Opinie

Fiscale zelfstandigheid; een goed voornemen

In NRC van 3 januari jl. omschreef Youp van ’t Hek in zijn column waarom hij zo graag in Groningen optrad. Deels had dat te maken met de schouwburg, de (studenten)sfeer in de stad, maar bovenal met de aanpak van het hotel waarin hij pleegt te verblijven. Individueel, toegesneden op de wensen van hem als klant en vooral “zelfstandig”. Misschien is “zelfstandigheid” wel hèt goede voornemen voor 2015. Ik bedoel met het woord “zelfstandigheid” niet dat je altijd en overal eigen baas bent en maar kunt doen wat je wilt, maar veel meer dat we individueel blijven nadenken over wat we ergens zelf ècht van vinden.

In de fiscaliteit is deze “zelfstandigheid” strak doorgevoerd door de regering van Luxemburg. In (fiscaal) Nederland vooral bekend van de KB Lux affaire. Het is echter ook vooral een bijzonder welvarend land, waar een beginnend onderwijzer zo maar 5.500 Euro bruto per maand verdient. Dit  is mede te danken aan de fiscale wetgeving en de mogelijkheid om daarbinnen om vooraf af te spreken hoe het Luxemburgse deel van (wereld)winst van internationaal opererende bedrijven bepaald wordt (bekend als “rulingpraktijk”). Er loopt zo’n 330 miljard euro “door” Luxemburg, waarvan het land zijn heffing  vraagt. Kennelijk tot ieders tevredenheid, anders zou het internationale bedrijfsleven wel een andere route kiezen. Er is veel kritiek op deze rulingpraktijk vanuit Europa en het Luxemburgse buitenland. Luxemburg verweert zich daartegen met het argument dat heffing van vennootschapsbelasting een nationale aangelegenheid is waar het buitenland zich niet mee mag bemoeien. Daarnaast zijn er veel meer landen met een rulingpraktijk (waaronder Nederland). Luxemburg staat in de schijnwerpers omdat zij succesvol is en iets heeft waar anderen stiekem jaloers op zijn. Namelijk een zelfstandige  keuze voor te voeren fiscale  beleid. Daarover is goed nagedacht. Daar kun je toch eigenlijk alleen maar bewondering voor hebben?

Nederland worstelt nog steeds met het fiscale beleid. Voor 2015 zijn geen ingrijpende voorstellen gedaan. Wat gerommel in het heffingsvrije vermogen voor box 3, arbeidskortingen, etc. Wel zijn er, in navolging van Luxemburg, vragen gesteld over de bevoegdheden van de Europese Commissie waar het gaat om het vaststellen van een “redelijke belastingheffing”, omdat de vaderlandse innovatierelingen, in combinatie met het relatief lage vennootschapsbelastingtarief een (kennelijk) onredelijke uitkomst zouden kunnen hebben.  Onze rulingpraktijk ligt dus eveneens onder vuur. Los van alles is de regering  er wel van overtuigd dat het huidige systeem van heffing te ingewikkeld is geworden en op de helling moet.

Emeritus hoogleraar fiscale economie, Leo Stevens, heeft onlangs een boek afgerond over 100 jaar inkomstenbelasting in Nederland. Daarbij heeft hij 130 “pamfletten” geschreven met aanbevelingen over herziening van de huidige Wet Inkomstenbelasting 2001. Lijkt me aan aardig startpunt om over na te denken. Uiteraard zitten daar een paar hete hangijzers in, zoals het overbrengen van de eigen woningfinanciering van box 1 naar box 3. Stevens noemt het onvermijdelijk dat we daartoe over gaan. Wat er ook van zij; de grote vraag is welke regering heeft het lef om de schop te zetten in een hopeloos ingewikkeld fiscaal systeem, kan en wil daarbij terug gaan naar de basisgedachte  van  belastingheffing, zorgt voor afdoende nakoming van de gestelde regels  en durft echte keuzes  te maken?

Dat wordt, wat mij betreft, de èchte uitdaging voor 2015 (en maar vast voor 2016 en 2017 enz.).

Bron: Kijk op Oost Nederland, 3 maart 2015