NL EN
Thema: Geschilbeslechting

Conclusies uit het onderzoek

Drs. Peter Schimmel Drs. Peter Schimmel

Duiding van conclusies door Peter Schimmel

  • Opdrachtgevers kiezen vaak ´uit veiligheid´ voor een grote, bekende marktpartij, zonder de verwachting te hebben dat de kwaliteit van de werkzaamheden beter is. De hoge kosten van forensisch accountants worden altijd benoemd, maar blijken voor de meeste advocaten een beheersbaar probleem.  
  • Forensisch accountants, zowel die van grotere als kleinere kantoren, werken ieder met een eigen methodologie. Ook blijken er forse verschillen te bestaan in aanpak tussen de verschillende forensische accountants. Deze methodologie en aanpak zijn op voorhand niet bekend bij de advocaten.
  • Ondanks de onduidelijkheid over methodologie en aanpak blijkt er redelijke tevredenheid te zijn over de resultaten die forensisch accountants leveren. Tegelijkertijd kunnen advocaten niet goed benoemen wat de norm is om kwaliteit en resultaat te bepalen. Sterker nog, meestal worden geen vastomlijnde afspraken gemaakt over doel en gebruik van de uitkomsten van een onderzoek. Het is daardoor niet duidelijk welke werkzaamheden in welke mate zijn uitgevoerd en of dat volgens enige standaard voldoende is.
  • Betere onderzoeksfasering verdient aanbeveling. Er wordt nagedacht over de inhuur van ‘handjes’ in plaats van ‘een zelfstandig onderzoek’ te laten verrichten. Dit heeft vooral betrekking op forensische IT, waarbij de advocaat zichzelf geen enkele vaardigheid toedicht.
  • Aan de handtekening van een accountant hecht de meerderheid van de advocaten veel waarde. Vaak is dat zelfs een voorwaarde, wat iets positiefs zegt over de status van de accountant. Het tuchtrecht van de accountant wordt ‘hoogwaardig geacht’ en ‘een bijdrage leverend aan het kwaliteitsimago van het beroep’. Uit strategische overwegingen overwegen advocaten geen tuchtklachten. Enkele respondenten hechten meer waarde aan de status van de onderzoeker of vinden dat ‘het onderzoek zelf’ status dient te verschaffen.
  • Een kleine minderheid van de geïnterviewde advocaten meent dat de niet-accountant meer onderzoeksvrijheid heeft en eerder bereid is meer welgevallige bevindingen op te schrijven. Toch stellen bijna alle advocaten dat de onderzoeker - wie hij dan ook moge zijn - nooit ‘zijn oren mag laten hangen’ naar zijn opdrachtgever. Ook een beloning mag nooit afhankelijk zijn van de uitkomst van het onderzoek, tenzij er sprake is van bijvoorbeeld asset tracing.
  • Forensisch onderzoekers kunnen het niet altijd nalaten ongevraagde opinies te geven en zich te beperken tot feitelijke conclusies. Dat geldt voor forensische accountants, maar ook onderzoekers voor toezichtsorganen en de Ondernemingskamer of bestuurders of politici die zonder onderzoekservaring kwesties onderzoeken. Hierdoor oefenen zij ongewenst invloed uit op het geschil zelf. Dit is volgens de respondenten anders, als de onderzoeker vanuit de rol van materiedeskundige expliciet naar zijn mening wordt gevraagd, bijvoorbeeld over de kwaliteit van een onderzoek, jaarverslaggeving of boekhoudplicht.
  • Opmerkelijk is hoe sterk advocaten waarde hechten aan het onder hun aansturing verrichten van onderzoek, met de mogelijkheid verschoningsrecht in te roepen. Slechts enkelen zien daarvan de toegevoegde waarde niet in, omdat de uitkomsten met of zonder hun aansturing gelijk zou moeten zijn. Bovendien vrezen zij voor het effect van het inroepen van verschoning op de perceptie van objectiviteit en de transparantie. Advocaten vinden dat de onderzoekers het punt van verschoning bij hun opdrachtaanvaarding altijd ter sprake moeten brengen en zeker als zij een mogelijkheid van zelfincriminatie door de uiteindelijke cliënte vermoeden.
  • De behoefte van de advocaat om het onderzoek aan te sturen heeft vooral te maken met de behoefte aan beheersing van het onderzoek. Hoewel een deel van de advocaten de ‘soms lange stilte rond bevindingen’ accepteert, is er een grote meerderheid die daar geen genoegen mee wil nemen, mede met het oog op de mogelijkheid van bijsturing van het onderzoek.
  • De behoefte aan beheersing komt ook duidelijk naar voren als het gaat om de rapportering, waarbij sommige advocaten het onderzoeksrapport zelf willen schrijven. Deze betrokkenheid roept voor de accountant vragen op over professionaliteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Kan hij nog wel als accountant of onafhankelijk onderzoeker functioneren?
  • Enkele (grote) advocatenkantoren ontwikkelen eigen onderzoeksactiviteiten of zelfs onderzoek onderdelen. Dit roept veel vragen bij een deel van de advocaten. Hoe is dat te verenigen met de beroepsmatige partijdigheid, de waarborging van de rechten van de onderzochte persoon en de toepasselijkheid van de wettelijke vereisten? De onderzoekende advocaten zelf zien dat probleem niet, hoewel een enkele advocaat deze ontwikkeling als zeer ongewenst ervaart en in strijd met de beroepsmatig partijdige rol van de advocaat.