NL EN
Opinie

“Strakke” spelregels in de strijd om zwart geld

Het fenomeen “zwart sparen” heeft de afgelopen jaren erg veel belangstelling gehad in de fiscale rechtspraak. Er is veel te doen geweest rondom Zwitserse en Luxemburgse bankrekeningen die gevoed zijn met opbrengsten die buiten het zicht van de Nederlandse Belastingdienst verdiend zijn. Niet iedereen die met het verschijnsel geconfronteerd werd was overigens zelf verantwoordelijk voor de bankrekening. Veel rekeningen zijn in het verleden gevoed door erflaters, waardoor niets vermoedende erfgenamen  zo maar in “het spel” van zwart geld zitten. Het lijkt “een spel” waarin burger en Belastingdienst verwikkeld raken; echter, mogelijk, met verstrekkende gevolgen.

Het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden heeft onlangs geoordeeld dat navorderingsaanslagen, opgelegd aan een belastingplichtige met een buitenlandse bankrekening, vernietigd moesten worden omdat de inspecteur weigerde de naam van de tipgever bekend te maken. Nog kwalijker was hier dat de Belastingdienst de namen van “zwartspaarders” gekocht had en dat, kennelijk, het ministerie van Financiën als werkgever van de belastingambtenaren die met het onderzoek naar de zaak belast waren, had verboden mededeling te doen aan de rechter over de identiteit van de tipgever.

Het Gerechtshof maakte hier korte metten mee. Wil de Belastingdienst geen openheid van zaken geven, dan heeft de belastingplichtige niet de mogelijkheid zich adequaat te verdedigen en verdient deze het voordeel van de twijfel. Dat klinkt, in de ogen van een “rechtschapen” belastingplichtige wellicht wat oneerlijk. Immers wie zwart spaart en gesnapt wordt moet op de blaren zitten.

Maar plaats het eens in een andere context. De Belastingdienst meldt zich bij u met de mededeling dat ze een tip hebben gekregen dat u een ton inkomsten heeft verzwegen. U heeft geen idee waar die tip vandaan komt, waar het op gebaseerd is, maar er wordt wel een navorderingsaanslag met (stel) 50 % verhoging opgelegd. Dat kost u 78.000 Euro. Maar de Belastingdienst mag, op last van het ministerie, niet zeggen waar de tip vandaan komt en waar het bedrag vandaan komt. Dat wordt een lastige voor u, als dit zo maar zou kunnen.

Voor het ministerie zal deze zaak nog wel een staartje hebben. De President van het Gerechtshof heeft (erg uitzonderlijk) persoonlijk aangifte gedaan tegen de top van het ministerie van Financiën, omdat het opleggen van de zwijgplicht aan de ambtenaren strafbaar zou zijn. Volkomen terecht. Immers de Belastingdienst is in de rechtszaal procespartij. De rechter bepaalt of er geantwoord moet worden. 
Niet de procespartij die tevens uitvoeringsinstantie is. Dat druist regelrecht in tegen de onafhankelijkheid van de Rechtspraak in Nederland.

Bron: TOM Magazine, februari 2015, nr 1