BTW

Betaalt u in 2024 btw over transacties tussen hoofdhuis en vaste inrichting?

Aiki Kuldkepp
Door:
insight featured image
Per 1 januari 2024 wijzigt het toepassingsbeleid van de btw: zijn het hoofdhuis (HO) en/of de vaste inrichting (VI) lid van een fiscale eenheid in de EU? Dan vallen de prestaties hiertussen niet meer buiten het toepassingsgebied van de btw. Dit kan voor uw onderneming grote gevolgen hebben! Wat verandert er en wat betekent dit voor u?
Onderwerpen

Waarom deze wijziging in het Besluit omzetbelasting vaste inrichting?

Het Ministerie van Financiën kondigde op 5 juli 2022 deze belangrijke wijziging aan in het Besluit omzetbelasting vaste inrichting ('Besluit'). Het nieuwe besluit nr. 2022-13545 van 1 juli 2022 wijzigt besluit nr. 2020-25513 van 17 december 2020 en zorgt voor overeenstemming met de uitspraken van het Europees Hof van Justitie (HvJ-EU) in de zaken Skandia (C-7/13) en Danske Bank (C-812/19). Hierbij oordeelde het HvJ-EU, dat een fiscale eenheid in de EU beperkt is tot één EU-lidstaat en de diensten die de HO en de VI onderling verrichten belastbaar zijn voor de btw, wanneer de HO en/of VI tot één fiscale eenheid behoren. Maakt géén van hen deel uit van de btw-groep van één van de andere EU-lidstaten? Dan bepaalt het gewijzigde besluit dat leveringen tussen een VI en een HO buiten het toepassingsgebied van de btw blijven.

Uitspraken HvJ-EU bepalend voor nieuw beleid

Leveringen binnen één rechtspersoon meestal niet aan btw onderworpen

Het HvJ-EU oordeelde in de zaak FCE Bank (C-210/04) dat het verrichten van diensten tussen HO en haar VI niet aan btw zijn onderworpen. In Morgan Stanley (C-165/17) heeft het HvJ-EU bevestigd dat een VI en HO als één belastingplichtige moeten worden gezien en dat elke verdeling van kosten/diensten tussen de entiteiten buiten het toepassingsgebied van de btw valt.

Leveringen binnen één rechtspersoon waarbij één of beide vestigingen behoren tot een fiscale eenheid zijn wél aan btw onderworpen

Het HvJ-EU oordeelde in de zaken Danske Bank (C-812/19) en Skandia (C-7/13) dat als een VI en/of HO deel uitmaakt van een fiscale eenheid, de Belastingdienst deze als afzonderlijke belastingplichtigen moet behandelen. Het HvJ-EU oordeelde dat een fiscale eenheid in de EU beperkt is tot één EU-lidstaat en dat het lidmaatschap hiervan niet uit te breiden is tot personen gevestigd in andere lidstaten. Hierdoor vallen transacties tussen een HO en haar VI binnen het toepassingsgebied van de btw wanneer de HO of de VI of beide lid zijn van een fiscale eenheid in de EU.

Diensten die bijvoorbeeld een HO verleent aan haar filiaal, dat lid is van een fiscale eenheid, moeten worden beschouwd als diensten geleverd aan de fiscale eenheid. Omdat het filiaal tot de fiscal eenheid behoort, kunnen de HO en haar filiaal niet als één belastingplichtige worden beschouwd. Aangezien het filiaal dat tot de fiscale eenheid behoort een afzonderlijke belastingplichtige is voor zijn HO, kan de Belastingdienst de tussen hen verrichte handelingen niet buiten beschouwing laten voor btw-doeleinden. Elke kostendeling/transactie tussen de HO en haar filiaal is daarom onderworpen aan btw.

Hoe doen we dit momenteel in Nederland?

Tot nu toe heeft Nederland deze ingevoerde uitgangspunten niet toegepast. In Nederland behoort naast een lokale vestiging ook de gehele rechtspersoon (de HO inclusief haar buitenlandse vestigingen) tot de fiscale eenheid. Behoort een Nederlandse VI bijvoorbeeld tot de Nederlandse fiscale eenheid? Dan behoort haar in het buitenland gevestigde HO ook tot de Nederlandse fiscale eenheid. En andersom: behoort een Nederlandse HO tot de Nederlandse fiscale eenheid, dan behoren haar in het buitenland gevestigde VI's ook tot de Nederlandse fiscale eenheid. Leveringen tussen de VI/HO, die tot de Nederlandse fiscale eenheid behoren en de in het buitenland gevestigde HO/VI, vallen buiten de werkingssfeer van de btw. Dit is momenteel ook van toepassing als de onderneming waarbij buitenlandse vestigingen betrokken zijn tot de fiscale eenheid van een andere lidstaat behoort. Het is dus mogelijk dat de huidige regels de leveringen tussen HO en haar VI's buiten de btw-werkingssfeer plaatsen. Zelfs als één of beide tot een fiscale eenheid behoren.

Hoe doen we dit na 1 januari 2024 in Nederland?

Vanaf 1 januari 2024 moet het écht anders. In het besluit van 1 juli 2022 staan namelijk de volgende wijzigingen:

  • Behoren een HO en/of haar filiaal/VI tot een fiscale eenheid? Dan vallen transacties tussen een HO en haar filiaal/VI na 1 januari 2024 niet meer buiten de werkingssfeer van de btw. Dit geldt alleen als de betrokken fiscale eenheid is gevestigd in één van de lidstaten.
  • Maken beide vestigingen geen deel uit van een fiscale eenheid in een van de lidstaten? Dan vallen de transacties tussen hen nog steeds buiten de werkingssfeer van de btw.
  • Het besluit is alleen van toepassing op de leveringen tussen de HO en haar VI's.
  • De behandeling van btw bij handelingen die plaatsvinden binnen andere structuren (zoals tussen VI’s/filialen of tussen entiteiten van dezelfde rechtspersoon) staan niet in het besluit. Waarschijnlijk behandelt de Belastingdienst deze hetzelfde, omdat de fiscale eenheid volgens het HvJ-EU niet grensoverschrijdend werkt. Dit betekent dat de leveringen binnen dezelfde rechtspersoon binnen de werkingssfeer van de btw vallen als de HO van deze rechtspersoon of één van haar VI's deel uitmaakt van een fiscale eenheid in de EU.

Welke gevolgen zijn er voor u?

Transacties tussen uw HO en haar filiaal vallen niet langer buiten de werkingssfeer van de Nederlandse btw als uw HO of VI deel uitmaakt van een fiscale eenheid in Nederland of een andere lidstaat. Dit betekent dat de Belastingdienst btw op deze leveringen kan heffen. Een afnemer van prestaties moet mogelijk btw betalen als de verleggingsregeling van toepassing is. Bijvoorbeeld als uw HO in een andere lidstaat kosten in rekening brengt bij uw Nederlandse VI of als uw VI in een andere lidstaat kosten in rekening brengt bij uw Nederlandse HO en de plaats van dienst in Nederland ligt.

Dit heeft grote gevolgen. Dit betekent namelijk dat u (verlegde) btw moet berekenen op grensoverschrijdende leveringen tussen uw HO en haar VI of andersom. Verricht uw onderneming (deels) vrijgestelde prestaties, dan is uw verschuldigde voorbelasting mogelijk (deels) niet aftrekbaar.

Zijn er geen fiscale eenheden bij betrokken, dan blijven transacties tussen uw HO en haar VI/filiaal buiten de werkingssfeer van de btw. Hierbij past de Belastingdienst de beslissingen van het HvJ-EU in FCE Bank en Morgan Stanley toe.

Hoe bereidt u zich hier op voor?

Is er een EU-fiscale eenheid betrokken binnen uw onderneming, dan hebben de wijzigingen grote gevolgen voor uw bedrijfsstructuren met grensoverschrijdende leveringen tussen uw HO en de VI. Bereid u zich daarom goed voor. Volg hiervoor deze drie stappen:

  1. Analyseer of er btw-gevolgen voortvloeien uit de wijziging als u transacties heeft die plaatsvinden tussen uw verschillende vestigingen met dezelfde rechtspersoon. Behoort één van uw inrichtingen binnen de EU tot een fiscale eenheid? Dan behandelt de Belastingdienst u volgens de nieuwe Nederlandse regels als afzonderlijke belastingplichtige. De transacties tussen HO en VI vallen na 1 januari 2024 dan binnen de werkingssfeer van de btw.
  2. Ga na of de wijziging gevolgen voor de btw heeft als u transacties heeft die plaatsvinden tussen verschillende vestigingen van dezelfde juridische entiteit. Verricht uw onderneming (deels) vrijgestelde prestaties, dan bent u waarschijnlijk over deze kosten de niet-aftrekbare btw verschuldigd. Ook als u een onderneming heeft die alleen belaste prestaties verricht, kunt u hiermee te maken krijgen als deze bovenstaande structuur heeft. Dit brengt bijvoorbeeld veranderingen in de rapportage- en nalevingsverplichtingen met zich mee of benodigde updates in uw ERP-systemen.
  3. Breng de transacties/kostendeling tussen uw verschillende vestigingen en de btw-gevolgen van de wijzigingen in kaart.

Hoe voorkomt u het teveel betalen van btw?

  1. Onderzoek of het mogelijk is de groepsstructuur van uw onderneming te wijzigen en zo de btw-behandeling te optimaliseren. Laat bijvoorbeeld de HO/VI's diensten rechtstreeks inkopen of laat de HO gedeeltelijk en de VI's gedeeltelijk inkopen.
  2. Bevindt de plaats van levering zich in een andere lidstaat die het arrest van Skandia en Danske Bank nog niet toepast, dan is het mogelijk dat u geen btw verschuldigd bent. De meeste lidstaten hebben echter al maatregelen genomen of nemen deze momenteel en brengen zo hun wetgeving overeen met de uitspraak van Skandia en Danske Bank. Controleer daarom de btw-regels van andere betrokken lidstaten goed!.

Meer informatie?

Het gewijzigde toepassingsbeleid van de btw is lastige materie. Heeft u vragen of wilt u er zeker van zijn dat u goed voorbereid bent op het nieuwe beleid? Neem dan contact op met één van onze btw-specialisten. Zij hebben internationale kennis en werken nauw samen met de specialisten van andere leden van Grant Thornton International Ltd. Zij weten daardoor snel welk beleid in de verschillende landen geldt.

Blijf op de hoogte!

Wij geven u graag nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.