

Dat omdraaien, dat doen we ook met de begrippen wantrouwen en vertrouwen. Wij redeneren te vaak vanuit wantrouwen om van daaruit tot vertrouwen te komen. We verzinnen redenen waarom dat wantrouwen niet te rechtvaardigen is, zelfs als we weten dat onze eerste ingeving juist kan zijn. Dit maakt ons kwetsbaar voor fraude en bedrog.

Iemand die iets doet dat het daglicht niet kan velen en daartoe de schijn van rechtmatigheid creëert, schept vertrouwen en misbruikt dat vertrouwen, op een wijze die past in wat wij verwachten en daarom in het systeem, het proces of de procedure niet opvalt. In het Engels wordt zo iemand daarom een ‘con man’ of ‘confidence trickster’ genoemd. Het gaat derhalve niet over wantrouwen, want dat doet zich namelijk helemaal niet voor. Het gaat om vertrouwen. Om meer precies te zijn, misplaatst vertrouwen.

Vertrouwen als uitgangspunt ligt verankerd in ons recht. We kennen de premisse van onschuld tot het tegendeel is bewezen, dus van vertrouwen als uitgangspunt. We mogen er op vertrouwen dat een leverancier ons deugdelijke producten levert. Anderzijds, vertrouwen moet wel ergens op gebaseerd zijn en mag nooit indruisen tegen onze logica of kennis. Iets wat te mooi is om waar te zijn, mag niet vertrouwd worden. De uitzondering die de regel bevestigt, is niet slechts een uitzondering, maar ook een onregelmatigheid die nadere aandacht verdient.

Een erfenis als verklaring voor plotselinge welvaart, op zich bijna altijd een uitzondering, vereist bijvoorbeeld een naaste die recent is gestorven. Alleen al uit medeleven daarom een extra vraag stellen, is dan een goed idee. Maar ook zonder dat medeleven: als vertrouwen het uitgangspunt is en goede trouw een premisse, dan is het ook makkelijker een dergelijke vraag te stellen. Kortom, vertrouwen als leidend beginsel is nog niet zo’n slecht idee, maar bedenk dat het niet vanzelfsprekend is.