insight featured image
Sinds 10 mei jl. is het ook voor grote ondernemingen mogelijk om TVL aan te vragen. Het betreft een tegemoetkoming voor het eerste kwartaal 2021. De aanvraagperiode loopt tot en met 10 juni 17.00 uur a.s. Wij zetten de belangrijkste voorwaarden voor de TVL grote ondernemingen voor u op een rij.
Onderwerpen

Grote ondernemingen

De TVL grote ondernemingen is alleen aan te vragen wanneer uw onderneming aangemerkt wordt als een grote onderneming. Grote ondernemingen zijn alle ondernemingen niet zijnde een MKB-onderneming. Om te kijken of u in aanmerking komt voor de TVL grote ondernemingen is het dus van belang om te toetsen of uw onderneming voldoet aan de criteria van een MKB-onderneming. Deze criteria betreffen:

  • Meer dan 250 fte in dienst (meerdere medewerkers kunnen 1 fte vervullen) of;
  • Een netto-omzet van meer dan € 50 miljoen en een balanstotaal van meer dan € 43 miljoen.

Daarbij kijkt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) naar alle verbonden- en partnerondernemingen bij elkaar. Hierbij wordt ook gekeken naar alle buitenlandse verbonden- en partnerondernemingen. Wanneer uw onderneming en dergelijke verbonden- of partnerondernemingen bij elkaar aan bovenstaande criteria voldoen, is uw onderneming een grote onderneming. Via de website van het RVO is het mogelijk om een MKB-toets in te vullen.

Concernbepaling

De TVL grote ondernemingen kent een groepsregeling. De groepsregeling bestaat eruit dat verbonden ondernemingen voor toepassing van de TVL als één onderneming aangemerkt worden. Hierbij geldt dat alleen in Nederland gevestigde ondernemingen onderdeel kunnen zijn van de groep. Ondernemingen zijn in een groep verbonden als ze een economische eenheid vormen en organisatorisch met elkaar zijn verbonden bijvoorbeeld doordat ze onder dezelfde leiding staan. Ook moeder- en dochtermaatschappijen vormen een groep als de moedermaatschappij beslissende zeggenschap heeft.

Per groep kan slechts één TVL-aanvraag ingediend worden. De aanvrager is de onderneming die per 15 maart 2020 bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven onder een SBI-code die representatief is voor de hele groep. Om te bepalen of de SBI-code representatief is, kan de activiteit met de hoogste omzet in 2019 als uitgangspunt genomen worden. De aanvrager doet de aanvraag op basis van de groepsomzet. De aanvrager verklaart dat de overige ondernemingen uit de groep akkoord zijn gegaan dat zij als aanvrager optreedt. De TVL wordt aan de aanvrager uitgekeerd. Het is vervolgens aan de groep om de subsidie te verdelen.

Hoogte van de subsidie

Voor bepaling van de hoogte van de subsidie gelden grotendeels dezelfde voorwaarden als voor de TVL voor MKB-ondernemingen. Het omzetverlies van (de groep van) onderneming(en) in Q1 2021 dient minimaal 30% te bedragen. De vaste lasten wordt berekend aan de hand van een vast percentage per branche dat samenhangt met de SBI-code van de hoofdactiviteit van de onderneming of van haar groep.

Het vergoedingspercentage van de TVL grote ondernemingen Q1 2021 is 85%. Hierbij keert het RVO bij aanvraag eerst een voorschot uit van 80%. De subsidie voor (een groep van) grote ondernemingen bedraagt in beginsel maximaal € 600.000 per kwartaal. Ondernemingen in de detailhandel, in de reisbranche en in de land- en tuinbouw kunnen recht hebben op meer dan dit maximum. Voor deze sectoren gelden opslagpercentages waarbij de opslag zelf is gemaximeerd.

Tot slot mag de totaal ontvangen Nederlandse coronasteun voor de groep niet uitgaan boven het EU-subsidieplafond inzake de coronacrisis van in beginsel € 1,8 mln. Voor de visserij en bepaalde sectoren van de landbouw gelden in dit kader lagere maximumbedragen.

Referentie-omzet

Als omzet geldt in beginsel de omzet voor de btw die de in Nederland gevestigde verbonden ondernemingen hebben gerealiseerd buiten de groep. Omzet binnen de Nederlandse groep moet worden geëlimineerd. De btw-aangifte vormt dan het vertrekpunt bij de omzetbepaling. Omzet die niet in de btw-aangifte is opgenomen, bijvoorbeeld diensten aan ondernemers buiten de EU en vrijgestelde prestaties, dienen hierbij opgeteld te worden.

Het omzetverlies wordt bepaald door de omzet Q1 2021 te vergelijken met de Q1 2019 omzet, de zogenoemde referentie-omzet. Uitzonderingen op de Q1 2019 als referentie omzet gelden in de situatie dat deze omzet niet de normale omzet weergeeft omdat de onderneming in Q1 2019 of later is gestart. In die gevallen hangt de referentieperiode af van de datum waarop de onderneming (of een onderneming uit de groep) zich voor het eerst ingeschreven heeft bij de Kamer van Koophandel.

Aanvraag

Bij de aanvraag moeten kopieën van de aangiften BTW in de referentieperiode aangeleverd worden. Daarnaast moet de samenstelling van de groep van verbonden ondernemingen op het moment van aanvraag, in de referentieperiode en in de subsidieperiode worden verstrekt. Bij aanvragen hoger dan € 125.000 moet dit zijn vastgelegd in een mee te sturen accountantsverklaring. Ook vermeldt deze verklaring het totaal ontvangen bedrag aan ontvangen steun met het oog op de hoogte van het EU-subsidieplafond (totale steun maximaal € 1,8 mln).

Bij het RVO is het mogelijk om een aanvraag in te dienen voor de TVL grote ondernemingen tot 10 juni 17.00 uur.

Vóór 1 oktober 2021 moet de onderneming een aanvraag tot vaststelling van de TVL indienen waarbij kopieën van de aangiften BTW uit de subsidieperiode moeten worden verstrekt. Bij subsidies hoger dan € 125.000 moet bij de aanvraag tot vaststelling wederom een accountantsproduct worden gevoegd met daarin onder meer de referentie omzet, de werkelijke van Q1 2021 omzet en het percentage van de omzetdaling. Ook moet de groepssamenstelling bij aanvraag, in de referentieperiode en de subsidieperiode hierin opgenomen zijn. Het RVO verrekent vervolgens de daadwerkelijke subsidie met het voorschot, hetgeen tot ontvangst of terugbetaling kan leiden.

Meer weten?

Heeft u vragen over de TVL voor grote ondernemingen of over andere de maatregelen die de overheid heeft getroffen voor ondernemers in het kader van de coronacrisis? Neem dan contact op met ons coronateam.