NL EN
Actualiteit

Slim inzetten WKR door werkgevers bij de kosten van pensioenregelingen

De fiscale facilitering van pensioenregelingen versobert de komende jaren. Werkgevers worden hiermee geconfronteerd. De roep om compensatie door werknemers is een te verwachten reactie. De werkgever die zijn personeel toch zoveel mogelijk tegemoet wil komen, doet er verstandig aan om te bekijken welke mogelijkheden de zogenoemde werkkostenregeling (WKR) biedt.

Met ingang van 2015 geldt voor alle werkgevers dat de vergoedingen en verstrekkingen aan personeel onder het regime van de WKR vallen. Kosten die niet als intermediaire kosten, gericht vrijgestelde kosten of niet vallend onder de nihilwaardering, en als eindheffingsloon zijn aangewezen door de werkgever vallen in de WKR-ruimte. Per werkgever zijn deze voor de loonheffingen onbelast indien en voor zover hierbij de grens van 1,5% (vanaf 1 januari 2015: 1,2%) van de fiscale loonsom niet wordt overschreden.

Het meerdere is belast als eindheffingsloon tegen een tarief van 80%. De werkgever is zelf de belastingplichtige inzake dit eindheffingsloon. Het tarief van 80% is een gebruteerd tarief; in termen van gewone belastingtarieven bedraagt de belasting ongeveer 44%.

De vrije ruimte bij het WKR-systeem geeft werkgevers de mogelijkheid om onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan het personeel te geven.

Voorbeeld 1

Werkgever X BV heeft 100 personeelsleden en een enkele fiscale loonsom van € 4.000.000. De vrije ruimte in de WKR bedraagt dan €60.000 (= 1,5% van €4.000.000). Per werknemer is dat dus €600.

Pensioenkosten en de wetswijzigingen 2015

Anno 2015 gaan meerdere wijzigingen in die voor werkgevers ingrijpend kunnen zijn. Met de verlaagde opbouwpercentages moet een verlaging van de pensioenpremies bereikt worden. Werkgevers zien hun loonkosten dus dalen. maar werknemers zullen mogelijk toch om compensatie gaan vragen voor hun versoberde pensioenrechten. Daarnaast is vanuit fiscale optiek de begrenzing van pensioengevend inkomen tot €100.000 de belangrijkste wijziging. Sowieso kunnen alle wetswijzigingen aanleiding zijn om in iets bredere zin te kijken naar de huidige pensioenregeling. Daarbij kan bijvoorbeeld ook bezien worden op welke wijze het nabestaandenpensioen is geregeld.

Hoe kan de WKR slim ingezet worden bij het pensioendossier?

Werkgevers kunnen de vrije ruimte van de WKR, voorziet in onbelaste uitkeringen en/of verstrekkingen, benutten bij het vormgeven van hun pensioenregeling. Aan de hand van twee voorbeelden worden enkele mogelijkheden geschetst.

Voorbeeld 1

Werkgever A heeft veel werknemers met een inkomen dat hoger is dan €100.000. Werkgever A wil deze personeelsleden toch zoveel mogelijk in staat stellen om de opbouw van een goede oudedagsvoorziening te continueren. Om die reden besluit werkgever A de met ingang van 2015 bespaarde pensioenpremies voor het 100.000-excedent aan het betreffende personeel ten goede te laten komen. Deze werknemers kunnen zelf en individueel beslissen om een zogenoemde nettolijfrente aan te kopen.

Werkgever A vergoedt aan deze groep werknemers een deel van hun premie. Hierbij mag werkgever A niet discrimineren. Om die reden betaalt werkgever A aan iedere werknemer uit de 100.000+ -groep een zelfde bedrag per jaar. Werkgever A wijst dit bedrag aan als eindheffingsloon voor de WKR. Daardoor valt deze vergoeding in de vrije ruimte en voor zover de vrije ruimte wordt overschreden, moet de werkgever 80% eindheffing afdragen. Dat lijkt een dure route maar dat is het niet. De 100.000 + -groep kent immers een marginaal belastingtarief dat gelijk is aan het toptarief van 52%.

Indien een werkgever bij het toptarief van 52% gebruteerd een looncomponent vergoedt, is de belastingheffing 108%. Dat is beduidend duurder dan het vergoeden via het WKR-systeem waarbij de belastingdruk maximaal 80% is. Het WKR-systeem helpt op deze manier werkgevers die relatief veer personeel in de 100.000+ -categorie hebben, om de nadelen van de aftopping van het pensioengevend inkomen op €100.000, tegen zo laag mogelijke fiscale kosten te compenseren.

Voorbeeld 2

Werkgever B kent een pensioenregeling waarbij het nabestaandenpensioen op risicobasis wordt gefinancierd. Werkgever B heeft de vrije ruimte van de WKRnog volledig tot zijn beschikking. Werkgever B beëindigt de aanspraken op nabestaandenpensioen (NB: uitsluitend voor inkomens boven een bepaald bedrag, zodat discussies over zorgplicht werkgever worden voorkomen). In ruil daarvoor wijst werkgever B de uitgespaarde pensioenpremies aan als eindheffingsloon in het kader van de WKR. Daarbij bepaalt werkgever B dat iedere werknemer in de groep die met de aanpassing van het nabestaandenpensioen te maken heeft, een vergoeding ontvangt.

Met de vergoeding kan de werknemer zelf de premie voor een losse (excedent-) overlijdensrisicoverzekering betalen. Het personeel van werkgever B kan in overleg met een verzekeraar een onverplicht collectief aanbod overeenkomen ter dekking van die individuele (excedent-)overlijdensrisico's. De vergoeding van werkgever B is leeftijdsafhankelijk. Iedere werknemer kan vervolgens zelf bepalen op welke wijze het (excedent-)overlijdensrisico wordt afgedekt. Daarbij kan de werknemer kiezen om deel te nemen aan het collectieve aanbod maar hij/zij kan ook kiezen om het zelf te regelen met een andere verzekeraar. De vergoeding door werkgever B ten laste van de vrije ruimte in de WKR is onbelast.

De premie die de werknemer voor de overlijdensrisicoverzekering betaalt, is fiscaal niet aftrekbaar. Daar staat tegenover dat de eenmalige uitkering vrij is van inkomstenbelastingheffing en - indien goed georganiseerd - ook vrij kan zijn van erfbelasting. Met behulp van het WKR-regime wordt het risico van zogenoemd vooroverlijden fiscaal niet meer in de sfeer van de (dure) box 1 - met zijn progressieve tarieven - afgewikkeld maar in de veer gunstigere box 3. Voor de partners van kostwinners die er hobby's op nahouden met een hoog risico, zoals bijvoorbeeld pokeren in Slovenie, een geluk bij een ongeluk.

Tot slot

Het WKR-regime in de loonbelasting kan zijn nut bewijzen in de sfeer van het pensioen. De mogelijkheid om belastingvrij vergoedingen en verstrekkingen te doen, biedt op zich een fiscaal aantrekkelijke ruimte. Die ruimte is beperkt tot 1,5 % (vanaf 1 januari 2015: 1,2%) van de loonsom.

Dat is misschien niet veel, maar voor bepaalde onderdelen van een pensioenregeling kan dit al een aardige lastenbesparing bieden. En zelfs bij overschrijding van de vrije ruimte hoeft het WKR-regime niet nadelig te zijn. Het eindheffingstarief van 80% kan bij hoogbetaalde werknemers ook voordeliger blijken. Kortom, het WKR-regime biedt fiscaal aantrekkelijke ruimte. Werkgevers, werknemers en pensioenadviseurs kunnen daar in goed overleg op inspelen. Tijd voor teamwork om gezamenlijk een goed passend resultaat te bereiken!

Bron: Pensioen & Praktijk