COVID-19

NOW-regeling 1.0: berekening van de omzet

Christiaan Buizer Christiaan Buizer

Om NOW aan te vragen dient sprake te zijn van een omzetdaling van 20% of meer. In het eerste deel van onze NOW 1.0 serie, zijn wij ingegaan op de vennootschappen waarvan de omzet moet worden berekend. In dit tweede deel lichten wij de daadwerkelijke berekening van de omzet toe. Waar moet u op letten bij die berekening? En wat zijn de gevolgen van een hogere of lagere omzet?

In dit artikel leest u meer over

Belang omzet bij toekenning NOW 1.0 subsidie

NOW 1.0 wordt toegekend indien sprake is van een omzetdaling van 20% of meer. De omzet over drie aansluitende maanden uit de periode maart t/m juli 2020 worden vergeleken met de driemaands gemiddelde omzet van 2019.

Als de omzet over geheel 2019 € 12 miljoen bedraagt, dan is de driemaands gemiddelde omzet € 3 miljoen. De omzet in de periode van 3 maanden in 2020 moet dan gedaald zijn onder € 2,4 miljoen (80% van € 3 miljoen) om recht te hebben op NOW 1.0 subsidie. Bij een hogere omzet is in het geheel geen recht op NOW. Bij een lagere omzet is steeds pro rata recht op 90% subsidie. Bij de aanvraag kon een keuze gemaakt worden voor de meest optimale periode. 

Actualiteiten

Voorbeeld 1

De omzetcijfers zijn als volgt:

Periode Omzet
2019 € 12 miljoen
3 maanden 2019 € 3 miljoen
Periode Omzet
Maart 2020 € 750.000
April 2020 € 250.000
Mei 2020 € 250.000
Juni 2020 € 350.000
Juli 2020 € 750.000
Periode Omzet
Maart-mei 2020 € 1.250.000
April-juni 2020 € 850.000
Mei-juli 2020 € 1.350.000

Voor de NOW is het meest optimaal om te kiezen voor de periode april-juni 2020. De omzetdaling betreft 72%. Dit geeft recht op 90% x 72% = 65% NOW. Achteraf is dit natuurlijk een stuk eenvoudiger te beoordelen op basis van werkelijke cijfers, dan vooraf op basis van schattingen. Bij vaststelling van de definitieve subsidie kan niet gekozen worden voor een andere (gunstigere) periode.

Omzetdaling valt mee

Als de uiteindelijk gerealiseerde omzetdaling meevalt in vergelijking met de ingediende schatting, dan leidt dit tot een terugbetalingsverplichting van NOW. Bij een aanvraag van 70% omzetdaling was bijvoorbeeld recht op 63% NOW waarvan 80% als voorschot is uitbetaald. Als de daadwerkelijke omzetdaling ’maar’ 40% is, staat hier een recht van 36% NOW tegenover. Dit leidt tot een terugbetaling van 37% NOW (onder verrekening met het ontvangen voorschot). Deze situatie komt veel voor. Ondernemers waren in april pessimistischer over de omzetontwikkeling; waarbij wij gelukkig zien dat de omzetdalingen in veel gevallen zijn meegevallen. Hoe relatief ook bij een omzetdaling van 40%!

Als de uiteindelijk gerealiseerde omzetdaling onder 20% zakt, dient de gehele NOW te worden terugbetaald. Dit geldt bijvoorbeeld voor ondernemers die uit voorzorg in april NOW hebben aangevraagd maar niet geconfronteerd zijn met een grote omzetdaling. In sommige gevallen is zelfs sprake van een omzetstijging.

20% is dus een harde grens. Daaronder is geen recht op NOW. Terwijl daarboven pro rata recht is op NOW. Bij een omzetdaling van 25% is bijvoorbeeld recht op 22,5% NOW (90% loonkosten x 25% omzetdaling).

Overigens is de daadwerkelijke NOW ook afhankelijk van de ontwikkeling van de loonsom zodat de terugbetaling ook daardoor kan mee- of tegenvallen (zie ons derde artikel in deze serie).

Omzetdaling groter dan verwacht

Het komt ook voor dat de omzetdaling een stuk steviger is dan verwacht. Er is bijvoorbeeld NOW aangevraagd voor een omzetdaling van 40%, terwijl de daadwerkelijke omzetdaling 70% bedraagt. Omdat wel een aanvraag voor NOW is ingediend, heeft de ondernemer hierbij recht op een nabetaling van NOW.

Een ondernemer die dacht geen NOW nodig te hebben omdat hij een omzetdaling had van minder dan 20% maar nu toch geconfronteerd wordt met een omzetdaling van 20% of meer ontvangt geen NOW.

Omzetdaling verkeerd berekend 1

Een situatie die wij veel tegenkomen is die waarin de omzetdaling op het verkeerde niveau is berekend. Een BV heeft een individuele aanvraag voor NOW ingediend, terwijl zij onderdeel uitmaakt van een groep waarin de omzetdaling op groepsniveau moet worden berekend. Dit kan tot aanzienlijke terugbetalingsverplichtingen leiden, omdat de omzetdaling van de ene groepsvennootschap verzacht wordt door de gelijkblijvende (of stijgende!) omzet van een andere groepsvennootschap. Alleen indien de omzetdaling op groepsniveau lager ligt dan 20%, is een individuele aanvraag van NOW mogelijk op basis van de versoepelde concernregeling. In het eerste artikel in deze serie zijn wij hier verder op ingegaan.  

Omzetdaling verkeerd berekend 2

De omzet van de driemaandsperiode 2020 wordt vergeleken met de gemiddelde 3 maandsomzet over 2019 (omzet 2019 x 25%). Onze ervaring is dat in sommige aanvragen van NOW de omzet 2020 niet is vergeleken met de gemiddelde omzet 2019 maar ‘maand met maand’. De omzet over de periode maart tot en met mei 2020 is dan vergeleken met de omzet over de periode maart tot en met mei 2019. Dit kan tot vervelende uitkomsten (oftewel terugbetaling!) leiden bij vaststelling van de definitieve subsidie; bijvoorbeeld bij seizoensbedrijven die in maart tot en met mei een piek hebben en in andere maanden een lagere omzet behalen. De referentieomzet over het gemiddelde van 2019 ligt dan aanzienlijk lager dan de omzet over maart tot en met mei.

Voorbeeld 2

Periode Omzet
Januari-juni 2019 € 2 miljoen per maand
Juli-december 2019     Nihil
Gemiddelde omzet 2019 € 1 miljoen per maand
Gemiddelde omzet 3 maanden 2019 € 3 miljoen
Gemiddelde omzet maart-mei 2019 € 6 miljoen

Als de omzet over maart tot en met mei 2020 bijvoorbeeld € 3 miljoen is, is feitelijk sprake van een halvering van de omzet ten opzichte van maart tot en met mei 2019 (van € 6 miljoen in 2019 naar € 3 miljoen in 2020); voor de NOW echter is de omzet op hetzelfde niveau (€ 3 miljoen 2019 vs. € 3 miljoen 2020) en bestaat geen recht op NOW. Als toch NOW is aangevraagd, dient deze geheel te worden terugbetaald.

De grens van 20% omzetdaling

De grens van 20% omzetdaling is om meerdere redenen relevant. Hiervoor schreven we al dat bij een omzetdaling van minder dan 20% NOW moet worden terugbetaald. Aan de andere kant biedt een omzetdaling van minder dan 20% op groepsniveau toegang tot gebruik van de versoepelde concernregeling. Alleen bij een omzetdaling van minder dan 20% op groepsniveau kan NOW worden aangevraagd door een individuele BV die onderdeel uitmaakt van een groep. Erg belangrijk is wel dat de versoepelde concernregeling aanmerkelijk strenger is dan de hoofregel. Naast de aanvrager dient het concern (groepshoofd) zich aan voorwaarden te houden rond bijvoorbeeld dividenduitkeringen en bonusbetalingen.  

Wat is omzet?

Nu het belang van een juist berekende omzet duidelijk is, is de vraag ‘wat is omzet’? De NOW-regeling schrijft daarover dat wordt aangesloten bij het netto-omzetbegrip uit het Burgerlijk Wetboek (art. 2:377 lid 6 BW). Alles is er op gericht om te voorkomen dat er met omzet geschoven wordt, zodat meer recht op NOW ontstaat. Te denken is aan:

  • aansluiting bij de in de jaarrekening/aangifte inkomstenbelasting gehanteerde grondslagen;
  • hanteren van een bestendige gedragslijn;
  • toepassen van het matchingbeginsel;
  • benadrukken van doelstelling van de NOW-regeling in kader van omzetverlies door corona.

Door de NOW ontstaat dus een extra periodegrens waar omzet aan moet worden toegerekend. Een situatie die we normaal alleen kennen van de balansdatum einde boekjaar. Omdat voor een goede omzetvaststelling ook een juiste voorraadwaardering bepalend kan zijn, geeft de NBA instructies om tijdig de voorraad te inventariseren. Ook hier wordt aangesloten bij de normale gang van zaken bij de jaarrekening. Is de voorraadinventarisatie normaal niet nodig omdat wordt aangesloten bij een telling van de ondernemer? Dan is dat voor de NOW-regeling (waarschijnlijk) ook mogelijk. Het is wachten op meer duidelijkheid van de NBA over dit onderwerp en de benodigde accountantswerkzaamheden voor de accountantsverklaring voor de NOW-regeling.

Wat is omzet? Behoort daar toe ook rentebaten? Ontvangen subsidies? Incidentiele omzet uit niet normale bedrijfsactiviteiten? En wanneer wordt iets een normale bedrijfsactiviteit? Tellen andere overheidssubsidies zoals TOGS en TVL mee als omzet voor de NOW? In haar FAQ gaat de NBA alvast verder in op deze en een aantal andere veelgestelde vragen. Daarbij wordt steeds gepoogd om de omzet toe te rekenen aan de juiste maanden.

Een aantal voorbeelden uit de praktijk:

Een ondernemer wilt zijn diensten wel leveren in de periode maart tot en met mei 2020; maar pas factureren in juni 2020. Zijn doel is om hiermee in mei een lagere omzet te verantwoorden zodat een groter recht op NOW ontstaat. Zoals voor de hand mag liggen, werkt dit niet. Facturen voor leveringen van goederen of diensten in de periode maart tot en met mei 2020 worden aan deze periode toegerekend ook indien zij buiten deze periode zijn gefactureerd.

Een andere ondernemer factureert zijn diensten op basis van een abonnement in januari 2020. De dienst wordt vervolgens elke maand doorlopend geleverd. De omzet van januari 2020 zal voor 3/12e deel worden toegerekend aan de NOW periode maart tot en met mei 2020.

Zo kan het voorkomen dat de omzet hoger is dan een ondernemer zelf in eerste instantie bij het aanvragen van NOW heeft ingeschat. Snelle duidelijkheid over nog openstaande vragen is daarom gewenst.

Omzet 2019 en gebroken boekjaar

De over 2020 berekende omzet moet steeds vergeleken worden met de omzet over 2019. In veel gevallen kan daarbij aansluiting gezocht worden bij de omzet uit de jaarrekening 2019. Als sprake is van een gebroken boekjaar (bijvoorbeeld 1 september 2018 tot en met 31 augustus 2019) is dat veel minder makkelijk. De omzet van twee gebroken boekjaren (2018/2019 en 2019/2020) moet herberekend worden naar het kalenderjaar 2019. Het zou de praktijk helpen als een afwijkende omzetberekening in dit soort situaties wordt toegestaan.

Omzet 2019 en wijziging in ondernemingsstructuur

Er doen zich situaties voor waarin de omzet over 2019 geen representatieve maatstaf is.

Eind mei is een derde aanpassing op de NOW 1.0 regeling doorgevoerd. Hierin is opgenomen dat de referentieomzet 2019 mag worden aangepast indien in de periode 2 januari 2019tot en met 1 februari 2020 sprake is van:

De omzet in de driemaandsperiode van 2020 wordt dan niet langer vergeleken met de omzet in 2019 maar met een 3-maands gemiddelde omzet berekend vanaf het begin van de maand van de datum van de gebeurtenis tot en met 29 februari 2020. Een afwijkende berekening die het verschil kan maken tussen wel of geen recht op NOW.

Voorbeeld 3

Voorbeeld

Een logistiek bedrijf heeft in 2019 een omzet van € 12 miljoen. De gemiddelde omzet in 2019 over 3 maanden bedraagt € 3 miljoen.

Per 1 januari 2020 doet zij een overname van een ander logistiek bedrijf met in 2019 een omzet van € 6 miljoen.

De gemiddelde omzet in 2019 over 3 maanden bedraagt € 1,5 miljoen.

Omdat beide bedrijven onderdeel uitmaken van dezelfde groep moeten zij in 2020 samen worden geteld. De gezamenlijke omzet bedraagt in maart tot en met mei 2020 € 3,2 miljoen.

Indien de omzet van € 3,2 miljoen wordt vergeleken met de gemiddelde 3 maands omzet over 2019 van € 3 miljoen dan is sprake van een omzetstijging. Er is dus geen recht op NOW.

De omzet van € 3,2 miljoen mag door deze aanpassing van de regeling worden vergeleken met de gemiddelde 3 maands omzet over de periode 1 januari 2020tot en met 29 februari 2020 (stel: € 4,5 miljoen). Er is sprake van een omzetdaling van 29% en dus wel recht op NOW.

Bij de aanvraag dient een afwijkende referentieperiode te worden aangegeven. Wij hopen dat het UWV hier coulant mee omgaat.

Casus vanuit internationaal perspectief: costplus methodiek

Een internationaal concern is gevestigd in meerdere landen en heeft haar hoofdvestiging in Frankrijk. In Nederland is zij met één BV actief met een beperkt aantal werknemers. In de Nederlandse BV wordt geen zelfstandige omzet behaald, maar gewerkt voor het Franse groepshoofd. De kosten van de Nederlandse BV worden doorbelast aan Frankrijk met een opslag (costplus methodiek). Door de coronacrisis kunnen de werknemers hun werk niet uitvoeren. De Nederlandse BV vraagt NOW aan.

Bij bepaling van de omzet voor de NOW wordt de doorbelasting van de kosten aan het Franse groepshoofd in Nederland behandeld als omzet. Er is pas recht op NOW indien sprake is van een omzetdaling. Dat leidt tot de vraag: kan de Nederlandse BV haar (loon-)kosten nog doorbelasten aan Frankrijk? In veel gevallen zal aan de doorbelasting een contract ten grondslag liggen waarbij de doorbelasting tevens deel uitmaakt van het transfer pricing beleid van de onderneming. De inhoud van het contract bepaalt in hoeverre de doorbelasting in stand blijft. Is er bijvoorbeeld een opzegtermijn na 2 maanden indien geen werkzaamheden worden verricht?

Als er geen contract is moet er gekeken worden naar in het zakelijk verkeer gebruikelijke afspraken. Binnen de NOW-regeling is het niet toegestaan om een wijziging aan te brengen in het transfer pricing beleid. Dit kan anders zijn in situaties waarin het juist tussen zakelijk handelende derden gebruikelijk is om een aanpassing te doen in de doorbelasting. Alleen zonder doorbelasting is er geen omzet en dus recht op NOW.

Samenvattend

Er bestaat een reëel risico op terugbetaling van NOW indien sprake is van:

  • de NOW is aangevraagd met een te hoge schatting omzetdaling;
  • de NOW is aangevraagd voor een niet-optimale referentieperiode 2020;
  • de NOW is aangevraagd op basis van een onjuiste referentieomzet 2019 door vergelijking maand 2019 met maand 2020;
  • de NOW is aangevraagd zonder rekening te houden met het brede omzetbegrip van de NOW;
  • de NOW is aangevraagd op basis van de omzet van een gebroken boekjaar;
  • een overname of verkoop van een activiteit waarbij niet de juiste referentieperiode voor de omzet wordt gehanteerd;
  • een costplus doorbelasting waarbij een contract en/of transfer pricing beleid een doorbelasting van kosten voorschrijft.

Meer duidelijkheid vanuit de overheid/het UWV op deze punten is gewenst.

Vragen

Heeft u vragen over de NOW-regeling? Vraagt u zich af of uw aanvraag juist is ingediend? Wat is uw risico op terugbetaling? Neem contact met ons op voor een second opinion. Ook kunnen wij u behulpzaam zijn bij het afgeven van de benodigde deskundigen- of accountantsverklaring.

In het volgende deel van dit blog gaan wij in op de invloed van de loonsom op de hoogte van de NOW.  

Lees andere artikelen in deze NOW-regeling 1.0 serie
Het groepsbegrip

Om NOW aan te vragen, dient sprake te zijn van een omzetdaling van 20% of meer. Hoe deze omzetdaling wordt berekend, komt in een volgende blog aan de orde. In dit deel kijken we naar de vennootschappen waarvan de omzet in de berekening moet worden meegenomen. Lees het hele artikel >>

Berekening van de omzet

Om NOW aan te vragen dient sprake te zijn van een omzetdaling van 20% of meer. In het eerste deel van onze NOW 1.0 serie, zijn wij ingegaan op de vennootschappen waarvan de omzet moet worden berekend. In dit tweede deel lichten wij de daadwerkelijke berekening van de omzet toe. Waar moet u op letten bij die berekening? En wat zijn de gevolgen van een hogere of lagere omzet? Lees het hele artikel >>

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan