Maritiem

Tonnageregeling 2020: vlagvereiste strenger

Mr. Theo Ostermann Mr. Theo Ostermann

Ongeveer tien jaar geleden is de tonnageregeling uitgebreid waardoor belastingplichtigen met zeer grote schepen, scheepsmanagementwerkzaamheden en serviceschepen extra voordeel ontvingen. Deze uitbreiding vereiste verlenging vanaf 2020. De Europese Commissie heeft die verleend, onder enkele voorwaarden die tot aanpassing van de tonnageregeling hebben geleid. Het doel van deze voorwaarden is dat er meer schepen onder de EU/EER-vlag komen te varen. Wat is er veranderd per 2020 door deze voorwaarden?

Hoe zit het ook alweer met de tonnageregeling?

De tonnageregeling is sinds 1996 in de inkomsten- en vennootschapsbelasting opgenomen, met als doel het tegengaan van verhuizen van zeescheepvaartondernemingen naar fiscaal aantrekkelijke jurisdicties buiten de Europese Unie (EU). De essentie is dat winst uit kwalificerende exploitatie van zeeschepen niet volgens het reguliere systeem wordt belast. In plaats daarvan kan een kwalificerende ondernemer kiezen voor het betalen van belasting over een grondslag die wordt berekend op basis van het vervoerde tonnage. Het is een selectieve fiscale steunregeling die slechts met goedkeuring door de EU mag bestaan. De regeling wordt dan ook getoetst aan de communautaire richtsnoeren betreffende staatssteun voor het zeevervoer.

Drie belangrijke aanpassingen

De voorwaarden die door de Europese Commissie worden gesteld hebben drie belangrijke aanpassingen tot gevolg, namelijk:

  1. Maximering van schepen die in tijd- of reischarter worden gehouden.
    Schepen in tijd- of reischarter kwalificeerden voor de tonnageregeling t/m 2019 als uw onderneming tenminste één schip in (mede-)eigendom had (voor minimaal 5 procent bij mede-eigendom), en u daarvan ook in belangrijke mate het beheer verrichtte. Voor het incharteren van schepen geldt vanaf 2020 dat het tonnage dat niet onder EU/EER vlag vaart, niet meer dan 75 procent van het totale tonnage beloopt. Een schip in mede-eigendom telt voor het tonnage dan nog slechts naar rato van het eigendom mee. Uitzondering op dit laatste is een schip in mede-eigendom, waarvoor het volledige technisch en bemanningsbeheer wordt verricht. Als dat het geval is, mag u dit tonnage voor 100 procent meetellen, ook als het schip in mede-eigendom wordt gehouden.
  2. Aanscherping van het vlagvereiste bij scheepsmanagementwerkzaamheden en bij toevoeging van een schip aan de vloot.
    In de huidige regeling is enkel voor het vereiste schip in mede-eigendom noodzakelijk dat dit schip een vlag van de EU/EER voert. En ook daarop zijn nog enkele uitzonderingen. Dit leidt er toe dat er rederijen zijn die de tonnageregeling gebruiken zonder één schip onder EU/EER vlag. In het kader van de doelstelling dat meer schepen onder EU/EER vlag komen, wordt nu vereist dat u voor nieuw aan de vloot toe te voegen schepen altijd moet toetsen of er ten minste één schip in de vloot de EU/EER vlag voert. Daarnaast gaat het vlagvereiste ook gelden voor scheepsmanagementwerkzaamheden, waar dit voorheen geheel niet gold.
  3. Begrenzing van winst behaald met andere werkzaamheden dan vervoer van zaken/personen in het internationale verkeer.
    Niet-vervoerswerkzaamheden kunnen ook onder de gunstige tonnageregeling vallen. Denk aan het in eigen beheer laden en lossen van een eigen of gecharterd schip, of het aanbieden van allerlei vermaak op een cruiseschip (hoewel dit naar mijn mening een beetje vergezocht is vanwege het beperkte financiële belang). Er wordt nu een maximum van 50 procent van de totale winst onder de tonnageregeling gesteld voor deze andersoortige werkzaamheden. Als de winst op deze (niet-vervoers)activiteiten dus meer dan 50 procent van het totaal zou belopen, is het meerdere gewoon belast.

Zoals al in het wetsvoorstel wordt opgemerkt, zal de impact van deze wijzigingen voor de praktijk beperkt zijn. Wel dient het vlagvereiste nauwer te worden gemonitord. Het gestelde doel van het vergroten van het aantal schepen onder Europese vlag wordt door deze wijzigingen zeker bevorderd. Door een ruime overgangstermijn van 10 jaar te gunnen, zal dit wel de nodige tijd kosten.

Onze specialisten van de Maritiem sector adviseren u graag. Wilt u meer informatie over dit onderwerp? Neem contact op met Theo Ostermann

Actualiteiten

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan