COVID-19

6 vragen over de NOW

Christiaan Buizer Christiaan Buizer

Sinds 6 april is het mogelijk om een subsidie op grond van de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid aan te vragen. De regeling is een tegemoetkoming voor ondernemers in de loonkosten van personeel om de financiële druk van de coronacrisis te verzachten. Omdat het om nieuwe regelgeving gaat is er nog veel onduidelijk. De eerste indruk is dat de NOW best helpt, maar ook een aantal vervelende stekeligheden bevat. Aan de hand van zes vragen bespreken wij de haken en ogen van de NOW.

Ik wil een accountantsverklaring

1. Wat biedt de NOW aan ondernemers?

De NOW geeft een ondernemer een bijdrage tot maximaal 90% van de loonkosten in de vorm van een subsidie. Het is een algemene regeling die in een korte periode in elkaar is gezet. De regeling is in haar opzet grof en daarom niet voor iedereen even goed passend. De NOW kan worden aangevraagd vanaf 6 april t/m 31 mei. Als voorschot wordt in 3 delen 80% van de subsidie uitbetaald. Zie voor meer informatie over de werking van de NOW.

2. Kan elke ondernemer NOW aanvragen?

Nee. Een belangrijke voorwaarde is dat de onderneming een omzetdaling heeft van 20% of meer in vergelijking met de gemiddelde omzet van 2019. In de media wordt veel de 90% vergoeding genoemd; maar dit percentage wordt alleen vergoed bij een omzetdaling van 100% in vergelijking met 2019. Is de omzetdaling bijv. 60% dan wordt “maar” 54% van de loonkosten vergoed.

Daarnaast is de regeling in de meeste gevallen niet van toepassing voor de loonkosten van de dga.

Op 22 april jl. is een wijziging aangekondigd. Onder voorwaarden en in specifieke gevallen is het mogelijk om de NOW aan te vragen op een individuele vennootschap binnen een groep.

3. Hoe wordt de omzetdaling berekend?

De referentie is de gemiddelde omzet van het kalenderjaar 2019. De gemiddelde omzet van 2019 wordt vergeleken met de omzet in drie maanden van 2020. Gekozen kan worden voor de tijdvakken maart/april/mei, april/mei/juni of mei/juni/juli.

De omzet is niet voor iedereen zo maar een bekend gegeven. Denk bijv. aan ondernemers met een gebroken boekjaar die niet rapporteren over kalenderjaar 2019. Of denk aan een ondernemer waarvan de jaarcijfers nog niet zijn opgesteld.

Ook is de omzet niet perse gelijk aan de omzet zoals opgenomen in de jaarrekening of fiscale aangifte. Voor de NOW worden bijv. baten, opbrengsten en voordelen zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten, overheidsbijdragen en giften ook gezien als omzet. Als je in 2020 subsidie hebt ontvangen voldoe je dus minder snel aan de omzetdaling. Hoewel een betaalde transitievergoeding niet meetelt als loonkosten die vergoed worden (de NOW is er op gericht om zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden) verwachten wij wel dat een compensatie van de transitievergoeding door de overheid wel meetelt als omzet.

Beoordeel de omzet daarom goed om te voorkomen dat er bij definitieve vaststelling van de subsidie grote bedragen terugbetaald moeten worden. Het kan daarom opportuun zijn om te wachten met de NOW aanvraag om zo een betere schatting te kunnen maken. Dat betekent wel dat het voorschot pas later wordt uitbetaald.

4. En hoe werkt dat bij groepsvennootschappen in een concern of fiscale eenheid?

De NOW wordt aangevraagd per entiteit en zelfs per loonheffing/(sub-)nummer (L01/L02). Wel dient op elke aanvraag binnen een groep hetzelfde percentage aan omzetdaling te worden aangegeven. De omzetdaling wordt namelijk beoordeeld op groepsniveau. De vraag is dan ook: wat is een groepsvennootschap? Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de bepalingen uit het burgerlijk wetboek en de wetgeving voor accountants rond consolideren. Maar ook hierop is een uitbreiding. Ook als niet wordt voldaan aan de formele vereisten voor consolidatie kan toch sprake zijn van een groep.

Als sprake is van een fiscale eenheid vennootschapsbelasting wordt waarschijnlijk voldaan aan de voorwaarden en is ook sprake van een groep.

Buitenlandse vennootschappen met personeel dat in Nederland wordt verloond voor de werknemersverzekeringen tellen ook mee voor de omzetberekening. Wordt er geen personeel in Nederland verloond, dan telt de omzet niet mee.

5. Ik lees veel over de loonsom van januari. Waarom is die zo belangrijk?

De loonsom van januari 2020 dient als basis voor de uitbetaling van het voorschot NOW van 80 procent. Als er geen gegevens zijn over januari 2020 dan is november 2019 het uitgangspunt. Belangrijk is dat er nooit meer loonkosten worden vergoed dan de loonkosten van januari. Dus ook niet als je later meer personeel hebt aangenomen.

Als de werkelijke loonsom lager is, dan wordt de subsidie wel gekort. Dit is bijv. het geval als je oproepkrachten niet doorbetaalt (wat wel de bedoeling is) of een werknemer tijdens zijn proeftijd laat gaan. Iets wat niet snel opvalt is dat de daling van de loonkosten voor 100% doortelt in de lagere subsidie. Het percentage omzetverlies is hierop niet van toepassing!

Het uitgangspunt is dus steeds dat je het personeel volledig doorbetaalt; ook al krijg je maar een deel van de loonkosten vergoed.

Een ontslag op bedrijfseconomische redenen is in beginsel gewoon mogelijk (maar niet wenselijk). Je kan daarvoor een vergunning aanvragen bij het UWV. Het UWV zal dan wel kritisch kijken of de NOW subsidie niet voldoende is om de werknemer toch in dienst te houden. Als het UWV toch de vergunning voor ontslag verleent, is een extra sanctie dat de NOW met 150% gekort wordt, waarbij wederom geen rekening wordt gehouden met de omzetdaling. De “boete” kan dus een stuk hoger zijn dan 50%. Overigens kan een ontslag om andere redenen (staande voet, niet verlengen tijdelijk contract) nog wel steeds. Maar let ook dan op de gevolgen van de daling van de hoogte van de loonsom.

6. Zijn er andere bijzonderheden die om aandacht vragen?

Een paar dingen:

We weten dat de NOW niet voor iedereen past. De regeling is snel in elkaar gezet en generiek van aard. Dit maakt dat de NOW weinig of geen voordeel oplevert voor ondernemers met normaal gesproken veel omzet in het eerste halfjaar en minder omzet in het tweede halfjaar. Ook start-ups en groei-ondernemers worden nauwelijks gecompenseerd en zijn druk aan het lobbyen voor aanpassing van de NOW.

De NOW biedt ook mogelijkheden die niet bedoeld zijn. Denk aan ondernemers met juist in het tweede halfjaar veel omzet en in het eerste halfjaar weinig omzet. Of ondernemers met vestigingen in het buitenland waar omzet heen verplaatst kan worden. Minister Koolmees heeft een dringende morele oproep gedaan om geen gebruik te maken van de NOW als het niet echt nodig is; maar volgens de tekst van de regeling is het wel mogelijk. Omdat het doel van de NOW toch echt anders is, speelt er natuurlijk een sterk ethisch vraagstuk. En ook de inspectie SVW heeft aangekondigd om streng op te treden tegen misbruik, in samenwerking met de FIOD.

Dan nog een opmerking over de accountantsverklaring. Achteraf dient na 24 weken een accountant een verklaring af te geven over de omvang van de omzetdaling. Omzet is van nature een lastige post om te controleren dus dat is een uitdaging. De accountantsverklaring brengt kosten met zich mee; kosten die een ondernemer misschien moeilijk kan missen in deze crisisperiode. Het lijkt wel een goede manier om controle op het subsidiegebruik uit te voeren. Waarschijnlijk volgt er nog een drempel van het subsidiebedrag of omvang van de onderneming waaronder geen accountantsverklaring nodig is.

Tot slot nog een fiscale opmerking. De omzetdaling wordt gemeten op concernniveau. Goedlopende vennootschappen in een concern moeten de slechtlopende vennootschappen ondersteunen. Denk aan het volgende voorbeeld van een holding met twee werkvennootschappen waarbij het in de ene vennootschap A goed doorloopt (100% omzet) en de andere vennootschap B geheel stil ligt (0% omzet). Doordat de vennootschappen in omvang verschillen is er op groepsniveau per saldo een omzetdaling van 19% waardoor geen recht bestaat op NOW. Vennootschap B zal wel haar lonen moeten doorbetalen en doet hiervoor een beroep op de winsten/ liquiditeiten van vennootschap A. Vraag is hoe je het geld van A naar B krijgt. Keert BV A dividend uit (dat via de holding naar BV B gaat) maar gaat het later met haar ook slecht dan loopt het bestuur het risico op aansprakelijkheid. Dat is niet wenselijk. Leent BV A het geld direct aan BV B en loopt het met BV B slecht af dat loopt BV A het (grote) risico dat de Belastingdienst fiscale aftrekbaarheid van de verliespost weigert en stelt dat sprake is van een onzakelijke lening. Een soepele houding van de Belastingdienst is op dat punt gewenst.

Heeft u vragen over de NOW? Neem contact op met een van onze specialisten.

Actualiteiten

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan