NL EN
Prinsjesdagspecial belastingplan 2014

Maatregelen voor bedrijven

Deze voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2014 in werking treden, tenzij anders vermeld.

  • Verlaging RDA?
  • Verhoging drempel EIA, MIA en Vamil
  • Investering in asbestsanering
  • Afschaffing integratieheffing
  • Pas op met koop-aannemingsovereenkomsten
  • Geen ovb participatie in beleggingsfonds
  • Onroerendezaakrechtspersonen
  • Afdrachtvermindering onderwijs vervalt
  • S&O-korting verruimd, maar tarief verlaagd
  • Doe zaken met gecertificeerd uitzendbureau

Wilt u weten wat deze nieuwe maatregelen voor uw organisatie betekenen en welke kansen het biedt?

Neem dan direct contact op met onze specialisten voor een gesprek.

Verlaging RDA?

In 2013 mogen ondernemers op hun fiscale winst een aanvullende aftrek toepassen voor kosten en uitgaven anders dan loonkosten die direct zijn toe te rekenen aan Research & Development, de RDA. Het kabinet geeft in de toelichting van het Belastingplan 2014 aan dat zij wil bezuinigen op de RDA. Het Belastingplan 2014 bevat geen exacte percentages/bedragen voor de RDA, maar wie dit jaar de RDA heeft genoten en geen veranderde omstandigheden verwacht in 2014, moet rekening houden met een lagere RDA. Eind 2013 wordt het definitieve RDA-percentage voor 2014 vastgesteld bij ministeriële regeling.

Verhoging drempel EIA, MIA en Vamil

Investeringen met een waarde van minder dan €2500 komen vanaf 1 januari 2014 niet meer in aanmerking voor de energieinvesteringsaftrek (EIA), milieuinvesteringsaftrek (MIA) of willekeurige afschrijving op milieubedrijfsmiddelen (Vamil). Voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) blijft een drempel gelden van €450.

Investering in asbestsanering

Bedrijven die investeren in milieubedrijfsmiddelen kunnen in aanmerking komen voor de milieuinvesteringsaftrek (MIA). Dit is bijvoorbeeld het geval bij het saneren van asbest, al dan niet in combinatie met het plaatsen van zonnepanelen. Investering in woonhuizen of woonschepen zijn echter uitgezonderd van de investeringsaftrek. Het Belastingplan 2014 staat toe dat bedrijfsmatige verhuurders van woonruimte voor bijvoorbeeld het saneren van asbest, al dan niet in combinatie met het plaatsen van zonnepanelen, de MIA mogen toepassen.

Afschaffing integratieheffing

Het Belastingplan 2014 moet het einde betekenen van de integratieheffing. De integratieheffing heeft tot doel het verschil in btw-heffing te neutraliseren tussen een zelf vervaardigd product en een soortgelijk product als dat zou worden gekocht van een andere ondernemer. Met de integratieheffing wordt per saldo alsnog btw geheven over zelf vervaardigde producten, waarover nog geen btw werd gerekend. Met het vervallen van de integratielevering komt een eind aan de heffing van btw over de waarde van zelf vervaardigde goederen als die goederen worden gebruikt voor prestaties waarvoor geen (volledig) recht op aftrek bestaat.

Voorbelasting vanwege integratieheffing
Het kan zijn dat de ondernemer op het moment dat de integratieheffing wordt afgeschaft al voorbelasting op goederen en diensten heeft afgetrokken, omdat hij verwachtte bij de eerste ingebruikname van een zelf vervaardigd goed integratieheffing te moeten betalen. Ondanks de afschaffing van de integratieheffing behoudt de ondernemer het initiële recht op aftrek van de voorbelasting op goederen en diensten die hij heeft gebruikt voor de vervaardiging van een nieuw goed, mits hij dit recht al had vóór de afschaffing van de integratieheffing.

Daarnaast moet men rekening houden met een tweede toetsmoment: het moment waarop de ondernemer de eerder aangeschafte goederen en diensten gaat gebruiken. Als op dat moment de eerdere aftrek op basis van de toenmalige belaste bestemming verschilt met de werkelijke bestemming, vindt een correctie van de eerdere aftrek plaats. Voor de goederen en diensten die zijn aangeschaft op het moment dat de integratielevering nog gold als belaste bestemming, vindt dit tweede toetsmoment uiterlijk plaats op het moment van ingebruikname van het nieuw vervaardigde goed waarvoor de ondernemer de goederen en diensten heeft gebruikt.

Overigens zou de ondernemer ook bij een integratielevering de btw die verschuldigd was vanwege die levering niet kunnen aftrekken voor zover hij het nieuwe goed zou gebruiken voor btw-vrijgestelde prestaties, met belangrijk verschil dat bij het vervallen van de integratieheffing geen financieringsvoordeel meer kan worden gehaald in verband met de tijdelijke teruggaaf van uiteindelijk niet aftrekbare btw.

Let op!
Stel dat een ondernemer zelf een goed vervaardigt dat onder de huidige regeling onder de integratieheffing valt. Deze ondernemer neemt ook na de afschaffing van de integratieheffing goederen en diensten af die hij gebruikt voor de vervaardiging van dat goed. De btw die hij in rekening krijgt gebracht over deze goederen mag hij niet meer aftrekken, voor zover hij het nieuw vervaardigde goed gaat gebruiken voor btw-vrijgestelde prestaties.

Pas op met koop-aannemingsovereenkomsten

Bij de nieuwbouw van woningen wordt vaak gebruik gemaakt van een koopaannemingsovereenkomst. Het voordeel hiervan kan zijn dat over de grond, of het ingrijpend te verbouwen pand, 6% overdrachtsbelasting verschuldigd is, terwijl over de werkelijke (ver)bouwkosten 21% btw is verschuldigd. Voortaan zal over de volledige koopaannemingssom btw zijn verschuldigd.

Tip!
Er is een overgangsregeling in de maak voor lopende bouwprojecten. Hoe die regeling er uit gaat zien weten we nog niet. Via www.grantthornton.nl houden wij u hiervan op de hoogte. 

Geen ovb participatie in beleggingsfonds

Vanaf 1 januari 2014 zal iemand die een participatie verkrijgt in bepaalde fondsen met de economische eigendom van één of meer onroerende zaken in beginsel geen overdrachtsbelasting (ovb) meer hoeven te betalen over deze verkrijging. Het gaat daarbij om rechten van deelneming in beleggingsfondsen of fondsen voor collectieve belegging in effecten. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat het belang minder is dan één derde.

De fiscus kijkt hierbij ook naar het bezit van verbonden personen en lichamen en naar samenhangende transacties. Met deze regeling vervalt op dit punt het onderscheid tussen open en besloten fondsen. Ook van belang is dat het kabinet de relatieve toename van een economische deelgerechtigdheid in de eerder genoemde fondsen hetzelfde wil behandelen als de verkrijging van rechten in zulke fondsen.

Let op!
De verkrijging van certificaten met een direct belang in een onroerende zaak is in beginsel belast met overdrachtsbelasting als de koper met dat certificaatrecht de economische eigendom in die onroerende zaak verkrijgt.

Onroerendezaakrechtspersonen

Nu kunnen aandelen of lidmaatschapsrechten in een lichaam voor de overdrachtsbelasting kwalificeren als onroerende zaken als grofweg gezegd de bezittingen van dat lichaam voor meer dan 50% bestaan uit onroerende zaken. Het kabinet wil dat per 1 januari 2014 alleen aandelen of rechten in rechtspersonen kunnen kwalificeren als onroerende zaken. De term ‘onroerendezaaklichaam’ zal dan ook worden vervangen door ‘onroerendezaakrechtspersoon’. Buitenlandse personenvennootschappen die naar buitenlands recht rechtspersoonlijkheid bezitten, kunnen ook kwalificeren als ‘onroerendezaakrechtspersonen’.

Afdrachtvermindering onderwijs vervalt

Wat al eerder was aangekondigd, wordt in dit wetsvoorstel vastgelegd. Per 1 januari 2014 komt de afdrachtvermindering onderwijs te vervallen. Op dat moment zal een nieuwe subsidieregeling voor leerwerktrajecten van kracht worden.

S&O-korting verruimd, maar tarief verlaagd

Het Belastingplan 2014 verlengt de eerste schijf van de S&O-afdrachtvermindering van €200.000 naar €250.000. Hierdoor is het hoge percentage van de S&O-afdrachtvermindering van toepassing op een groter deel van de S&O-loonkosten. Deze maatregel is vooral gericht op kleinere tot middelgrote bedrijven. Tegenover de schijfverlenging staat een verlaging van het tarief in de eerste schijf van 38% naar 35%.

S&O-afdrachtvermindering 2012-2014
Jaar 2012 2013 2014
Loongrens (€) 110.000 200.000 250.000
Plafond (€) 14 mln 14 mln 14 mln
1e schijf 42% 38% 35%
2e schijf 60% 50% 50%
3e schijf 14% 14% 14%

Ruimere verrekening S&O mogelijk
Er komt een oplossing voor de situaties dat er na afloop van de periode waarop een S&O-verklaring betrekking heeft een nog niet verrekend bedrag aan S&O-afdrachtvermindering is overgebleven. S&O-inhoudingsplichtigen kunnen dit bedrag verrekenen met de loonheffing die in totaal is verschuldigd over alle aangiftetijdvakken die eindigen in het kalenderjaar waarin de periode valt waarop de S&O-verklaring betrekking heeft. Dus zowel met aangiftetijdvakken die al zijn verstreken als met tijdvakken die nog volgen in dat kalenderjaar.

Tip!
Het is straks voor iedere S&O-inhoudingsplichtige mogelijk een S&O-verklaring voor een geheel kalenderjaar aan te vragen.

Doe zaken met gecertificeerd uitzendbureau

Het kabinet stelt in de ‘Wet aanpak fraude toeslagen en fiscaliteit’ voor om nadat het depotstelsel in werking is getreden het voor niet gecertificeerde uitzendondernemingen verplicht te stellen een depot aan te houden bij de ontvanger van de Belastingdienst. Voor uitzendbureaus met het SNA-keurmerk is het aanhouden van zo’n depot vrijwillig. Bovendien krijgt degene die arbeidskrachten inleent van een niet gecertificeerde uitzendonderneming de verplichting om 35% van de factuursom (inclusief btw) te storten op de vrijwaringsrekening van de ontvanger voor het depot van de uitzendonderneming.

Let op!
De boete voor het niet nakomen van de bovenstaande verplichtingen kan oplopen tot € 4920.