Legal

Moeder na 403-verklaring aansprakelijk na schikken dochter

Steven Fierst van Wijnandsbergen Steven Fierst van Wijnandsbergen

Een ‘403-verklaring’ bevrijdt de moedervennootschap niet zonder meer van aansprakelijkheid indien de dochtervennootschap een schikking treft. Dat oordeelde de Hoge Raad op 3 april 2015.

Aansprakelijkheidsverklaring ex artikel 2:403 BW

Een 403-verklaring, hoe zat het ook al weer?

Om te voorkomen dat concurrenten direct zicht hebben op de financiële positie van een dochtervennootschap, wordt in de praktijk wel gebruik gemaakt van de 403-verklaring, die door de moedervennootschap wordt afgegeven. In dat geval worden de financiële gegevens van de dochtervennootschap geconsolideerd in de jaarrekening van de moedervennootschap en hoeft de dochtervennootschap, waarvoor de 403-verklaring is afgeven, geen jaarrekening te publiceren.

Omdat (potentiële) schuldeisers van de van publicatie vrijgestelde dochtervennootschap hierdoor slechts beperkt zicht hebben op de financiële positie van hun (potentiele) schuldenaar, stelt artikel 2:403 BW onder meer de voorwaarde, dat de moedervennootschap schriftelijk dient te verklaren zich hoofdelijk aansprakelijk te stellen voor de uit rechtshandelingen van de vrijgestelde dochtervennootschap voortvloeiende schulden. Schuldeisers van de dochtervennootschap kunnen in dat geval hun vorderingen dus rechtstreeks op de moedervennootschap verhalen. Dat dit ongewenste gevolgen kan hebben, werd onlangs weer eens door een arrest van de Hoge Raad bevestigd.

Arrest Hoge Raad van 3 april 2015 (ECLI:NL:HR:2015:837)

In de zaak van het arrest van 3 april 2015 had de moedervennootschap ten aanzien van haar dochtervennootschap een 403-verklaring afgegeven en zich dus hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor schulden uit rechtshandelingen van de dochtervennootschap. De dochtervennootschap ging op enig moment een overeenkomst aan die zij niet kon nakomen, waarna de wederpartij de overeenkomst ontbond en het reeds door haar betaalde gedeelte van de koopprijs bij de dochtervennootschap en de moedervennootschap terugvorderde. De wederpartij komt uiteindelijk met de curator van de inmiddels gefailleerde dochtervennootschap tot een schikking en partijen verlenen elkaar na betaling door de dochtervennootschap finale kwijting voor de schuld. Klaar, denkt de moedervennootschap.

Niet klaar, oordeelt de Hoge Raad. Het hoogte college stelt dat een schikking die een dochtervennootschap heeft getroffen met een schuldeiser, niet geldt voor de moedervennootschap. Uit hoofde van de afgegeven hoofdelijke aansprakelijkheidsverklaring, heeft de schuldeiser een zelfstandige vordering op de moedervennootschap. Een schikking tussen de dochtervennootschap en de schuldeiser brengt niet met zich mee dat de schuldeiser afstand heeft gedaan van haar zelfstandige vorderingsrecht jegens de moedervennootschap. De vordering op de moedervennootschap wordt slechts verminderd met het bedrag van de schikking. De schuldeiser kan voor het restant van zijn vordering dus alsnog de moedervennootschap aanspreken en aldus geschiedde.

Conclusie

Een schikking tussen een schuldeiser en een dochtervennootschap voorkomt niet altijd, dat de schuldeiser voor het restant van zijn oorspronkelijke vordering met succes bij de moedervennootschap aanklopt. Wees dus ook hiervan bewust, als er voor een of meerdere groepsvennootschappen een 403-verklaring wordt (of is) afgegeven!

Overigens hadden de voor de moedervennootschap in de onderhavige zaak ongewenste gevolgen voorkomen kunnen worden, door de moedervennootschap in de schikking te betrekken en haar partij te maken in de vaststellingsovereenkomst die (de curator van) de dochtervennootschap met de schuldeiser sloot.

Wilt u meer informatie over de 403-verklaring? Neem hiervoor contact op met één van onze bedrijfsjuridisch adviseurs.