Blog

Wie de schoen past...

Bob van der Steen Bob van der Steen

Als btw-adviseur krijg ik regelmatig eenvoudige vragen voorgelegd. Zo'n vraag waarvoor ik het antwoord even uit de mouw schud, denkt men. Hoe lastig kan het zijn? Welnu: soms knap lastig. Een voorbeeld.

Uniek

U hebt moeilijke voeten en koopt een paar knappe Floris van Bommel schoenen. U gaat naar de orthopedisch schoenmaker om uw nieuwe schoenen te laten verbouwen. De schoenen worden helemaal uit elkaar getrokken en na de nodige aanpassingen weer opgebouwd tot handmade orthopedisch schoeisel. U bent de enige die de schoenen past.

Uw schoenmaker berekent 6 procent btw voor de klus, want hij vindt dat hij nieuw orthopedisch schoeisel maakt. Komt de belastingdienst langs en die vindt dat het hoge btw tarief (nu 21 procent) moet zijn. Het loopt uit op een gerechtelijke procedure.

Gerechtelijke procedure

De Rechtbank vindt dat de belastingdienst gelijk heeft. Er zijn geen nieuwe schoenen vervaardigd en de functie is nog steeds dezelfde, dus 21 procent.

Dan het Hof. Nee, er zijn 'in wezen' wél nieuwe schoenen vervaardigd en een functie wijziging is niet noodzakelijk, dus toch 6 procent. De belastingdienst geeft niet op en gaat naar de Hoge Raad.

De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad in het voordeel van de belastingdienst te beslissen. Er is wél een functiewijziging nodig en het 'in wezen nieuw' criterium is hier niet van toepassing, dus 21 procent btw.

De Hoge Raad beslist vervolgens dat het 6 procent moet zijn. Het 'in wezen nieuw' criterium is hier wél van toepassing en laat het daarbij.

De werkelijke kosten

Deze verbouwing ter waarde van zeg 750 euro met een btw-belang van ongeveer 75 euro, heeft uiteindelijk duizenden euro's gekost. Ik hoop maar dat de schoenen goed passen.

NB: Deze zaak speelde in een tijd dat herstellen van schoenen nog niet belast was met het 6 procent tarief maar tegen het 21 procent btw tarief. In de plannen van het huidige kabinet staat de toepassing van het 6 procent tarief overigens weer ter discussie.