NL EN
Prinsjesdagspecial belastingplan 2015

Maatregelen voor financiële planning

De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2015 in werking treden, tenzij anders vermeld.

  • Rente op restschuld 15 jaar aftrekbaar
  • Maximaal 3 jaar dubbele renteaftrek blijft mogelijk
  • Aanpassing ouderentoeslag box 3 en ouderenkorting (heffingskorting)
  • Einde (keuze)regeling buitenlandse belastingplichtigen
  • Invoering nettopensioen en nettolijfrente
  • Overzicht heffingskortingen 2015

Mocht u naar aanleiding van deze special nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met één van onze specialisten.

Rente op restschuld 15 jaar aftrekbaar

Door de prijsdalingen op de huizenmarkt staan momenteel veel huizen ‘onder water’. Dat wil zeggen dat bij verkoop huizenbezitters momenteel een restschuld houden omdat de verkoopprijs van hun woning lager is dan het bedrag waarover de hypotheekrente mag worden afgetrokken (dus de eigenwoningschuld). Het kabinet heeft daarom besloten om de maximale periode voor aftrek van rente en kosten op restschulden met ingang van 1 januari 2015 te verlengen van 10 jaar naar 15 jaar. Deze maatregel leidt volgens het kabinet tot een vermindering van de maandelijkse lasten voor het ‘oude’ huis en maakt aankoop van een ander huis beter mogelijk.

Maximaal 3 jaar dubbele renteaftrek blijft mogelijk

Wie een nieuwe eigen woning heeft gekocht maar tegelijkertijd nog een oude woning heeft, kan onder voorwaarden zowel de hypotheekrente over de nieuwe woning als de oude woning aftrekken. Het moet dan gaan om een leegstaande voormalige eigen woning die te koop staat of en leegstaande toekomstige eigen woning. Er geldt een tijdelijk regeling die ervoor zorgt dat maximaal 3 jaar (in plaats van 2) dubbele renteaftrek mogelijk is. Deze regeling zou op 1 januari 2015 eindigen, maar is nu structureel gemaakt.

Tip!
Na de beëindiging van de verhuur van de voormalig eigen woning is de hypotheekrente weer aftrekbaar tot maximaal 3 jaar nadat u de woning hebt verlaten. Ook deze tijdelijke maatregel wordt per 1 januari 2015 structureel gemaakt.

Aanpassing ouderentoeslag box 3 en ouderenkorting (heffingskorting)

Oudere belastingplichtigen kunnen alleen in 2015 nog profiteren van de ouderentoeslag in box 3 van de inkomstenbelasting. De ouderentoeslag is een verhoging van maximaal 27.984 euro van het heffingsvrije vermogen. Per 1 januari 2016 wordt deze toeslag afgeschaft. Dat is nog niet alles. Naast de afschaffing van de ouderentoeslag wordt de ouderenkorting voor oudere belastingplichtigen met een inkomen tot 36.200 euro verlaagd met 83 euro. Voor inkomens boven die grens zal de korting in 2016 70 euro bedragen.

Tip!
De ouderentoeslag geldt alleen voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt op 31 december van het jaar van aangifte of bij het einde van de belastingplicht.

Einde (keuze)regeling buitenlandse belastingplichtigen

Tot 1 januari 2015 kon een buitenlandse belastingplichtige kiezen om voor de inkomstenbelasting te worden behandeld als binnenlandse belastingplichtige. Vanaf 1 januari 2015 is er geen keuze meer: iemand kwalificeert wel of niet als buitenlandse belastingplichtige voor de inkomstenbelasting. Kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen zijn in ieder geval inwoners van EU-lidstaten, de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland of de BES-eilanden die 90% of meer van hun inkomen in Nederland verdienen. Als iemand niet het gehele jaar als binnenlandse belastingplichtige kwalificeert, zou hij geen heffingskorting krijgen in dat jaar. Om dit te voorkomen worden de regels aangepast. De heffingskorting zal voortaan tijdsevenredig worden toegekend voor de periode waarin de belastingplichtige binnenlandse of kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is.

Tip!
De tijdsevenredige heffingskorting vraagt ook om een aanpassing van de systemen van de Belastingdienst. Hiervoor is minimaal een jaar nodig. Daarom wordt in 2015 bij wijze van overgang de gehele heffingskorting toegekend aan personen die slechts een deel van het jaar binnenlandse of kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen zijn.

Invoering nettopensioen en nettolijfrente

Vanaf 1 januari 2015 is het niet meer mogelijk om pensioen op te bouwen over loon boven de  100.000 euro. Wel mogen werknemers en zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) uit hun netto-inkomen zelfstandig bijsparen voor hun oudedagsvoorziening via een nettopensioen of nettolijfrente. De inleg is dan niet aftrekbaar en de uitkering is onbelast. Aangezien het gespaarde bedrag in box 3 valt, kan men een beroep doen op een vrijstelling in deze box.

Voorwaarden voor afkoop nettolijfrente
Het wordt mogelijk zo’n nettolijfrente eerder op te nemen, bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid. In het Belastingplan is opgenomen dat in dit geval van (gedeeltelijke) afkoop van de nettolijfrente alsnog een bedrag in box 3 in aanmerking moet worden genomen. Dit bedrag is een forfaitaire benadering van het genoten box 3-voordeel. Hierbij geldt wel een tegenbewijsregeling om te voorkomen dat deze forfaitaire benadering onevenredig ruw uitwerkt.

Tip!
Er komt ook een afzonderlijke vrijstelling in box 3 voor nettopensioenen. Daarbij is zo veel mogelijk aangesloten bij de regels van de Wet op de loonbelasting voor beschikbare premieregelingen.

Overzicht heffingskortingen 2015

Heffingskortingen2014 (€)2015 (€)
Algemene heffingskorting maximaal < AOW-leeftijd 2103 2203
Algemene heffingskorting maximaal > AOW-leeftijd 1065 1123
Afbouwpercentage algemene heffingskorting 2% 2,32%
Algemene heffingskorting minimaal < AOW-leeftijd 1366 1342
Algemene heffingskorting minimaal < AOW-leeftijd 692 686
Arbeidskorting max. 2097 2220
Afbouwpercentage arbeidskorting 4% 4%
Arbeidskorting min. 367 184
Werkbonus max. 1119 1119
Inkomensafhankelijke combinatiekorting max. 2133 2152
Alleenstaande ouderkorting max. 2266 Vervallen
Jonggehandicaptenkorting 708 715
Ouderenkorting 1032 / 150 1042 / 152
Alleenstaande ouderenkorting 429 433
Korting groene beleggingen maximum 395 399