Governance

Voorstel versterken bestuur en toezicht bij stichtingen

Het bestuur en toezicht bij stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen moet verbeteren. Dit is het doel van het wetsvoorstel ‘Wet bestuur en toezicht rechtspersonen’ welke 8 juni jongstleden is ingediend bij de Tweede Kamer. De wet is mede van belang voor zorgaanbieders en zorginstellingen die zijn ondergebracht in verenigingen en stichtingen. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? En welke gevolgen heeft dit voor u?

Voorgesteld wordt om bepaalde regels, die nu ook al voor BV’s en NV’s gelden, een wettelijke basis te geven in het algemene deel van het Burgerlijk Wetboek, zodat deze op alle rechtspersonen van toepassing worden.

Raad van commissarissen

Er komt een wettelijke grondslag voor alle rechtspersonen om een raad van commissarissen in te stellen. Een deel van de stichtingen heeft al een toezichthoudend orgaan, vaak raad van toezicht genaamd. Zorginstellingen die zijn toegelaten op grond van de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) hebben die verplichting al op grond van de transparantie-eisen die zijn opgenomen in het Uitvoeringsbesluit WTZi.

Net als bij NV’s en BV’s komt er ook voor stichtingen een algemeen wettelijke grondslag om mogelijk een raad van commissarissen in te stellen. Dit heeft geen gevolgen voor de geldigheid van bestaande toezichthoudende organen. Een raad van toezicht kan een raad van commissarissen zijn in de zin van deze wet.

Monistisch bestuurssysteem

Het wetsvoorstel biedt, zoals dat ook inmiddels bij NV’s en BV’s het geval is, de mogelijkheid aan alle rechtspersonen om te kiezen voor een monistisch bestuurssysteem. Dat wil zeggen dat er geen apart toezichthoudend orgaan is. De toezichthoudende functie wordt dan vervuld door niet-uitvoerende bestuurders die deel uitmaken van het bestuur.

Norm voor taakvervulling bestuurders en commissarissen

Ook voor stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen wordt wettelijk vastgelegd dat bestuurders en commissarissen zich bij de vervulling van hun taak dienen te richten naar het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie.

Tegenstrijdig belang

Op dit moment bestaat voor stichtingen nog geen regeling ter bescherming van de belangen van de stichting voor het geval een bestuurder of commissaris daarmee een tegenstrijdig belang heeft. In governance codes is daarin wel doorgaans voorzien, zo ook in de Zorgbrede Governance code. Vanwege de behoefte in de praktijk wordt voorgesteld een wettelijke tegenstrijdig belang regeling op te nemen die voor alle rechtspersonen geldt, dus ook voor stichtingen. Bestuurders met een tegenstrijdig belang mogen niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp.

Een aanvulling voor de stichting is indien een raad van commissarissen ontbreekt, dat het bestuur met een tegenstrijdig belang toch bevoegd blijft de stichting te vertegenwoordigen. Het bestuur moet dan wel de overwegingen tot het besluit schriftelijk vastleggen.

Aansprakelijkheid in geval van faillissement

Het wetsvoorstel beoogt een uniformering van de aansprakelijkstelling van bestuurders en toezichthouders door de faillissementscurator. De regeling krijgt een algemene plaats in de wet. Ook nu al geldt dat een bestuurder van een stichting hoofdelijk aansprakelijk kan zijn voor schade die veroorzaakt is door onbehoorlijk bestuur. Met het wetsvoorstel wordt de aansprakelijkheid uitgebreid naar (informele) verenigingen en stichtingen die niet onderworpen zijn aan de heffing van vennootschapsbelasting. Onbezoldigde bestuurders en toezichthouders worden overigens wel meer beschermd.

Ontslag bestuurders en commissarissen van stichting

Een stichting kent geen aandeelhouders of ledenvergadering. Bovendien kan een toezichthoudend orgaan ontbreken zodat het bestuur het enige orgaan is. De huidige wet kent daarom al een bijzondere regeling voor het ontslag van een stichtingsbestuurder. Indien de bestuurder handelt in strijd met de wet of statuten of indien de bestuurder zich schuldig maakt aan wanbeleid kan de rechter op verzoek van het openbaar ministerie of een belanghebbende de bestuurder ontslaan.

Voorgesteld wordt om de gronden voor ontslag uit te breiden met gewichtige redenen, wegens verwaarlozing van de taak, ingrijpende wijziging van omstandigheden en wegens het niet voldoen aan een bevel van de voorzieningenrechter.

Gevolg

Het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen is op 8 juni jongstleden ingediend bij de Tweede Kamer. Mogelijk treedt deze wet in werking per 1 januari 2017.

Als gevolg van deze wet worden diverse regels en normen, die nu al gelden voor NV’s en BV’s, ondergebracht in het algemene deel van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waardoor deze van toepassing worden op alle rechtspersonen. Ook voor een stichting komt daarmee een wettelijke basis voor onder meer de mogelijke instelling van een raad van commissarissen en een monistisch bestuursmodel. Voorts geldt dan ook uniform de tegenstrijdig belang regeling en de aansprakelijkheidstelling in geval van faillissement.