NL EN
Actualiteit

Opvolger VAR geeft opdrachtgever grotere verantwoordelijkheid

Mr. Geert de Jong Mr. Geert de Jong

De VAR wordt niet opgevolgd door een 'beschikking geen loonheffingen' (BGL), maar door een systeem waarin de werkverhouding van een zzp’er wordt vastgelegd in modelcontracten. Werken met de modelovereenkomsten biedt opdrachtgevers een geconditioneerde vrijwaring. Werkbaar?

Sinds jaar en dag biedt de Verklaring Arbeidsrelaties (VAR) opdrachtgevers zekerheid over de vraag of zij loonheffingen moeten inhouden op de vergoeding die zij betalen aan zzp’ers. Als gevolg van de aanval die het kabinet heeft geopend op het fenomeen van de schijnzelfstandigheid gaat de VAR echter verdwijnen. Van schijnzelfstandigheid is sprake bij een zelfstandige die formeel (vaak met een VAR) als zelfstandige opereert, maar waarbij materieel sprake is van een dienstbetrekking. Opdrachtgevers houden dan ten onrechte geen loonheffingen in en de zzp’er claimt (onterecht) fiscale ondernemersfaciliteiten in zijn of haar aangifte inkomstenbelasting.

De VAR zou deze praktijken onvoldoende bestrijden en wellicht zelfs faciliteren. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de VAR zou worden vervangen door de beschikking geen loonheffingen (BGL). De BGL is - na veel kritiek vanuit de praktijk en de Kamer - nu echter ook van de baan. Als alternatief heeft staatsecretaris van Financiën Wiebes recent een nieuw voorstel gedaan: de wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (sectorbenadering).

Medeverantwoordelijk

Opdrachtgevers worden medeverantwoordelijk voor de vraag of zelfstandigen hun werkzaamheden uitvoeren conform de tussen hen gesloten overeenkomst. Dit geldt alleen als opdrachtgever en opdrachtnemer gebruik maken van vooraf door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten. Dit systeem lijkt te zijn gebaseerd op modelovereenkomsten in de zorgsector, die recent tot stand kwamen na nauw overleg tussen diverse ministeries en de praktijk. Daarbij speelden enkele van mijn collega's bij Grant Thornton overigens een belangrijke rol.

Als daadwerkelijk volgens de modelovereenkomsten wordt gewerkt, heeft een opdrachtgever de zekerheid dat hij geen loonheffingen hoeft in te houden en te voldoen. Het is de bedoeling dat opdrachtgevers en belangenorganisaties zelf hun 'overeenkomst tot opdracht' ter goedkeuring voorleggen aan de Belastingdienst. Ook voor contracten die niet voor een hele sector moeten gaan gelden, kan goedkeuring vooraf worden gevraagd.

Overigens was ook in het wetsvoorstel BGL voorzien in de medeverantwoordelijkheid voor de opdrachtgever. Verschil met de nieuw voorgestelde systematiek is echter dat de opdrachtgever nu moet gaan toetsten aan de (model)overeenkomst en niet meer aan een beschikking met stellingen over de arbeidsrelatie. De modelovereenkomst kan worden gebruikt voor meerdere zzp’ers. In dit systeem is vooraf duidelijk op welke manier de opdrachtnemer zijn werkzaamheden moet uitvoeren om er zeker van te zijn dat geen sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Dit leidt tot minder administratieve lasten en is daarmee zeker een voordeel te noemen.

Gevrijwaard

Het is goed dat het systeem van de huidige VAR wordt verlaten. Het is ook goed dat de staatssecretaris gehoor heeft gegeven aan de kritiek die bestond op de BGL. Het is begrijpelijk dat de staatssecretaris in het nieuwe systeem een verantwoordelijkheid heeft ingebouwd voor de opdrachtgever. Immers, de opdrachtgever wenst zoveel als mogelijk te worden gevrijwaard van fiscale verplichtingen ten aanzien van de zzp'er. Dit belang en zijn directe betrokkenheid bij de afspraken met betrekking tot de werkzaamheden van de zzp'er maken het logisch dat hij een rol krijgt in het beoordelingsproces.

Het nu beoogde systeem met modelovereenkomsten lijkt goed werkbaar. De praktijk zal moeten uitwijzen in hoeverre een opdrachtgever aan werken met de modelovereenkomsten zekerheid kan ontlenen. De vrijwaring geldt onder de voorwaarde dat daadwerkelijk volgens de overeenkomst wordt gewerkt.

Het behoeft geen betoog dat dit discussiegevoelig kan zijn. In ieder geval zal bij de totstandkoming van de modelcontracten grote zorgvuldigheid betracht moeten worden om deze onzekerheid zo veel mogelijk te beperken.

De verwachting is dat het aangepaste wetsvoorstel zal worden aangenomen. De Belastingdienst is in ieder geval ambitieus: het streven is eind oktober 2015 al zo’n veertig goedgekeurde modellen te hebben gepubliceerd. De staatssecretaris streeft ernaar de sectorbenadering per 1 januari 2016 in te voeren.

Met dank aan Juriaan Sonneveld voor zijn input.

Bron: Accountant.nl