Legal

Arbeidsrechtelijke bedreiging voor pre-pack praktijk en WCO I?

Steven Fierst van Wijnandsbergen Steven Fierst van Wijnandsbergen

Loopt uw onderneming het risico failliet te gaan? Dan kan u gebruikmaken van de 'pre-pack methode'. Op verzoek van het bestuur van de onderneming wijst de rechtbank in dat geval, bij een verwachte faillietverklaring, van tevoren een curator aan. De Wet continuïteit ondernemingen I biedt mogelijk een wettelijke grondslag aan de pre-pack methode. Wat betekent dit voor u?

Pre-pack

Al enkele jaren passen acht van de elf rechtbanken in Nederland de pre-pack methode toe. De bedoeling is dat het bestuur hiermee de gelegenheid krijgt om het faillissement in relatieve rust - onder het toeziend oog van de beoogd curator - voor te bereiden op een doorstart van bedrijfsonderdelen, kort na de faillietverklaring. Daardoor behoudt de onderneming mogelijk meer werkgelegenheid en wordt mogelijk een hogere boedelopbrengst ten gunste van de schuldeisers gerealiseerd dan in een 'gewoon' faillissement.

De zogenaamde pre-pack volgt echter nog niet uit Nederlandse wetgeving. Het wetsvoorstel 'Wet continuïteit ondernemingen I' (WCO I) beoogt nu een wettelijke grondslag aan de pre-pack methode te bieden. Het wetsvoorstel WCO I is op 21 juni 2016 aangenomen door de Tweede Kamer en is momenteel in behandeling bij de Eerste Kamer.

Richtlijn 2001/23/EG bij overname onderneming

Omdat de pre-pack methode nu nog niet is verankerd in de wet, bestaat nog veel onduidelijkheid over onder meer de arbeidsrechtelijke gevolgen. Bijvoorbeeld in verband met de richtlijn 2001/23/EG inzake de overgang van ondernemingen. Deze richtlijn regelt dat bij de overname van een onderneming werknemers, onder dezelfde arbeidsvoorwaarden, in dienst kunnen treden bij de verkrijger van de onderneming. De richtlijn en dus de bescherming van werknemers is niet van toepassing als er sprake is van een faillissement.

Prejudiciële vragen Estro-zaak

In de rechtszaak tegen Estro, die door de vakbonden in 2014 is gestart naar aanleiding van de middels pre-pack voorbereide doorstart van kinderopvangorganisatie Estro, heeft de rechtbank Midden-Nederland prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De vakbonden stellen in deze zaak dat de doorstart in strijd is met (het doel van) Richtlijn 2001/23/EG en de uit die richtlijn voorvloeiende implementatiewetgeving.

De rechtbank wenst met de prejudiciële vragen in essentie te vernemen of de uitsluitingsregel van de richtlijn ook geldt wanneer:

  1. voorafgaand aan een faillissement de huidige pre-pack praktijk is toegepast, en
  2. in verband daarmee voor het faillissement gesprekken zijn gevoerd met potentiële kopers over een mogelijke overdracht van bedrijfsonderdelen.

De huidige pre-pack praktijk en de WCO I kunnen een groot deel van hun aantrekkingskracht verliezen. Dit is het gevolg mocht het Hof van Justitie van de Europese Unie oordelen dat bij een met een pre-pack voorbereide doorstart na een faillissement de uitsluitingsregel van de richtlijn niet van toepassing is en de doorstart dus in strijd met de richtlijn is. De doorstartende partij kan dan immers niet meer vrij kiezen welke werknemers zij overneemt en dient de bestaande arbeidsvoorwaarden van de werknemers te respecteren. Het wachten is dus op de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Wilt u meer weten over ontwikkelingen in het insolventierecht? Neem dan contact op met onze bedrijfsjuridisch adviseurs.