Advisory

Hoe weerleg ik met succes een rapport van feitelijke bevindingen?

Drs. Peter Schimmel Drs. Peter Schimmel

U zou het wel denken, maar feiten geven niet altijd de waarheid weer. Feiten zijn bouwstenen die in een bepaalde context een waarheid opleveren.

Stel, een ambtenaar heeft een aannemer informatie verschaft, op basis waarvan de aannemer de gunstigste aanbieding kon doen in een aanbestedingstraject. Vervolgens komt er een onderzoeksrapport, dat een omkoping schetst, waarbij de aannemer de kosten heeft genomen voor verstrekkingen aan de ambtenaar. Maar wellicht ging het anders en is sprake van afdreiging: de ambtenaar wist dat de aannemerij het water aan de lippen stond, verlangde twee seizoenkaarten voor zijn favoriete voetbalclub en de aanbouw van een erker, omdat hij anders de voorgenomen legitieme aanbieding van de aannemer ongeldig zou laten verklaren.

Degelijke situaties komen niet uitsluitend in het strafrecht voor, maar spelen ook bij een vermeende contractbreuk, een onbegrepen investeringsproject of een andere uitleg van de oorzaak van een faillissement. In al deze gevallen gebeurt de beoordeling op basis van wat waar wordt geacht naar aanleiding van vastgestelde feiten. Om te voorkomen dat over de waarheid veel discussie ontstaat, wordt vaak gezocht naar een onderzoeker van naam en faam, 'want dan zal het wel snor zitten'. Maar de onderzoeker maakt niet de waarheid, dat maken de feiten, afhankelijk van hun rangschikking bij reconstructie. Het is daarom in voorkomende gevallen verstandig een rapport van feitelijke bevindingen nader tegen het licht te houden.

Als u wordt geconfronteerd met een rapport van feitelijke bevindingen, waar uw cliënt het niet mee eens is, laat hem dan uitleggen waarom hij het er niet mee eens is. Vaak zult u ontdekken dat dezelfde feiten zich lenen voor een andere uitleg van de gebeurtenissen. Leg hem voor dat het wellicht mogelijk is een contra-expertise te laten uitvoeren op de gepresenteerde waarheid. Vraag hem dan naar zijn zekerheid dat daar echt iets anders uit zal komen, dan de weergave in het rapport waarmee hij het zo oneens is.

De eerste stap van de contra-onderzoeker zal zijn het door uw cliënt laten schetsen van een hypothese of scenario, waarin de vaststaande feiten ook zouden passen. Die hypothese wordt in eerste instantie gewogen op logica, waarna die vervolgens zal worden getoetst op waarheid. Vervolgens zoekt de onderzoeker naast de al vaststaande feiten, naar inzichten, aanvullende feiten en context, op basis waarvan de hypothese waar of niet waar kan worden geacht. Vaak kan één aanvullend feit een zaak keren en daarmee de zaak recht doen.

Het gaat bij waarheidsvinding om de volledigheid, de coherentie en de context van de feiten. Omdat feiten waar zijn, wil dat niet zeggen dat die feiten de waarheid representeren. Kortom, als uw cliënt overtuigd is van een andere waarheid, op basis van al vaststaande feiten, aarzel dan niet eens te overleggen met een goede onderzoeker over een second-opinion.

Actualiteiten