Tax

Bedrijfsopvolgingsregeling voor vrijval pensioenvoorziening?

Mr. Geert de Jong Mr. Geert de Jong

Wanneer er sprake is van een pensioen in eigen beheer en de pensioengerechtigde overlijdt, dan valt de pensioenvoorziening vrij bij de vennootschap. Over de waardestijging in de vennootschap zijn mede-aandeelhouders - voor zover dit de partner of bloed- of aanverwanten tot de vierde graad of hun partners zijn - erfbelasting verschuldigd. Is op deze zogenoemde 'fictieve verkrijging' de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) van toepassing?

Casus: fictieve verkrijging

Een dga en zijn echtgenote waren in gemeenschap van goederen gehuwd. Tot de gemeenschap behoorden de aandelen in een 'actieve' bv. Op de balans van de bv stond een pensioen- en lijfrenteverplichting ten behoeve van de echtgenote. Door het overlijden van de echtgenote viel deze voorziening vrij ten gunste van het resultaat van de bv. De waarde van de aandelen neemt daardoor toe. Van deze waardestijging komt vijftig procent ten goede aan de dga; immers, als gevolg van de huwelijksgemeenschap is de dga vijftig procent aanmerkelijk belanghouder.

Op basis van een specifieke bepaling in de Successiewet wordt de waardestijging van het aan de dga toe te rekenen belang geacht krachtens erfrecht te zijn verkregen. Er is sprake van een 'fictieve verkrijging'. Uiteraard gaat het hier uitsluitend om de waardestijging als gevolg van de vrijval van de pensioen- en lijfrentevoorziening. Bij Rechtbank Zeeland-West Brabant stond op 13 april van dit jaar de vraag centraal of de dga voor bedoelde waardestijging de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) kon toepassen.

Het gaat mis op de bezitstermijn

Tijdens de parlementaire behandeling van de BOR is opgemerkt dat de BOR ook van toepassing kan zijn op een fictieve verkrijging. De aandelen waarop de erfbelasting betrekking heeft, behoren op grond van huwelijksvermogensrecht al aan de dga, doch op basis van de fictie in de Successiewet wordt verondersteld dat de aandelen zijn verkregen krachtens erfrecht. Dus aan de voorwaarde dat aandelen worden verkregen (weliswaar fictief, maar toch) is voldaan.

Voorts is de BOR alleen van toepassing voor zover de verkrijging ziet op ondernemingsvermogen. In de onderhavige casus was sprake van een actieve bv; de tegenwaarde van de pensioenvoorziening bestond uit ondernemingsgebonden bezittingen. Dus ook aan die voorwaarde was voldaan.

Het strandde vervolgens op het bezitsvereiste. Dit bezitsvereiste houdt in dat de van de erflater verkregen aanmerkelijk belangaandelen door de erflater ten minste één jaar tot overlijden in bezit waren. De fictieve verkrijging ziet echter op aandelen die op basis van het huwelijksvermogensrecht al aan de dga worden toegerekend. De Rechtbank stelt dan ook vast dat nu de aandelen niet tot het vermogen van de echtgenote/erflater hebben behoord, ook niet kan zijn voldaan aan het bezitsvereiste.

De dga is tegen de uitspraak van de Rechtbank in hoger beroep gegaan. Wordt vervolgd dus.

Wél BOR voor uit nalatenschap verkregen aandelen

Voor de goede orde zij opgemerkt dat de dga voor de aanmerkelijk belangaandelen die hij verkrijgt uit de nalatenschap van zijn echtgenote (dus aandelen die niet op basis van huwelijksvermogensrecht al aan hem toebehoorden) wél een beroep kan doen op de BOR.

Bronnen: