Healthcare

Btw vrijstelling verzorging en verpleging verruimd

De Wet op de omzetbelasting 1968 kent een vrijstelling voor het verzorgen en het verplegen van in een inrichting opgenomen personen.

Deze vrijstelling geldt ook voor met de zorgdiensten samenhangende handelingen zoals het verstrekken van spijzen, dranken en verbandmiddelen aan deze personen. Voorwaarde voor toepassing van de vrijstelling is dat met de prestaties geen winst beoogd wordt. Commerciële instellingen mogen op basis van een besluit van de staatssecretaris echter ook gebruik maken van de vrijstelling, maar uitsluitend voor verzorging en verpleging.

Eerder is in een belastingplan aangekondigd dat de voorwaarde dat geen winst beoogd mag worden, komt te vervallen. Deze wijziging hangt samen met de inwerkingtreding van de ‘Wet vergroten investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg’. In die wet is geregeld dat bepaalde aanbieders van medisch-specialistische zorg winst mogen beogen. Het idee hierachter is investeringsmogelijkheden in aanbieders van medische zorg te vergroten. Dit is noodzakelijk omdat banken nu minder snel vreemd kapitaal verstrekken. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen op 1 juli 2014. De Eerste Kamer heeft de plenaire behandeling echter aangehouden op verzoek van de minister van VWS, in afwachting van een advies van de Raad van State. Het verbod op het maken van winst blijft overigens van kracht voor intramurale WLZ-zorg en voor academische ziekenhuizen.

Op het moment dat ‘Wet vergroten investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg’ in werking treedt en de uitvoerende instelling winst beoogt, zal de btw vrijstelling dus mede van toepassing zijn op de met verzorging en verpleging samenhangende diensten.