NL EN
Tax

Interne prestaties hoofdhuis - vaste inrichting soms BTW belast

Ronald Bergenhenegouwen Ronald Bergenhenegouwen

Doet u transacties tussen een hoofdhuis en een buitenlandse vaste inrichting welke deel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting? Dan is de transactie belast met omzetbelasting. Dit blijkt uit een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de zaak Skandia America.

Huidige situatie

Op basis van het arrest FCE-bank van het Europese Hof van Justitie kunnen transacties tussen hoofdhuis en vaste inrichting in beginsel buiten de heffing van BTW plaatsvinden. Tenslotte is hier sprake van één juridische entiteit en één ondernemer. Volgens de uitspraak in de zaak Skandia America geldt dit echter niet wanneer de vaste inrichting onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting.

De uitspraak

Het Hof is van oordeel dat een fiscale eenheid als één belastingplichtige voor de BTW kwalificeert. Hierdoor is er geen sprake van een verhouding hoofdhuis en vaste inrichting zoals bedoeld in het FCE-bank arrest, maar van een hoofdhuis en de fiscale eenheid als afzonderlijke ondernemer. Onderlinge prestaties zijn hierdoor belast met BTW.

Gevolgen voor de praktijk

De meeste EU-lidstaten negeren momenteel transacties tussen de vaste inrichting en het hoofdhuis, zelfs als de vaste inrichting onderdeel uitmaakt van een fiscale eenheid omzetbelasting. Doordat nu een fiscale eenheid omzetbelasting inclusief de vaste inrichting als een afzonderlijke belastingplichtige wordt aangemerkt, wat op zich al eerder in een arrest van het Europese Hof van Justitie arrest naar voren kwam, worden alle diensten door buitenlandse groepsmaatschappijen belastbaar. Dit is van belang voor bedrijven met een vaste inrichting die is opgenomen in een fiscale eenheid. Met name voor bedrijven in de BTW-vrijgestelde sector (bijvoorbeeld. financiële instellingen).

Voor de Nederlandse praktijk zou je uit deze uitspraak kunnen afleiden dat het eerdere standpunt van de Hoge Raad, dat een buitenlands hoofdhuis samen met zijn in Nederland gevestigde vaste inrichting gezamenlijk onderdeel uitmaken van een Nederlandse fiscale eenheid, niet langer houdbaar is.