Advisory

Parlementaire Enquêtecommissie Fiscale constructies en de kunst van het horen

Bij de mini parlementaire enquête fiscale constructies overvalt me een gevoel van onbehagen. Het onbehagelijke zit niet zozeer in de enquête, maar in de wijze waarop de publieke verhoren worden gehouden.

Waarheidsvinding is geen sinecure

Een parlementair onderzoek dient de waarheid aan de dag te leggen. Waarheidsvinding is geen sinecure. Het veronderstelt onbevooroordeeld, zorgvuldig, objectief en deskundig onderzoek waarbij informatie wordt ontsloten op basis waarvan bepaalde evaluatievragen kunnen worden beantwoord. Mij bekruipt bij de hoorzittingen onbehagen door blijken van vooringenomenheid, slordige en vooral gesloten vraagstelling waardoor geen informatie wordt verkregen, maar getuigenissen in de mond worden gelegd, onvoldoende wordt doorgevraagd of met irritatie wordt gereageerd op ongewenste antwoorden. Zo wordt de waarheid niet ontsloten, maar gesmoord.

Kernelementen van een goed verhoor

Een verhoor onder ede is ingrijpend. De meeste getuigen blijken goed voorbereid op het openbare verhoor. Sommige getuigen blijken op voorhand bekend te zijn met de te stellen vragen. Dat vertroebelt de authenticiteit van de waarheidsvinding.

De onderzoekers beleven dat het horen van getuigen een professie is. Weten wat je vraagt op basis van gedegen vooronderzoek, het stellen van relevante open vragen volgens een verhoorplan, echt luisteren, zuiver samenvatten en gericht doorvragen.

In deze parlementaire enquête sneuvelt de professionele aanpak door overenthousiaste onderzoekers, die van getuigen alleen de 'goede' antwoorden willen horen en hen als wederpartij lijken te beschouwen. Bij gebrek aan gewenste antwoorden geven de onderzoekers kwalificerende reacties op getuigenissen. Het lijkt op een getuigenverhoor in een gerechtelijke procedure ter vaststelling van schuld of onschuld.

De mening van de onderzoeker is irrelevant

Discussies over definities van belastingontwijking, -ontduiking of -besparing horen niet in een verhoor thuis. Ongepast is een opmerking als "daar denken wij dan anders over". En ook past niet de uitspraak dat een getuige 312 keer voorkomt in de Panama papers, terwijl niet vooraf is vastgesteld dat het 312 mails aan één partij kunnen zijn. Van iemand die onder ede in het openbaar wordt gehoord, behoort de geloofwaardigheid niet ter discussie te worden gesteld.

Bij waarheidsvinding is de mening van de onderzoeker niet relevant. Van belang is slechts wat hij zintuigelijk waarneemt. Het blijkt maar weer eens, niet iedereen die kan praten en horen heeft de vaardigheid om te spreken en te luisteren. Bij het stellen van vragen, een gespecialiseerde vorm van spreken, komt het aan op geoefende vaardigheden, maar ook wie oren heeft om te horen, die hore!

We zijn benieuwd of het rapport van deze onderzoekers de waarheidsvinding dient en de oordeelsvorming in het parlement een dienst bewijst of slechts de kennelijk al op voorhand vaststaande overtuigingen zal omvatten.

Gerelateerde artikelen