insight featured image
De afgelopen periode zijn er verschillende Kamervragen beantwoord over de NOW. Hierin heeft het kabinet een aantal wijzigingen aangebracht in de NOW-regeling. In het onderstaande artikel hebben wij deze voor u op een rij gezet.
Onderwerpen

Ruime terugbetalingstermijnen

Als blijkt dat u te veel NOW-subsidie heeft ontvangen, moet u het te veel ontvangen gedeelte terugbetalen aan het UWV. Het uitgangspunt van het terugvorderbeleid is dat het UWV zich coulant opstelt met betrekking tot de terugbetalingen. Hierbij houdt het UWV zo veel mogelijk rekening met de financiële mogelijkheden van de onderneming. Over de terugbetalingsverplichting aan het UWV wordt nooit rente berekend en kan zo nodig over een langere periode worden uitgesmeerd. Ondernemingen ontvangen in eerste instantie een brief met een standaard terugbetaaltermijn van 6 weken. Het UWV biedt echter de mogelijkheid om de terugbetaling over een langere periode uit te smeren. In het geval van een terugbetaling kan een onderneming telefonisch contact opnemen met het UWV om een betalingsregeling van een jaar af te spreken. Als ook deze termijn niet haalbaar is, kan samen met het UWV worden bezien op welke termijn wel terugbetaald kan worden tot een maximum van 5 jaar. Inmiddels is het ook mogelijk om online een afspraak te maken over een langere terugbetaaltermijn.

Mocht u dus NOW-subsidie moeten terugbetalen en is de reguliere termijn van 6 weken voor u te kort? Dan adviseren wij contact op te nemen met het UWV.

Filtering loonsom

Als een onderneming kan aantonen door middel van objectieve verifieerbare gegevens uit de loonadministratie dat de loonkosten in de referentiemaand niet representatief waren, doordat sprake was van uitbetaling van bonussen, overuren etc., kan het UWV sinds kort deze uitbetalingen uit de loonsom filteren. Eerder was dit al mogelijk voor de uitbetaling van vakantiegeld en een dertiende maand. Om hier een beroep op te doen blijft het indienen van een bezwaar nodig, omdat deze versoepeling niet automatisch door het UWV kan worden verwerkt.

Daarnaast heeft minister Koolmees een lijstje opgesteld van situaties waarin een bezwaar doorgaans gegrond zal worden verklaard. Hoewel hier vooraf geen zekerheid over gegeven kan worden gegeven, adviseren wij u om een bezwaarschrift in te dienen als één van de volgende situaties bij u speelt:

  • Incidentele beloningen in de referentiemaand leiden tot een niet representatieve loonsom;
  • Werknemers die voor de referentiemaand uit dienst zijn gegaan, maar waar de eindafrekening verloond is in de referentiemaand;
  • Wijzigingen van rechtsvorm zonder dat de bedrijfsvoering is veranderd, bijvoorbeeld wanneer een eenmanszaak overgaat naar een BV;
  • Fusies en afsplitsingen in en concernrelatie zonder dat er veranderingen in het werknemersbestand plaatsvinden;
  • Overige situaties die aangemerkt kunnen worden als opvolgend werkgeverschap. Bijvoorbeeld in de situatie dat inleenkrachten na de referentiemaand in dienst komen van de inlener.

Zes administratieve lastenverlichtingen voor de definitieve aanvraag

Voor veel ondernemingen zorgen de vereiste accountantsverklaring en derde deskundigenverklaring voor hoge administratieve lasten. Om deze lasten enigszins te verlichten komt het kabinet met een zestal verlichtingen.

Omdat het aanvragen van de definitieve subsidie van de NOW 1 en 2 al enige tijd mogelijk is en ca. 60.000 ondernemers al een dergelijke aanvraag hebben ingediend, gelden onderstaande verlichtingen 1, 3 en 6 alleen voor de NOW 3 en 4.

1. Verhoging drempelbedrag derdenverklaring

Op dit moment is bij een voorschot van € 20.000 tot € 100.000 en bij een definitief vastgestelde subsidie van € 25.000 tot € 125.000 een derdenverklaring vereist. Voor de NOW 3 en 4 zal dit drempelbedrag verhoogd worden naar € 40.000, voor zowel het voorschotbedrag als het definitieve subsidiebedrag.

De huidige bovengrens van € 125.000 blijft gehandhaafd. Wel geldt deze grens voor de NOW 3 en 4 ook voor het voorschotbedrag. De grens voor een accountantsverklaring bij het voorschotbedrag voor de NOW 1 en 2 ligt op € 100.000. Voor de NOW 3 en 4 ontstaat er dus één grens voor de derdenverklaring: van € 40.000 tot € 125.000.

2. Verduidelijking werkzaamheden derde deskundige

Wanneer een derde deskundige voor de aanvrager de financiële administratie al voert en de werkzaamheden die zijn verricht in het kader van de administratieve dienstverlening (waaronder het opstellen van de vaststellingaanvraag) overeenkomen met de werkzaamheden voor de derdenverklaring, hoeven deze niet dubbel uitgevoerd te worden. Dit geldt al voor de NOW1 en 2. De derdenverklaring dient wel altijd bijgevoegd te worden bij de vaststellingsaanvraag.

3. Controle NOW 3 en 4 als één opdracht

Per NOW-aanvraag is nu een aparte controle vereist. Voor de controle van de NOW 3, wanneer een onderneming gebruik heeft gemaakt van twee of drie periodes, wordt het mogelijk gemaakt dat de accountant de opdracht voor de verschillende tranches van de NOW 3 kan beschouwen als één opdracht. De accountant controleert in één keer, na afloop van de laatste tranche, alle periodes en de van toepassing zijnde voorwaarden. Wanneer een onderneming ook gebruik maakt van de NOW 4, kan ook de controle van de NOW 4 bij de gezamenlijke controle worden betrokken.

Hierbij moet de accountant nog steeds rekening houden met de voorwaarden die voor iedere NOW-periode per tranche gelden. Omdat niet iedere onderneming gebruik heeft gemaakt van de meerdere periodes, blijft het ook mogelijk om per periode af te rekenen.

In samenwerking met de NBA is het kabinet momenteel bezig met het opstellen van het accountantsprotocol.

4. Samenvoegen standaarden NOW

Accountants voeren hun werkzaamheden en controles uit op basis van Standaarden. Voor de controle van een aanvraag tot vaststelling van de NOW is vorig jaar door de NBA een aparte Standaard ontwikkeld: Standaard 3900N. De NBA zal deze Standaard aanpassen waardoor er inhoudelijk maar ook procesmatige samenvoegingen kunnen plaatsvinden voor handelingen die op dit moment nog voor alle NOW-tranches apart gelden.

Hierdoor wordt het bijvoorbeeld mogelijk dat de accountant slechts één opdrachtbevestiging afgeeft, dat één opdrachtacceptatie volstaat, het dossier voor meerdere NOW-opdrachten bij dezelfde werkgever kan worden gebruikt etc.

5. Uitbreiding werkzaamheden door groepsaccountant

Een accountant van een werkmaatschappij binnen een concern heeft mogelijk geen zicht op bepaalde controle-aspecten van de rest van het concern. Het is nu al mogelijk dat bij de controle van de omzet gebruik wordt gemaakt van de controlewerkzaamheden van de groepsaccountant. Dit zorgt ervoor dat de accountant op werkmaatschappijniveau niet zelf deze controle hoeft uit te voeren en tevens niet een uitgebreide review hoeft uit te voeren op de werkzaamheden van de groepsaccountant.

Met deze verlichting is het voortaan toegestaan dat ook andere werkzaamheden die door de groepsaccountant van een concern worden uitgevoerd, voor de NOW-controle kunnen worden gebruikt. Zonder dat de accountant op werkmaatschappijniveau zelf deze controle hoeft uit te voeren en een uitgebreide review hoeft uit te voeren op de werkzaamheden van de groepsaccountant.

6. Aanpassing controlepiramide bij aanvragen op werkmaatschappijniveau

Voor alle aanvragen waarbij de omzetdaling op het niveau van een werkmaatschappij wordt vastgesteld (omdat de omzetdaling van het concern minder dan 20% is), is op dit moment een accountantsverklaring met redelijke mate van zekerheid vereist, ongeacht de hoogte van de subsidie.

De laatste verlichting ziet op bedrijven die gebruik maken van de regeling voor werkmaatschappijen en waarbij de definitief vastgestelde subsidie lager is dan € 375.000. In dat geval wordt de verklaring met redelijke mate van zekerheid veranderd in een verklaring met een beperkte mate van zekerheid.

Ook deze aanpassing wordt nog verder uitgewerkt in het accountantsprotocol voor de NOW 3 en 4.

Extra voorwaarde bonus- en dividendverbod NOW 4

Vanaf de invoering van de NOW 2 geldt namelijk dat elk bedrijf dat subsidie ontvangt vanuit de NOW, en een voorschot van € 100.000 of een definitieve subsidie van € 125.000 of meer ontvangt, geen bonussen aan directie en bestuur mag uitkeren, geen dividend aan aandeelhouders mag uitkeren en geen eigen aandelen mag inkopen.

Voor de NOW 4 wordt aan het bonus- en dividendverbod nog een voorwaarde toegevoegd. Deze voorwaarde houdt in dat wanneer een onderneming een aanvraag doet voor de NOW 4, deze verplicht zal zijn om een overeenkomst te sluiten met ten minste één belanghebbende vereniging van werknemers waarin schriftelijke afspraken zijn vastgelegd over hoe er om zal worden gegaan met het uitkeren van bonussen en dividend. Als de aanvrager minder dan 20 werknemers heeft, kan worden volstaan met een andere vertegenwoordiging van werknemers: de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de vergadering. De precieze afspraken in deze overeenkomst zullen bepaald moeten worden tussen de werkgeven en de belanghebbende vereniging van werknemers.

De huidige voorwaarden omtrent het bonus- en dividendverbod gelden alleen voor aanvragen waarbij een accountantsverklaring is vereist. Voor de NOW 4 is dit, zoals hierboven beschreven, voor zowel het voorschot als het definitieve subsidiebedrag € 125.000. Daar wordt voor deze aanvullende voorwaarde bij aangesloten.

Bij aanvraag tot vaststelling van de NOW 4 controleert de accountant of de vereiste overeenkomst aanwezig is. Wanneer er geen overeenkomst is gesloten, zal de subsidie op nihil worden gesteld.

Overzicht coronasubsidies
Overzicht coronasubsidies
Lees dit artikel

Twijfelt u nog of u recht heeft op NOW?

Of weet u door alle uitzonderingen en aanpassingen niet meer aan welke voorwaarden u moet voldoen?
Met behulp van onze tabel met de voorwaarden en verschillen van de NOW bepaalt u welke mogelijkheden voor u open staan en welke voorwaarden voor uw eventuele aanvraag gelden.

Vragen?

Heeft u vragen over bovenstaande wijzigingen of over de andere maatregelen die de overheid heeft genomen in het kader van de coronacrisis, neem dan contact met ons op.