Tax

Btw-vrijstelling voor watersportorganisaties niet juist

Het Hof van Justitie Europese Unie (HvJ EU) oordeelt, in de inbreukprocedure die de Europese Commissie (EC) heeft aangespannen tegen Nederland in de zaak C-22/15, dat de btw-vrijstelling voor watersportorganisaties in Nederland niet juist wordt toegepast.

Watersportorganisaties zonder winstoogmerk maken in Nederland gebruik van de sportvrijstelling voor werkzaamheden aan vaartuigen van hun leden en de terbeschikkingstelling van lig- en bergplaatsen. De vrijstelling is van toepassing als de watersportorganisatie uitsluitend met vrijwilligers werkt die zich specifiek met die werkzaamheden bezig houden. Deze bepaling is in de Wet OB opgenomen om concurrentie tegen te gaan met commerciële ondernemingen.

Btw-vrijstelling zowel te ruim als te beperkt

De terbeschikkingstelling van lig- en bergplaatsen moet beperkt blijven tot vaartuigen die, objectief gezien, geschikt zijn voor de beoefening van sport. Grote jachten of andere vormen van recreatief gebruik vallen daar niet onder. Nederland maakt dat onderscheid tot dusver niet.

De eis dat slechts met vrijwilligers mag worden gewerkt is een beperking die geen steun vindt in de btw-richtlijn. De vrijstelling is bovendien van toepassing op niet-leden. Dit is eerder door het HvJ EU beslist in het arrest Bridport and West Dorset Golf Club.

Gevolgen voor de praktijk

Nederland moet de sportvijstelling in overeenstemming brengen met het oordeel van de Europese rechter. Watersportorganisaties moeten een splitsing aanbrengen in vrijgestelde sportbeoefening en belast recreatief gebruik.

Hebt u vragen over de toepassing van de btw-vrijstelling in uw specifieke situatie? Neemt u dan contact op met één van onze btw-specialisten.