NL EN
Actualiteit

Wet Werk en Zekerheid en verplichtstelling van 'StiPP'

Edzo Boven Edzo Boven

Indien uw onderneming werknemers detacheert bij externe opdrachtgevers, kan er sprake zijn van een verplichte aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds voor het uitzendpersoneel (StiPP).

Of uw onderneming eventueel moet aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds (hierna "BPF") volgt uit de afspraken welke in de bedrijfstak tussen werkgeversorganisaties en vakbonden zijn gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in een zogenaamde "verplichtstellingsbeschikking". Deze verplicht-stellingsbeschikking wordt afgegeven door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en beschrijft wanneer StiPP verplicht is voor uw onderneming.

In het geval van uitzenden / detacheren van personeel is deze verplichtstelling aan de orde als voor meer dan de helft van de bruto loonsom werknemers worden gedetacheerd bij opdrachtgevers.

Van detacheren is sprake als de opdrachtgever de feitelijke leiding heeft over de werknemers. Volgens recente rechtspraak dient dit niet alleen te blijken uit hetgeen schriftelijk met de opdrachtgever is overeengekomen, maar ook uit de feitelijke omstandigheden.

Handelsregister

Vanaf 1 juli 2012 dienen werkgevers die werknemers uitlenen op grond van de WAADI (Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Intermediairs) dit verplicht aan te laten tekenen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, op straffe van hoge boetes. Ditzelfde Handelsregister vormt voor StiPP een bron van welke werkgevers al dan niet aangesloten behoren te zijn.

Wet Werk en Zekerheid

Detacheren van werknemers komt vaak voor in de ICT en in technische beroepen, dus veelal "hoogopgeleid personeel". De gedetacheerde werknemers worden dan veelal voor bepaalde projecten "ingehuurd" door de opdrachtgever, al dan niet voor lange termijn.

De Wet Werk en Zekerheid die per 1 juli 2015 in werking is getreden heeft het begrip "uitzenden" nader omschreven als het "bij elkaar brengen van vraag en aanbod". Hierdoor is enige onduidelijkheid ontstaan over de verplichtstelling van StiPP bij het detacheren van met name hoogopgeleide werknemers. Recent heeft de rechter bepaald dat de verplichtstelling van StiPP ook van toepassing is bij het "bij elkaar brengen van vraag en aanbod". De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aangegeven deze opvatting te delen. Hoewel tegen de uitspraak hoger beroep is aangetekend, is de kans groot dat (mede gezien het standpunt van de staatssecretaris) deze procedure door belanghebbende verloren gaat worden.

Conclusie

Naar verwachting brengt de Wet Werk en Zekerheid geen verandering teweeg ten aanzien van de verplichtstelling van StiPP voor gedetacheerde werknemers. De financiële risico’s voor de werkgever die werknemers detacheert, zijn zeer groot. StiPP gaat met de verplichtstelling terug tot 1 januari 2008 en heeft dus niet het beleid om slechts vijf jaar terug te gaan.

Wanneer uw onderneming voor haar personeel (reeds) een (andere/eigen) pensioenregeling heeft bij een verzekeraar en de conclusie volgt dat uw onderneming met terugwerkende kracht moet worden aangesloten bij StiPP, dan ligt een fiscale bovenmatigheid van de pensioenaanspraken op de loer. Dit kan leiden tot een directe belastingheffing van 72% over de volledige pensioenaanspraken (die van StiPP en die bij de verzekeraar zijn opgebouwd).

Als één van de weinige bedrijfstakpensioenfondsen maakt StiPP ook gebruik van de mogelijkheid de bestuurders van de onderneming in privé hoofdelijk aansprakelijk te stellen mocht een vordering op de onderneming niet leiden tot gehele invordering van de premieschuld. Dit geldt ook voor oud-bestuurders voor de periode dat zij bestuurder zijn geweest.

Uiteraard kunnen wij u in bovenstaande problematiek adviseren en nader bijstaan. Neem dan contact op met uw contactpersoon bij Grant Thornton. Of met één van onze pensioenspecialisten.