NL EN
Prinsjesdagspecial belastingplan 2014

Maatregelen voor privé / financiële planning

Deze voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2014 in werking treden, tenzij anders vermeld.

  • Bevriezing tarieven inkomstenbelasting
  • Schenk tot €100.000 belastingvrij
  • Waardering serviceflats
  • Onderhandse akte voor giftenaftrek
  • Strengere regels APV
  • Meer activiteiten voor fiscale beleggingsinstelling (fbi) mogelijk
  • Multiplier giften een jaar verlengd

Wilt u weten wat deze nieuwe maatregelen voor uw organisatie betekenen en welke kansen het biedt?

Neem dan direct contact op met onze specialisten voor een gesprek.

Bevriezing tarieven inkomstenbelasting

Meestal bevatten de Belastingplannen verhogingen van de tarieven en tariefschijven in de inkomstenbelasting. Zo niet het Belastingplan 2014. Wel verhoogt het kabinet het percentage inkomstenbelasting in de eerste schijf met 0,06. Deze wijziging zal echter pas plaatsvinden per 1 januari 2016.

Tarief inkomstenbelasting / premies volksverzekeringen 2014 voor belastingplichtigen geboren vanaf 1 januari 1946:

Tarief inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen 2014
  Bel. ink. meer dan (€) maar niet meer dan (€) Tarief 2014 (%)
1e schijf - 19.645 37
2e schijf 19.645 33.363 42
3e schijf 33.363 55.991 42
4e schijf 55.991 - 52

Hierbij geldt als uitgangspunt dat de premies volksverzekeringen niet wijzigen.

Schenk tot € 100.000 belastingvrij

De eenmalige verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor kinderen tussen 18 en 40 jaar die een schenking ontvangen van hun ouders in verband met de eigen woning wordt op een aantal punten versoepeld. Zo wordt de hoogte van de vrijstelling per 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 verhoogd van €51.407 naar maximaal €100.000.

Ook de groep schenkers wordt tijdelijk uitgebreid. De vrijstelling is straks ook van toepassing als men een schenking ontvangt van iemand anders dan een ouder (zoals andere familieleden of derden). De leeftijdseis (18-40 jaar) vervalt. Vanaf 1 oktober is het voor onbepaalde tijd ook toegestaan de schenking te gebruiken voor de aflossing van een restschuld voor de eigen woning.

Let op!
De schenking moet verband houden met de eigen woning. Denk hierbij aan de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning dan wel voor de aflossing van de eigenwoningschuld.

Waardering serviceflats

De WOZ-waarde van een serviceflat kan hoog uitvallen vanwege diensten zoals maaltijden of kappersservice die niets te maken hebben met de woning zelf. Erfgenamen kunnen dan worden aangeslagen voor een veel hoger bedrag dan ze hebben geërfd. Daarom is vanaf 1 januari 2014 in de wet opgenomen dat voor een serviceflat de waarde in het economische verkeer (WEV) in aanmerking wordt genomen als die waarde als gevolg van een persoonlijke verplichting tot betaling van servicekosten in belangrijke mate afwijkt van de WOZ-waarde.

Tip!
Voor de aangifte erfbelasting hoeft niet van de WOZ waarde te worden uitgegaan, maar mag de lagere waarde economisch verkeer worden gebruikt.

Onderhandse akte voor giftenaftrek

Om in aanmerking te komen voor de aftrek van periodieke giften aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI) geldt in bepaalde gevallen dat de giften moeten berusten op een overeenkomst die is vastgelegd in een notariële akte. Dit geldt bijvoorbeeld voor de ANBI’s of verenigingen met minstens 25 leden. Als het aan het kabinet ligt, hoeft men periodieke giften niet meer notarieel vast te leggen. Volstaan kan worden met een onderhandse akte. Dit biedt de betrokken partijen meer flexibiliteit, zorgt voor een besparing op notariskosten en vermindert de administratieve lasten.

Tip!
Bespaar kosten door de gift niet meer in een notariële akte vast te leggen. Stel wel een schenkingsovereenkomst op!

Strengere regels APV

Het kabinet meent dat harder moet worden opgetreden als het gaat om constructies met Afgezonderd Particulier Vermogen (APV’s). Denk hierbij aan trusts, stichtingen en andere (buitenlandse) doelvermogens waarin door schenking of andersoortige vervreemding vermogensbestanddelen worden afgezonderd van erfgenamen of van andere begunstigden.

Als hoofdregel geldt dat bezittingen en schulden en opbrengsten en uitgaven van een APV fiscaal worden toegerekend aan de inbrenger van de vermogensbestanddelen. Om dubbele belastingheffing te voorkomen, maakt de wet een uitzondering op deze toerekeningsregel. De toerekening van de vermogensbestanddelen aan de inbrenger blijft namelijk achterwege (toerekeningsstop) als sprake is van een reële heffing van het APV. Nu blijkt dat dit APV-regime wordt gebruikt om te ontkomen aan de box 2-heffing (aanmerkelijk belang) en om de renteaftrekbeperking tegen winstdrainage in de vennootschapsbelasting te omzeilen.

Om de heffing over de aanmerkelijkbelangclaims te waarborgen, wil het kabinet in de Wet inkomstenbelasting opnemen dat het niet langer toerekenen van tot een APV behorende aandelen of winstbewijzen aan de belastingplichtige leidt tot een belaste (fictieve) vervreemding van deze in het APV aanwezige aandelen of winstbewijzen. Het doet er dus niet toe of de belastingplichtige (voormalig) aanmerkelijkbelanghouder daarnaast nog een aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld preferente aandelen) blijft behouden in de desbetreffende vennootschap. Een ander voorstel is het uitsluiten van de doorwerking van de toerekeningsstop bij de renteaftrekbeperking gericht tegen winstdrainage.

Let op!
Om geconstrueerde verliesneming in dit verband tegen te houden geldt de volgende voorwaarde voor het in aanmerking nemen van vervreemdingsverliezen. Het vervreemdingsverlies mag pas in aanmerking worden genomen als het APV de desbetreffende aandelen of winstbewijzen heeft vervreemd aan een derde of bij overlijden van de voormalige aanmerkelijkbelanghouder, doch uiterlijk na tien jaar na de vervreemding.

Meer activiteiten voor fiscale beleggingsinstelling (fbi) mogelijk

Beleggingsinstellingen kunnen in aanmerking komen voor de toepassing van een 0%-tarief in de vennootschapsbelasting. Een belangrijke voorwaarde is dat het doel en de feitelijke werkzaamheid van de beleggingsinstelling bestaan uit het beleggen van vermogen. In het wetsvoorstel ‘Overige fiscale maatregelen 2014’ wordt het mogelijk gemaakt dat vastgoedbeleggingsinstellingen bijkomstige activiteiten kunnen aanbieden. Denk hierbij aan het verzorgen van bepaalde facilitaire diensten voor huurders zoals schoonmaakdiensten of het verzorgen van de catering, receptie of vergaderservice. De fiscale beleggingsinstelling mag dit soort werkzaamheden voortaan onderbrengen in een normaal belastingplichtige dochtervennootschap en toch de fbi-status houden.

Multiplier giften een jaar verlengd

In de IB en Vpb geldt een multiplier voor giften aan culturele instellingen. Deze multiplier houdt in dat het bedrag van de giften voor de bepaling van de aftrek wordt verhoogd met 25% respectievelijk 50%, maar ten hoogste met €1250 respectievelijk €2500. De wettelijke looptijd van deze regeling wordt met een jaar verlengd en loopt nu door tot en met 2017.