Human Resources

Wil de echte ZZP'er opstaan? - Deel 1

Anne Hofman Anne Hofman

Vervanger voor wet DBA in de maak

Over de juridische positie van de ZZP’er is al sinds jaren het nodige te doen. Om duidelijkheid (en zekerheid) te krijgen dat de verhouding tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers gebaseerd is op een overeenkomst van opdracht, en niet op een arbeidsovereenkomst, kon men tot 2016 de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) gebruiken. De VAR is in 2016 vervangen door de Wet DBA (en door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten). Maar de gewenste duidelijkheid en rechtszekerheid blijft (ook met de wet DBA) uit. Daarom wordt de wet DBA momenteel nog maar beperkt gehandhaafd. Ondertussen heeft het kabinet uitgebreide plannen om ook de wet DBA te vervangen.

Het kabinet werkt momenteel diverse maatregelen uit, die bescherming moeten bieden aan de onderkant van de arbeidsmarkt (door middel van een minimumuurtarief), waarmee ruimte voor ondernemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt en meer duidelijkheid voor opdrachtgevers en zelfstandigen ontstaat over de arbeidsrelatie die zij aangaan. In een drieluik staan we stil bij deze plannen. In deze eerste aflevering, het minimumtarief.

Minimumtarief ZZP'ers

Op de Nederlandse arbeidsmarkt is een aanzienlijk aantal ZZP’ers werkzaam. In 2018 telde Nederland bijna 1,1 miljoen ZZP’ers (CBS) en dit aantal is groeiende. Maar die sterke groei kent ook een keerzijde. Veel zelfstandigen hebben moeite om financieel rond te komen, omdat zij voor een (te) laag tarief werken. Bovendien is er een groeiende groep schijnzelfstandigen. Het kabinet heeft zich het lot van de (kleine) zelfstandige aangetrokken en komt met dwingend rechterlijke maatregelen om daarmee zelfstandigen te beschermen. Zo wil zij onder meer een minimumtarief introduceren.

Voor alle ZZP’ers gaat een generiek minimumtarief van 16 euro per uur gelden. Dat houdt in dat voor een lager uurtarief niet gewerkt kan of mag worden als ZZP’er. Ongeacht het type arbeid dat verricht wordt, en ongeacht de duur van die arbeid. Hierdoor zullen werkenden in alle gevallen ten minste een tarief ontvangen waarmee zij in hun noodzakelijke levensbehoeften kunnen voorzien, is de visie van het kabinet. Ook zal dit minimumtarief volgens het kabinet bijdragen aan het inhuren van zelfstandigen om de juiste redenen, waarmee wordt bedoeld dat ZZP’ers niet alleen worden ingehuurd om de loonkosten te drukken.

Hoe ziet dit plan er (tot op heden) uit?

  • De opdrachtnemer maakt voorafgaand aan elke opdracht een inschatting van de directe kosten en arbeidsuren (in de vorm van een uren- en kostenoverzicht). Deze offerte van de opdrachtnemer wordt een belangrijk instrument om te bepalen of aan het minimumtarief wordt voldaan. De verantwoordelijkheid voor het controleren of voldaan wordt aan het minimumtarief en de uitbetaling van dit tarief, komt bij de opdrachtgever te liggen.
  • Zakelijke opdrachtgevers krijgen een grotere verantwoordelijkheid. Als achteraf uit de administratie van de opdrachtnemer blijkt dat meer kosten of uren zijn gemaakt dan volgens de offerte ingeschat, is de zakelijke opdrachtgever verplicht het verschil bij te betalen. Om te voorkomen dat de opdrachtnemer zich gedwongen voelt om onjuiste informatie aan te leveren door bijvoorbeeld een te summiere offerte op te stellen, moet de opdrachtgever zich er tevens van vergewissen dat het aangeleverde kosten- en urenoverzicht van de opdrachtnemer aannemelijk is.
  • Voor particuliere opdrachtgevers geldt de verplichting, om achteraf bij te betalen, niet. Als de opdrachtnemer van de particuliere opdrachtgever een verkeerde uren/kosteninschatting maakt en daardoor onder het minimumtarief van 16 euro per uur zakt, is dat voor rekening van de opdrachtnemer. Ook hoeven particuliere opdrachtgevers zich niet te vergewissen dat de door de opdrachtnemer aangeleverde offerte en daadwerkelijk gewerkte uren en gemaakte kosten aannemelijk zijn.

Opdrachtnemers en belangenorganisaties kunnen bij de civiele rechter naleving (en dus betaling) van het minimumtarief afdwingen. Daarnaast zal er ambtshalve toezicht op het minimumtarief plaatsvinden door de Inspectie SZW.

Tot zo ver de theorie. Dan de praktijk. Die roept al gelijk een aantal vragen op. Want hoe wordt het onderscheid tussen een zakelijke en een niet-zakelijke opdrachtgever vastgesteld? En hoe zit het met de verplichtingen uit de Wet Aanpak Schijnconstructies, zoals de wettelijke ketenaansprakelijkheid voor loon als gewerkt wordt met verschillende (onder)aannemers en de minimumloonbepalingen voor zelfstandigen? Ook worden ook nog openstaande zaken verder uitgewerkt, zoals het dichttimmeren van ontwijkingsmogelijkheden. Kortom, nog een hoop onduidelijkheden waarover helderheid moet komen. Wij houden u uiteraard op de hoogte van de plannen en ontwikkelingen.

Binnenkort, deel 2 van deze reeks!

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan