Belastingen

Fiscale eindejaarstips 2019

Het einde van het jaar is in zicht. Een goed moment om na te gaan of u, op fiscaal gebied, nog actie moet ondernemen.

Voor sommige zaken kunt u niet wachten tot 2020 en moet u nu actie ondernemen. Maar andere zaken vragen juist om uitstel tot in het nieuwe jaar. In ieder geval zijn er diverse veranderingen die om aandacht vragen. Welke dat zijn, leest u in deze eindejaarstips voor:

Ondernemers

1. Gooi oude administratie weg

Als u administratieve stukken zeven jaar bewaart, voldoet u keurig aan de wettelijke bewaartermijn. Maar probeer te voorkomen dat u bedolven raakt onder een oude administratie. Dat gebeurt eerder dan u denkt, omdat men het begrip administratie ruim moet nemen. Alle gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing, zijn in de ogen van de fiscus een onderdeel van de administratie. Daarbij kunt u denken aan de loonadministratie, verkoopadministratie, voorraadgegevens, het grootboek en facturen van crediteuren en debiteuren. Gooi daarom uw oude administratie weg als de bewaartermijn is verlopen. Als uw boekjaren de kalenderjaren volgen, betekent dit dat u na 31 december 2019 uw administratie over 2012 en eerdere jaren mag weggooien. Als u bepaalde documenten nog nodig denkt te hebben, bijvoorbeeld contracten, pensioen- en lijfrentepolissen, moet u deze echter nog wel bewaren.

Let op!
Voor de btw-administratie over het gebruik van onroerende zaken, elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en tv-omroepdiensten geldt een bewaartermijn van tien jaar inclusief het jaar van eerste ingebruikname. Dit omdat zich in die periode een herziening van de btw-aftrek kan voordoen. Bijvoorbeeld wegens een andere bestemming van een of meer onroerende zaken, waardoor btw uit voorgaande jaren alsnog deels aftrekbaar kan zijn of deels terugbetaald moet worden.

2. Vorm nog snel een voorziening

Als u de fiscale winst over 2019 wil drukken, is dat misschien mogelijk door het vormen van een voorziening voor (grote) uitgaven die u in 2020 of later denkt te zullen doen. Een aandachtspunt daarbij is dat deze toekomstige uitgaven hun oorsprong moeten vinden in feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan in 2019 of eerder. En men moet deze feiten en omstandigheden kunnen toerekenen aan dat jaar. Ten slotte moet redelijk zeker zijn dat u de uitgaven zult maken. Overleg met uw adviseur of u in 2019 nog een voorziening kunt vormen.

3. Begin vóór 2020 met herinvesteren

Heeft u in 2016 een fiscale boekwinst behaald met de verkoop van een bedrijfsmiddel? En heeft u deze boekwinst gedoteerd aan de herinvesteringsreserve (HIR)? Dan riskeert u dat de Belastingdienst de HIR dit jaar tot uw fiscale winst rekent als u niet tijdig de herinvestering doet. Natuurlijk is het niet zo gemakkelijk om nog snel een investering af te ronden. Gelukkig kunt u de inspecteur verzoeken om de driejaarstermijn te verlengen als de aanschaf van het nieuwe bedrijfsmiddel is vertraagd door bijzondere omstandigheden. Maar hij zal uw verzoek alleen honoreren als u kunt aantonen dat u een begin heeft gemaakt met de herinvestering.

Tip
Als de inspecteur meent dat u geen herinvesteringsvoornemen (meer) heeft, zal hij de HIR aan de belaste winst toevoegen. Het is daarom verstandig om uw herinvesteringsvoornemen vast te leggen in een schriftelijk stuk. Blijf het voortbestaan van uw herinvesteringsvoornemen aan het eind van ieder jaar vastleggen totdat u de herinvestering doet. En mocht de herinvestering vertraging oplopen, bewaar dan de documenten die bewijzen dat echt sprake is van een bijzondere omstandigheid.

4. Verkoop ‘nieuw’ bedrijfsmiddel in 2020

Overweegt u om bedrijfsmiddelen te verkopen die u in 2015 heeft aangeschaft? En heeft u over de toenmalige investering in deze bedrijfsmiddelen een investeringsaftrek toegepast? Probeer dan de verkoop uit te stellen tot begin 2020. Zo voorkomt u dat u een deel van de investeringsaftrek moet terugbetalen via de desinvesteringsbijtelling. Hierbij geldt dat de desinvesteringsbijtelling nooit meer is dan de destijds genoten investeringsaftrek. Overigens mag u de desinvesteringsbijtelling ook achterwege laten als u de bedrijfsmiddelen voor hooguit € 2.300 verkoopt.

Let op!
De desinvesteringsbijtelling is ook van toepassing bij andere vormen van vervreemding. Als u een bedrijfsmiddel overbrengt naar uw privévermogen, is dit een fictieve vervreemding. In zo’n geval neemt de Belastingdienst de waarde in het economische verkeer van het bedrijfsmiddel als overdrachtsprijs.

5. Behoud KIA voor 2019

Overweegt u om in 2019 nog te investeren in bedrijfsmiddelen? Bedenk dan wel dat de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) vervalt als uw investeringen die recht geven op de KIA dit jaar meer bedragen dan € 318.449. Als een overschrijding van dit bedrag dreigt, kunt u de investering beter uitstellen tot in 2020. De investering wordt toegerekend aan het jaar waarin u verplichtingen aangaat, zoals het plaatsen van een order, akkoord gaan met een offerte of het tekenen van een koopcontract. Vervaardigt u zelf een bedrijfsmiddel, dan draait het om het jaar waarin u de voortbrengingskosten maakt.

Let op!
Als uw onderneming deel uitmaakt van een samenwerkingsverband, moet u voor het bepalen van de KIA kijken naar de totale investering van het samenwerkingsverband en niet naar de investering van elke onderneming afzonderlijk.

6. Doe aanbetaling op nog ongebruikt bedrijfsmiddel

Als u eind 2019 verplichtingen aangaat voor de investering in een bedrijfsmiddel, mag u daarover de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) toepassen in 2019. In principe geldt hierbij de voorwaarde dat u het bedrijfsmiddel in 2019 heeft betaald en in gebruik heeft genomen. Heeft u het bedrijfsmiddel in 2019 nog niet in gebruik genomen? En zou de investeringsaftrek uitgaan boven het bedrag dat bij het einde van 2019 voor die investering is betaald? Dan wordt de KIA beperkt tot het bedrag wat in 2019 is betaald. Het meerdere is aftrekbaar als KIA in 2020. Als u de KIA toch volledig wilt benutten, zult u een aanbetaling moeten doen zodat de totale betaling in 2019 voor de investeringen minimaal gelijk is aan het bedrag van de KIA voor 2019.

7. Snel WBSO 2020 aanvragen!

U kunt de (loon)kosten van uw speur- en ontwikkelingsproject in 2020 verlagen door een zogeheten tegemoetkoming op grond van de WBSO te claimen. Maar dan moet u deze tegemoetkoming wel tijdig aanvragen! Als u een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) bent, heeft u tot en met 1 januari 2020 te tijd om de aanvraag voor WBSO-tegemoetkoming voor het jaar 2020 in te dienen.

Let op!
Als u wel personeel in dienst hebt, moet u meer haast maken om de WBSO-tegemoetkoming aan te vragen, namelijk uiterlijk 30 november 2019.

IB-ondernemers

1. Doteer nog snel aan oudedagsreserve

In 2020 wordt het tweeschijvenstelsel ingevoerd. Het laagste tarief van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (IB/PVV) stijgt dan naar 37,35%. Het hoogste tarief daalt van 51,75% naar 49,5%. Een manier om de fiscale winstneming uit te stellen is het doteren aan de oudedagsreserve (OR). Wie aan de OR kan doteren, doet dit in principe voor 9,44% van de winst, maar maximaal € 8.999 (cijfers 2019).

Let op!
Om te kunnen doteren aan de oudedagsreserve moet een ondernemer in 2019 voldoen aan het urencriterium en aan het begin van 2019 de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt.

2. Voldoe aan urencriterium

Als ondernemer kunt u gebruik maken van diverse ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting, zoals de ondernemersaftrek en de mogelijkheid om te doteren aan de oudedagsreserve. Om deze faciliteiten te mogen toepassen, moet u voldoen aan het zogeheten urencriterium. Dat betekent dat u in 2019 minstens 1.225 uur moet besteden aan uw onderneming. Maak dit aannemelijk met een urenadministratie. Overigens wordt de grens niet aangepast als u maar een deel van het jaar ondernemer bent. In geval van zwangerschap, worden de uren die de onderneemster normaliter wel zou hebben gewerkt in de 16 weken rondom de bevalling toch meegeteld.

Let op!
Een voorwaarde is ook dat u meer dan de helft van uw totale arbeidstijd besteedt aan uw onderneming. Daardoor is het van belang om niet te veel tijd te besteden aan andere werkzaamheden (bijvoorbeeld ‘bijbaantjes’ in dienstbetrekking). Deze eis geldt niet als u in een of meer van de voorgaande vijf kalenderjaren geen ondernemer was en in die periode hooguit twee keer de zelfstandigenaftrek heeft toegepast.

3. Voorkom verdamping verlies uit 2010

Heeft u in 2010 een fiscaal verlies geleden maar dit nog niet volledig verrekend? Doe dan dit jaar niet te veel aan fiscaal winstuitstel. Bijvoorbeeld door af te zien van een dotatie aan de oudedagsreserve of een fiscale boekwinst op een bedrijfsmiddel te laten vrijvallen. Voor zover u het verlies uit 2010 niet weet te verrekenen met winst uit 2019, zal het namelijk op 1 januari 2020 verdampen.

Vennootschappen en dga's

1. Dien aangifte 2018-2019 snel in

Hanteert uw bedrijf een gebroken boekjaar, bijvoorbeeld van 1 september tot en met 31 augustus? Dien dan uw aangifte vennootschapsbelasting over september 2018 – augustus 2019 in vóór 1 december 2019. Een B.V. kan namelijk onder de huidige wetgeving heffing van belastingrente voorkomen door de aangifte vennootschapsbelasting in te dienen vóór de eerste dag van de vierde maand na afloop van het boekjaar. Er is een voorstel ingediend om geen belastingrente meer in rekening te brengen als de aangifte op tijd is ingediend, dat wil zeggen voor de eerste dag van de zesde maand na afloop van het tijdvak waarop de aangifte ziet.

Let op!
Als de maatregel wordt aangenomen, zal zij al gaan gelden voor belastingaanslagen over tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2019.

2. Voordelig om nog dit jaar een dividenduitkering te doen?

Op 1 januari 2020 zal het tarief over het inkomen uit aanmerkelijk belang stijgen van 25% naar 26,25%. Dit kan een goede reden zijn om dit jaar nog dividend uit te keren dat onder het huidig tarief kan vallen.

Let op!
In 2020 en latere jaren maakt het niet uit of de winstreserve van uw B.V. is ontstaan vóór de tariefsverhoging: het tarief van 26,25% is volledig op eventuele uitkeringen van toepassing.

3. Los schuld aan dga af na 1 januari 2020

Als uw B.V. al geruime tijd een schuld heeft aan u en u wilt haar deze schuld laten aflossen, wacht daar dan mee tot na 1 januari 2020. Zo voorkomt u dat het geldbedrag dat u ontvangt meteen in de rendementsgrondslag van box 3 voor het jaar 2020 valt.

Let op!
Een probleem kan ontstaan als u vanuit uw privévermogen een lening van hooguit drie maanden heeft verstrekt. De inspecteur past in zo’n geval de volgende sanctie toe. Ten eerste rekent hij de vordering aan uw box 3-vermogen toe. Tegelijkertijd belast hij bij u het voordeel uit de terbeschikkingstelling. De fiscus kan deze sanctie ook toepassen als de terbeschikkingstelling langer dan drie maanden maar niet meer dan zes maanden duurde. U kunt in deze situatie de dubbele heffing alleen ontlopen als u aannemelijk maakt dat uw handelingen voor meer dan 50% zijn gebaseerd op zakelijke overwegingen.

4. Laat verliezen B.V. niet verloren gaan

Let erop dat in de vennootschap geleden verliezen beperkt aftrekbaar zijn. Een verlies van 2019 is te verrekenen met de winst van 2018 of met de winsten van de jaren 2020 tot en met 2025. Heeft u nog verrekenbare verliezen in uw B.V. van 2010? Voorkom dan dat deze verliezen verdampen. Laat bijvoorbeeld voorzieningen vrijvallen, zoals de herinvesteringsreserve of verkoop bedrijfsmiddelen met stille reserves aan een gelieerde vennootschap. Een andere methode is sale/lease back van bedrijfsmiddelen met stille reserves.

5. Deponeer jaarrekening op tijd

Zorg ervoor dat uw B.V. tijdig haar jaarrekening deponeert. Dit is vooral belangrijk als een faillissement eraan zit te komen. U riskeert dan namelijk als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor de schulden van de B.V. die niet door vereffening zij te voldoen. Het deponeren van de jaarrekening bij de Kamer van Koophandel (KvK) moet uiterlijk acht dagen na vaststelling van die jaarrekening plaatsvinden. Bovendien moet het deponeren uiterlijk twaalf maanden na afloop van het desbetreffende boekjaar plaatsvinden De uiterste deponeerdatum voor het boekjaar 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 is dus 31 december 2019. Als u vreest dat u het niet redt om de jaarstukken tijdig te deponeren, kunt u desnoods de voorlopige jaarrekening deponeren.

Let op!
Als alle aandeelhouders ook bestuurder of commissaris zijn, heeft u minder tijd om de jaarrekening te deponeren. Zelfs als de maximale vijf maanden uitstel zijn verleend voor het opstellen van de jaarrekening (de normale termijn is vijf maanden), moet u de jaarrekening voor het boekjaar 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018 uiterlijk deponeren op 8 november 2019. In statuten kan overigens van deze wettelijke regeling zijn afgeweken!

Tip
Lukt het echt niet om de jaarstukken op tijd te deponeren, dan rest u toch nog een mogelijkheid om de aansprakelijkstelling te voorkomen. Hoewel u als bestuurder wordt geacht uw taak onbehoorlijk te hebben vervuld, bent u niet aansprakelijk als u aannemelijk weet te maken dat dit onbehoorlijk bestuur geen belangrijke oorzaak is van het faillissement.

6. Koop nog vóór 1 januari 2020 uw pensioen in eigen beheer af

Heeft u als dga in 2019 nog pensioen in eigen beheer (PEB)? En wilt u na lang wikken en wegen dit PEB afkopen? Wacht daar dan niet langer mee, want 2019 is het laatste jaar waarin u nog een fiscale korting bij deze afkoop mag toepassen! U mag namelijk in 2019 op de belaste afkoopwaarde een vermindering toepassen van 19,5% van de balanswaarde van de corresponderende verplichting bij de pensioen-B.V. Daarbij geldt dat de fiscale balanswaarde hoogstens gelijk is aan de waarde van de verplichting aan het einde van het boekjaar dat in 2015 eindigde.

Let op!
U kunt het PEB alleen afkopen met toestemming van uw (ex-)partner. Bespreek daarom uw voornemen om af te kopen eerst met uw (ex-)partner.

7. Zet pensioen in eigen beheer nog in 2019 om in oudedagsverplichting

Als u uw pensioen in eigen beheer (PEB) niet wilt afkopen, kunt u dit jaar nog besluiten om dit pensioen om te zetten in een oudedagsverplichting (ODV). In 2020 komt deze mogelijkheid te vervallen! Voor het omzetten van een PEB heeft u overigens ook de toestemming van uw (ex)-echtgenoot nodig. Bespreek dus tijdig met hem of haar uw voornemen om het PEB om te zetten in een ODV.

Let op!
Heeft u uw PEB eenmaal omgezet in een ODV, dan moet u voor het oprenten in beginsel de marktrente hanteren. Deze bedraagt voor 2019 0,269%.

8. Hevel vorderingen en belastingschulden over naar B.V.

Leningen of vorderingen zijn bezittingen die in box 3 bij u als dga belastbaar zijn. Als u grote belastingschulden heeft, zijn deze schulden niet aftrekbaar in box 3. U kunt uw B.V. de vorderingen en de belastingschulden die u heeft over laten nemen. Hierdoor vindt een verrekening van de vordering en schulden plaats. Voor zover de schulden groter zijn dan de vorderingen, ontstaat een schuld aan de B.V. Die schuld kwalificeert wel als schuld voor box 3. Hierdoor kan een besparing van belasting over uw vermogen in box 3 worden bereikt. Uiteraard moet de overdracht van de vorderingen en belastingschulden wel plaatsvinden vóór de peildatum van 1 januari 2020.

Let op!
Als per saldo een vordering op uw B.V. ontstaat, valt deze vordering onder de terbeschikkingstellingsregeling en moet u over de rente in box 1 belasting betalen. Ga na of dat wenselijk is. Is dit niet wenselijk, draag dan een lager deel van de vordering over!

9. Rond vereffening af in 2019

In tegenstelling tot gewone verliezen uit een deelneming kunnen liquidatieverliezen wel aftrekbaar zijn bij de holding. Maar dan moet men wel voldoen aan enkele voorwaarden. Zo moet de vereffening zijn voltooid in het jaar waarin uw holding het liquidatieverlies wil aftrekken. Wilt u dat het liquidatieverlies in 2019 aftrekbaar is, rond dan de vereffening nog dit jaar af. Als u juist wilt dat uw holding pas in 2020 het liquidatieverlies aftrekt, stel de afronding van de vereffening dan uit tot in 2020.

10. Geef uw kind vóór 2020 een baan bij uw B.V.

In beginsel moet u inkomstenbelasting betalen als u als dga de aandelen in uw B.V. schenkt aan uw kinderen of aan een andere bedrijfsopvolger. U betaalt dan belasting over de waarde in het economische verkeer van de aandelen minus uw verkrijgingsprijs. Onder voorwaarden kunt u deze fiscale claim doorschuiven. Zo geldt de eis dat de verkrijger al gedurende 36 maanden vóór de schenking in dienstbetrekking was bij de B.V. Deze voorwaarde vergt dus enige voorbereiding. Als u uw aandelen fiscaal geruisloos wilt schenken op 1 januari 2023, moet deze begunstigde dus uiterlijk 31 december 2019 in dienst treden bij uw B.V.

11. Vraag vóór 1 januari 2020 ontvoeging aan

Wilt u dat een of meer lichamen die nu zijn gevoegd in een fiscale eenheid (FE) voor de vennootschapsbelasting deze FE op verzoek verlaten? En wilt u dat deze zogeheten ontvoeging plaatsvindt op 1 januari 2020? Dan moet u het verzoek om deze ontvoeging uiterlijk op 31 december 2019 hebben ingediend.

Btw en overdrachtsbelasting

1. Geef btw-correctie auto op in 4e kwartaal 2019

De btw die in 2019 aan u(w bedrijf) in rekening is gebracht op de aanschaf, het onderhoud en het gebruik van de zakelijke auto, is aftrekbaar als voorbelasting zolang u(w bedrijf) de auto heeft gebruikt voor belaste omzet. Als u de auto in 2019 mede voor privédoeleinden heeft gebruikt, moet u daarvoor een correctie toepassen in uw laatste btw-aangifte van 2019. Als u het werkelijke privégebruik niet heeft bijgehouden, mag u uitgaan van 2,7% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm). Voor bepaalde auto’s, waaronder auto’s die vijf jaar in de onderneming zijn gebruikt, mag u een forfait van 1,5% van de catalogusprijs (inclusief btw en bpm) toepassen.

Let op!
Woon-werkverkeer wordt voor de btw-heffing als privé aangemerkt.

2. Vraag snel te veel afgedragen btw terug

Het is verstandig om op basis van uw administratie geregeld te controleren of uw btw-aangiften juist zijn. Als u tijdens de controle van uw btw-aangiften ontdekt dat te veel btw is afgedragen, kunt u het bedrag aan te veel afgedragen btw corrigeren met een suppletieaangifte. Dit kan zowel over 2019 als over de vijf voorgaande jaren.

Tip
U hoeft de suppletieaangifte niet te gebruiken als de correctie hooguit € 1.000 bedraagt. In dat geval mag u de correctie namelijk verwerken in uw eerstvolgende btw-aangifte. Hetzelfde geldt voor een correctie van hooguit € 1.000 aan te weinig afgedragen btw.

3. Geef BUA-correctie op in slotaangifte 2019

Heeft u in 2019 btw op kosten voor relatiegeschenken of personeelsverstrekkingen afgetrokken? Controleer dan of u een of meer personeelsleden hiermee voor meer dan € 227 (exclusief btw) heeft bevoordeeld. En check ook of u een of meer relaties voor meer dan € 227 heeft bevoordeeld. Als minstens een van beide situaties zich voordoen, moet u in de btw-aangifte over het laatste tijdvak van 2019 de afgetrokken btw corrigeren en alsnog voldoen. Dit wordt ook wel de BUA-correctie genoemd (BUA: Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting).

Let op!
De fiets van de zaak valt buiten de BUA-regeling. En voor de btw-aftrek op kosten van verstrekkingen van eten en drinken aan personeel gelden aparte regels.

4. Reik vóór 28 januari 2020 90%-verklaring uit

Als u in 2018 een onroerende zaak heeft gekocht en samen met de verkoper heeft geopteerd om de levering met btw te belasten, moet u tijdig een en ander regelen. U moet namelijk binnen vier weken na afloop van het boekjaar volgend op het boekjaar van levering (dus vóór 28 januari 2020) een zogeheten 90%-verklaring uitreiken aan de verkoper en de fiscus. In deze verklaring vermeldt u of u de onroerende zaak gebruikt voor doeleinden waarvoor u voor minstens 90% recht heeft op btw-aftrek. Als u in het eerste boekjaar of in het daaropvolgende boekjaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, stelt de Belastingdienst dat de levering met terugwerkende kracht alsnog vrijgesteld is van btw. Voor de verkoper betekent dit dat het recht op btw-aftrek vervalt en dat hij de in vooraftrek gebrachte btw moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Als u in een later jaar niet meer voldoet aan het 90%-criterium, moet u op de gewone manier uw btw-aftrek herzien.

Tip
Bent u zelf verkoper van een onroerende zaak en wil uw afnemer dat u samen met hem opteert voor een btw-belaste levering? Stel dan in de koopovereenkomst duidelijke afspraken op over de eventuele btw-schade als de optie voor btw-belaste levering vervalt. Beding bijvoorbeeld dat de koper de btw-schade aan u vergoedt als hij niet meer voldoet aan de 90%-norm.

5. Factureer vóór 1 januari 2020

In 2020 vindt een aanpassing plaats van de kleineondernemersregeling (KOR) in de omzetbelasting. Wie kiest voor toepassing van de nieuwe KOR hoeft geen btw-aangifte te doen. Hij mag geen btw in rekening brengen en dus ook niet op de factuur vermelden. Hij heeft evenmin recht op de teruggaaf van betaalde btw. Om te kunnen kiezen voor de KOR mag de omzet in Nederland in het kalenderjaar maximaal € 20.000 bedragen. De verkoop van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen telt niet voor deze omzetbepaling. Als u de facturen voor leveringen begin 2020 nog dit jaar verzendt, valt deze omzet in dit jaar en heeft u meer kans om in 2020 onder de drempel te blijven. Als u kiest voor de nieuwe KOR, bent u daar in principe voor minstens drie jaar aan gebonden.

Let op!
De nieuwe KOR zal alleen gelden voor prestaties die u in Nederland verricht.

6. Vraag btw over 2018 terug

Zit u al lang te wachten op een betaling van een debiteur? Weet dan dat u als crediteur uiterlijk één jaar na het opeisbaar worden van een vordering recht op teruggaaf van btw verkrijgt. Het bedrag van de teruggaaf mag u in mindering brengen op de periodieke btw-aangifte. U hoeft geen afzonderlijk verzoek in te dienen bij de Belastingdienst. Was vóór 31 december 2018 al duidelijk dat de factuur door uw debiteur niet zou worden betaald? Dan had u om teruggaaf btw moeten verzoeken over het tijdvak waarin duidelijk werd dat uw debiteur niet zou betalen.

Let op!
Als de debiteur de oninbaar geleken vordering op een later tijdstip alsnog betaalt, moet u de eerder op de aangifte in mindering gebrachte btw opnieuw op aangifte voldoen.

7. Dring aan op verklaring afnemer intracommunautaire levering

Als u een intracommunautaire levering hebt verricht, mag u onder voorwaarden het nultarief toepassen. Een belangrijke voorwaarde is dat u kunt bewijzen dat het goed Nederland heeft verlaten. Het vereiste aantal bewijsstukken wordt per 1 januari 2020 teruggebracht tot twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken. Bij twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken worden de goederen geacht vanuit het grondgebied van de lidstaat van levering te zijn verzonden of vervoerd. Denk aan een ondertekend CMR-document en een door een onafhankelijke derde ondertekend vervoersdocument. De verklaring van uw afnemer moet uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op de maand waarin de intracommunautaire levering plaatsvond in uw handen zijn.

Let op!
U moet bewijsstukken leveren die afkomstig zijn van twee partijen die onafhankelijk zijn van elkaar.

8. Achterhaal tijdig juist btw-identificatienummer

Per 1 januari 2020 krijgt u te maken met een nieuwe voorwaarde om aanspraak te kunnen maken op toepassing van het nultarief bij intracommunautaire transacties. U zult namelijk een juiste periodieke Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (Opgaaf ICP) moeten indienen. Het vermelden van een juist btw-identificatienummer is nodig voor het indienen van een juiste Opgaaf ICP en wordt daarmee verplicht. Als u als ondernemer niet aan de voorwaarden voldoet, vervalt uw de aanspraak op het nihiltarief op de betreffende levering.

Tip
Herstel is mogelijk als de inspecteur oordeelt dat u alsnog aan de voorwaarden voldoet. Bijvoorbeeld omdat u binnen een bepaalde termijn het juiste btw-identificatienummer van de afnemer overlegt zodat u alsnog voldoet aan de voorwaarden.

Tip
U kunt de geldigheid van de btw-identificatienummers controleren in de Europese VIES database, waarbij u telkens één btw-nummer tegelijk kunt opvragen. Grant Thornton heeft een tool ontwikkeld waarmee u in batches tot enkele duizenden btw-nummers tegelijkertijd kunt checken en meteen een pdf met resultaat krijgt, om als bewijs te bewaren. Bent u geïnteresseerd in onze tool? Neem dan contact op met onze btw-adviseurs.

9. Wacht met overbrengen voorraad op afroep

Vanaf 1 januari 2020 kunt u eigen goederen uit uw bedrijf overbrengen naar een andere EU-lidstaat zonder dat de Belastingdienst deze overbrenging behandelt als een levering van goederen onder bezwarende titel. De intracommunautaire levering (ICL) en de intracommunautaire verwerving (ICV) vinden daardoor pas plaats op een later tijdstip. In plaats van de leverancier, moet de afnemer de ICV aangeven in de lidstaat van bestemming. U als leverancier hoeft zich in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep dus niet meer in de lidstaat van bestemming te registreren.

Let op!
Deze regeling is niet optioneel; zij is van toepassing zodra u voldoet aan de voorwaarden.

10. Laat intracommunautair vervoer in 2020 plaatsvinden

Als partijen hetzelfde goed aan elkaar doorverkopen, terwijl de eerste leverancier het goed rechtstreeks levert aan de laatste afnemer, is sprake van een keten. Het vaststellen van de btw-gevolgen kan nu soms ingewikkeld zijn, maar vanaf 1 januari 2020 zal een regeling gelden die wat eenvoudiger is. Ten eerste moet men in de nieuwe situatie de tussenhandelaar bepalen. De tussenhandelaar is de leverancier in de keten die de goederen zelf verzendt of vervoert ofwel voor zijn rekening door een derde laat verzenden of vervoeren. Zo’n tussenhandelaar kan niet de eerste leverancier in de keten zijn. In beginsel moet men ervan uitgaan dat de intracommunautaire levering plaatsvindt aan die tussenhandelaar. De overige leveringen binnen de keten tellen als een binnenlandse levering. De leveringen in de keten vóór de intracommunautaire levering gebeuren in de lidstaat van aanvang van het intracommunautaire vervoer. De leveringen in de keten na de intracommunautaire levering gebeuren in de lidstaat waar het intracommunautair vervoer eindigt.

Tip
Als de tussenhandelaar een btw-identificatienummer heeft gekregen van de lidstaat waaruit de goederen zullen vertrekken en hij dit nummer verstrekt aan zijn leverancier, hoeft men de verzending uitsluitend toe te schrijven aan de levering van goederen door die tussenhandelaar.

11. Pas communicatiemiddelen voor eenmanszaak aan nieuw btw-id aan

De Belastingdienst verstrekt in het najaar van 2019 alle eenmanszaken een nieuw btw-identificatienummer (btw-id), waarin het Burgerservicenummer (BSN) niet is verwerkt. Vanaf 1 januari 2020 moet u dit nieuwe btw-id gebruiken voor uw zakelijke contacten, zowel binnen als buiten de EU. Pas daarom uw factuurpapier, factuursjabloon, internetsite(s), briefpapier, overige digitale sjablonen en andere communicatiemiddelen tijdig aan. En licht uw belastingadviseur, vaste leveranciers en zakelijke klanten in.

Let op!
U blijft uw bestaande omzetbelastingnummer gebruiken voor contact met de Belastingdienst.

Werkgevers

1. Ken uw werknemers nog in 2019 een bonus toe

Als u aan het einde van 2019 nog vrije ruimte over heeft én u overweegt om een of meer werknemers een bonus te geven, kunt u deze bonus in de vrije ruimte laten vallen. Daarbij gelden wel als voorwaarden dat u de bonus nog in 2019 uitbetaalt en voldoet aan het gebruikelijkheidscriterium. Dit betekent dat de bonus niet meer dan 30% mag afwijken van wat voor vergelijkbare werknemers in dezelfde sector gebruikelijk is.

Tip
Het ministerie van Financiën keurt een bonus van maximaal € 2.400 per werknemer per jaar in ieder geval goed. U hoeft daarvoor geen bewijs of onderbouwing te leveren. Bent u dga? Dan mag u zichzelf ook een bonus van € 2.400 toekennen, mits daarvoor voldoende vrije ruimte is.

Let op!
Wilt u een hogere bonus toepassen, dan moet u bewijzen dat een dergelijke bonus gebruikelijk is in uw sector.

2. Stel na 2019 fiets ter beschikking

Wilt u uw werknemer een fiets van de zaak ter beschikking stellen? Wacht daar dan mee tot na 31 december 2019. Vanaf 1 januari 2020 geldt namelijk een forfaitaire waardering voor het privégebruik van deze fiets. De fiscus gaat uit van een waarde van 7% van de consumentenadviesprijs. De fabrikant of de importeur maakt in Nederland deze prijs publiekelijk kenbaar.

3. Houd personeelsfeestje 2020 op de zaak

Een begin 2020 gepland personeelsfeestje kan onder de werkkostenregeling onbelast blijven als u de borrel op de werkplek organiseert. Zowel de drankjes en hapjes die de werknemers consumeren, als de kosten van bijvoorbeeld entertainment vallen onder deze faciliteit. Kiest u voor een externe locatie, dan zijn een personeelsfeestje én de consumpties eindheffingsloon en wel tegen de factuurwaarde. Eventueel kunt u hiervoor de vrije ruimte gebruiken. Maar dan legt u al op 2 januari beslag op deze ruimte.

Tip
De verstrekte consumpties zijn ook onbelast voor werknemers van andere vestigingen, locaties of kantoren én voor werknemers van andere werkgevers met wie u de concernregeling toepast.

Let op!
Wilt u nog in 2019 een personeelsfeestje organiseren en zit u krap in vrije ruimte? Houd er dan rekening mee dat maaltijden bij een personeelsfeest niet vrij zijn te verstrekken. Het normbedrag is in 2019 € 3,35.

4. Pas de concernregeling over 2019 toe

Als uw bedrijf een concern vormt met minstens twee concernonderdelen, kan het handig zijn om de concernregeling toe te passen. In dat geval hoeft u de vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers van meer dan één concernonderdeel niet langer te splitsen. U kunt de concernregeling toepassen bij een aandelenbelang van minimaal 95%. Als twee of meer stichtingen gedurende het gehele kalenderjaar in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zo met elkaar zijn verweven, dat zij een eenheid vormen, is eveneens sprake van een concern

Tip
Als u voor het jaar 2019 nog de concernregeling wilt toepassen, moet u daarvoor uiterlijk bij de aangifte over het eerste tijdvak van 2020 kiezen.

5. Check of de sectorindeling voor 2020 klopt

Eind 2019 krijgt u van de Belastingdienst een beschikking met de sectorindeling én de premies voor de werkhervattingskas voor 2020. Ga na of de sectorindeling klopt met de activiteiten van uw bedrijf, want als u in de verkeerde sector wordt ingedeeld, kan dit grote financiële gevolgen hebben.

Let op!
Controleer ook de premies! Want ook als de sectorindeling juist is, kunnen de premies werknemersverzekeringen toch onjuist zijn berekend. Reken dit dus na.

Let op!
De huidige premiedifferentiatie WW op basis van sector wordt per 1 januari 2020 vervangen door premiedifferentiatie op basis van de aard van de arbeidsovereenkomst. Kort gezegd houdt de premiedifferentiatie in dat voor werknemers met een vast contract een lagere premie geldt dan voor werknemers met een flexibele arbeidsrelatie. Het verschil tussen de hoge en lage premie bedraagt 5 procentpunt! Is ten onrechte de lage premie toegepast, dan kan deze met terugwerkende kracht worden herzien.

6. Check datum pensionering

Als u oudere werknemers in dienst heeft, moet u rekening houden met de jaarlijkse verhoging van de AOW-leeftijd. Op basis van het in de zomer gesloten pensioenakkoord blijft de AOW-leeftijd per 1 januari 2020 66 jaar en vier maanden.

7. Rond afsluiting loonadministratie 2019 af

Nu het einde van het jaar nadert, is het bijna tijd om de loonadministratie over 2019 af te sluiten. Doe dit zo snel mogelijk. In ieder geval moet dit gebeurd zijn vóórdat u de loonaangifte over het laatste tijdvak van 2019 moet indienen. Controleer bij de afsluiting of u van iedere werknemer een kopie heeft van het identificatiebewijs. Zorg er ook voor dat u alle rekeningen van verstrekkingen en terbeschikkingstellingen aan werknemers en declaraties van aan werknemers vergoede kosten op orde heeft.

Let op!
Weet u de identiteit van een werknemer niet op de juiste manier vast te stellen, pas dan het anoniementarief toe. Anders riskeert u een verzuimboete van maximaal € 5.278.

8. Check vóór jaarwisseling administratie van uitzendkrachten

Maakt u binnen uw bedrijf gebruik van uitzendkrachten en andere medewerkers die niet bij uw onderneming in dienst zijn (zoals gedetacheerden)? Dan is het van belang dat u vóór het einde van 2019 controleert of uw administratie met betrekking tot deze medewerkers op orde is. Zo moet u van al deze medewerkers de identiteit hebben gecontroleerd. Aangezien u uitzendkrachten niet mag vragen om een kopie van een identiteitsbewijs, is het raadzaam bij de controle het soort identiteitsbewijs, het nummer en de geldigheidsduur te noteren Daarnaast moet u bijhouden hoeveel loon en vakantiebijslag zij hebben ontvangen én hoeveel uren zij hebben gewerkt.

Let op!
Verder moet u de registratie van het uitzendbureau checken. Voldoet u niet aan deze verplichting, dan kan de Inspectie SZW u bij een eventuele controle een boete opleggen van € 8.000 tot maximaal € 32.000 per werknemer (afhankelijk van het aantal ter beschikking gestelde arbeidskrachten). Deze boetes kunnen bij recidive worden verdubbeld of zelfs verdrievoudigd!

9. Verhoog uw vrijwilligersvergoeding in 2020

Houdt u zich bezig met het zoeken naar vrijwilligers voor een stichting of vereniging? En kan dit lichaam gebruik maken van de vrijwilligersregeling? Wijs dan potentiële vrijwilligers op de mogelijkheid van indexatie van de vrijgestelde vergoeding vanaf 1 januari 2020. Sinds 1 januari 2019 kunnen vrijwilligers een belastingvrije vergoeding krijgen van maximaal € 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar. Ook hoeft de stichting of vereniging als opdrachtgever over dat bedrag geen premies werknemersverzekeringen af te dragen. Met Prinsjesdag is een voorstel gepresenteerd om de genoemde maxima met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks te indexeren. De wetgever zal het maximumbedrag per kalenderjaar rekenkundig afronden op een veelvoud van € 100.

Let op!
Alleen algemeen nut beogende instellingen, sportorganisaties of andere lichamen die niet zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting of van vennootschapsbelasting zijn vrijgesteld, mogen de vrijwilligersregeling toepassen.

10. Let op de wijzigingen in het ontslagrecht

Per 1 januari 2020 wijzigt het ontslagrecht met de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans. Een belangrijke versoepeling betreft de introductie van een cumulatiegrond. Als meerdere ontslagredenen een rol spelen, die ieder op zichzelf gezien echter te zwak zijn om tot ontslag over te gaan, kan de rechter de afweging maken of ontslag op basis van de cumulatiegrond gerechtvaardigd is. Nu is ontslag alleen mogelijk als er sprake is van een goed onderbouwde ontslaggrond. Tegenover deze versoepeling staat echter een hogere transitievergoeding (50%) voor de werknemer die op basis van de cumulatiegrond wordt ontslagen. Andere belangrijke wijzigingen hebben betrekking op de berekening van de transitievergoeding:

  • ook transitievergoeding bij kort dienstverband: nu moet een werknemer eerst twee jaar bij u in dienst zijn geweest om aanspraak te maken op een transitievergoeding. Vanaf 1 januari 2020 geldt de transitievergoeding vanaf dag één en zal de standaard ontslagvergoeding een derde van het maandsalaris bedragen, voor elk jaar dienstverband.
  • lagere transitievergoeding bij lang dienstverband: nu geldt bij een lang dienstverband een hogere transitievergoeding (half maandsalaris per jaar) voor de jaren dat het dienstverband langer heeft geduurd dan tien jaar. Die hogere transitievergoeding komt te vervallen: per jaar geldt een transitievergoeding van een derde maandsalaris, ongeacht de duur van het dienstverband.
  • de overgangsregeling voor oudere werknemers komt te vervallen: nu geldt nog een overgangsregeling waarbij oudere werknemers aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding van een maandsalaris per jaar voor de jaren waarin zij ouder dan 50 jaar waren bij een dienstverband van meer dan tien jaar, tenzij er sprake was van een kleine werkgever (minder dan 25 werknemers). Door het vervallen van deze overgangsregeling wordt voor de werkgever ontslag van een oudere werknemer na 1 januari 2020 veelal goedkoper.

Let op!
Zegt u de arbeidsovereenkomst met een werknemer ouder dan 50 jaar, die minstens tien jaar in dienst is geweest, vóór 1 januari 2020 op, maar gaat het ontslag pas in na 1 januari, dan moet u toch de transitievergoeding volgens de overgangsregeling betalen. Voor de werknemer voordeliger, maar voor u als werkgever niet.

Tip
Download ons whitepaper en lees vijf tips over hoe u zich kunt voorbereiden op de Wet arbeidsmarkt in balans.

11. Regel snel een A1-verklaring

Als u werknemers in dienst heeft die in Nederland werken maar in het buitenland wonen, is het de vraag in welk land deze werknemers zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen en of u voor hen sociale premies moet inhouden en afdragen. Hierover kunt u zekerheid krijgen door bij de sociale zekerheidsinstantie van het woonland (in de meeste gevallen Duitsland of België) een beschikking aan te vragen die aangeeft welk wettelijk stelsel van sociale zekerheid van toepassing is. Deze beschikking noemt men ook wel de A1-verklaring. Omdat de A1-verklaring meestal voor 12 maanden geldt, moet u jaarlijks een nieuwe beschikking aanvragen. Het einde van het jaar is een goed moment om te inventariseren wanneer de lopende verklaringen aflopen. Maak hiervan een overzicht en mochten er een of meer verklaringen per 31 december 2019 aflopen, vraag dan nog in 2019 een nieuwe beschikking aan als u ook in 2020 zekerheid wilt hebben over de vraag of de betreffende werknemers wel of niet in Nederland zijn verzekerd voor de sociale verzekeringen.

12. Verleng werkvergunningen

Heeft u werknemers in dienst die geen EU- of EER-nationaliteit hebben? Zorg dan ervoor dat u voor deze mensen beschikt over een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Aangezien deze vergunningen voor een bepaalde periode worden afgegeven en meestal per het eind van een kalenderjaar aflopen, is het raadzaam om zo snel mogelijk te checken of een of meer werkvergunningen per 31 december 2019 aflopen. Is dit inderdaad het geval, vraag dan direct een verlenging aan, mits dit gewenst is.

Tip
Voor Zwitserse werknemers heeft u, net als voor EU-werknemers, geen tewerkstellingsvergunning nodig.

13. Doe nog vóór 1 januari 2020 een schenking

Als u nog vóór 1 januari 2020 aan uw (klein)kinderen schenkt, kunnen zij gebruikmaken van de jaarlijkse vrijstelling van € 5.428 (kinderen) of € 2.173 (algemene vrijstelling). Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar geldt daarnaast een eenmalige vrijstelling voor schenkingen van € 26.040. Hierbij valt de dag van de 40e verjaardag nog binnen de leeftijdsgrens. Is het een schenking aan kinderen voor een studie, dan is de eenmalige vrijstelling € 54.246. Bij een schenking voor een eigen woning is de eenmalige vrijstelling zelfs € 102.010. Met betrekking tot deze eenmalige vrijstelling is het echter niet noodzakelijk om haast te maken met een schenking, want in fiscaal opzicht maakt het in principe geen verschil of de schenking in 2019 of in 2020 wordt gedaan. De vrijstelling van € 102.010 geldt voor iedereen die tussen de 18 en 40 jaar is.

Tip
U bent niet verplicht het gehele bedrag van € 102.010 in één jaar te schenken. Het onbenutte deel kunt u gespreid toepassen over een periode van maximaal twee jaren die direct volgen op het eerstgenoemde kalenderjaar. Houd er wel rekening mee dat de toepassing van de verhoogde vrijstelling wordt beïnvloed als eventueel in een voorgaand jaar al een eenmalig verhoogde schenking plaatsvond.

Let op!
Ook als u gespreid schenkt, mag de begunstigde de leeftijdsgrens van 40 jaar niet overschrijden. Heeft degene aan wie u wilt schenken de leeftijd van 40 jaar al bereikt, maar is zijn partner wel jonger, dan is de eenmalige vrijstelling toch toe te passen.

14. Vul verhoogde vrijstelling aan

Is vóór 2010 gebruik gemaakt van de eenmalige verhoogde vrijstelling voor een kind tussen de 18 en 35 jaar, maar daarna niet meer? Dan is dit jaar de verhoogde vrijstelling bij schenkingen aan kinderen tussen de 18 en 40 jaar ten behoeve van de eigen woning toe te passen. Of beter gezegd, het gaat om een aanvulling op de eerder genoten toegepaste verhoogde vrijstelling. De vrijstelling in 2019 bedraagt dan namelijk nog maar € 28.206.

Tip
Op het moment van de schenking ten behoeve van de eigen woning moet het begunstigde kind of zijn partner tussen de 18 en 40 jaar oud zijn.

15. Doe vóór 1 maart 2020 aangifte schenkbelasting

Als u in 2019 een of meer schenkingen heeft ontvangen, waarover u schenkbelasting moet betalen, dien dan uw aangifte schenkbelasting in vóór 1 maart 2020. In dat geval bent u in ieder geval op tijd. Als u de eenmalige (bijzondere) verhoogde vrijstelling voor schenkbelasting wilt gebruiken zodat u per saldo niets betaalt, moet u ook tijdig uw aangifte indienen. In deze aangifte moet u namelijk verzoeken om toepassing van de eenmalige (bijzondere) verhoogde vrijstelling. Als u later dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar van schenking de aangifte schenkbelasting indient, gaat de aanslagtermijn pas de dag na de aangifte in. Dat betekent dat u langer moet wachten voordat u zekerheid heeft.

Tip
U kunt de aangifte schenkbelasting zoeken op de website van de Belastingdienst of online aangifte schenkbelasting doen via ‘Mijn Belastingdienst’.

16. Doneer dit jaar aan culturele instelling

Als u in 2019 nog een schenking wilt doen aan een goed doel, is een donatie aan een culturele algemeen nut beogende instelling (ANBI) fiscaal voordeliger dan een donatie aan een gewone ANBI. Een gift aan een culturele instelling levert u namelijk voor de inkomstenbelasting een aftrekpost op van 125% van het geschonken bedrag, in plaats van 100%. De extra aftrek van 25% is gemaximeerd op € 1.250. Ook geldt evenals bij gewone giften een drempel van 1% van het verzamelinkomen (maar de drempel bedraagt minstens € 60) vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek en een maximale aftrek van 10% van het verzamelinkomen (vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek). Bovendien daalt in 2020 het maximum effectieve percentage waartegen u de giften kunt aftrekken van 51,75% naar nog maar 46%!

Tip
Heeft u een eigen B.V., dan kunt u via uw B.V. ook schenken aan een culturele instelling. Dat levert in de vennootschapsbelasting een extra aftrek op van 50% van het bedrag dat uw B.V. heeft geschonken aan culturele instellingen, met een maximum van € 2.500.

17. Betaal uw alimentatie vóór 1 januari 2020

Een alimentatiebetaling aan uw ex-echtgenoot vormt een onderdeel van de persoonsgebonden aftrek. In 2019 is de alimentatie aftrekbaar tegen maximaal 51,75%. In 2020 is de alimentatie maar aftrekbaar tegen hoogstens 46%. Probeer dus om de alimentatie in 2019 te laten vallen. Dit betekent wel dat u uiterlijk op 31 december 2019 het alimentatiebedrag moeten hebben overgemaakt.

Let op!
U mag een alimentatieverplichting niet als schuld opvoeren in box 3.

18. Vergeet niet om in 2019 periodiek te verrekenen

Echtgenoten die op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd met in die voorwaarden een periodiek verrekenbeding, willen nog weleens vergeten om deze verrekening ook uit te voeren. En als de verrekening achterwege is gebleven, zal bij het einde van het huwelijk door scheiding of overlijden (ook fiscaal) worden afgerekend alsof er gemeenschap van goederen was. Bent u ook getrouwd op huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding, vergeet dan niet om deze afrekening ook over 2019 op te stellen.

Tip
U kunt een periodiek verrekenbeding dat jarenlang niet is uitgevoerd, ‘repareren’ door de te verrekenen bedragen alsnog te berekenen en de uitkomst vast te leggen in een vaststellingsovereenkomst. Vervolgens moet u het beding wel jaarlijks uitvoeren of u moet de huwelijkse voorwaarden op dit punt laten aanpassen.

19. Betaal nog in 2019 lijfrentepremie

Mocht u te maken hebben met een pensioengat, dan kunt u overwegen om een lijfrente af te sluiten. De lijfrentepremies zijn bovendien binnen bepaalde grenzen fiscaal aftrekbaar. De aftrek van lijfrentepremie is in eerste instantie beperkt tot de zogeheten jaarruimte. Daarnaast is de premie alleen aftrekbaar als u deze ook daadwerkelijk heeft betaald in het jaar waarin u haar wilt aftrekken. Zorg er daarom voor dat u de lijfrentepremie uiterlijk 31 december 2019 heeft betaald.

Tip
Stel, u heeft in de afgelopen vijf jaar lijfrentepremies betaald, maar vergeten om deze inkomstenbelasting op te geven in uw aangifte. Bovendien staat de desbetreffende aangifte al onherroepelijk vast. In dat geval kunt u een verzoek om ambtshalve vermindering indienen bij de inspecteur. U moet dan kunnen bewijzen dat u de betaalde premie niet heeft afgetrokken. Dit kunt u bijvoorbeeld doen met kopieën van uw aangifte en de aanslag over de betreffende jaren.

20. Verlaag uw spaargeld vóór 1 januari 2020

Als gevolg van de extreem lage rente op spaargeld leidt de box 3-heffing over spaargeld tot een hoge belastingdruk. U kunt deze druk voor 2020 verlagen door vóór de peildatum van 1 januari 2020 uw spaargeld in te brengen in een nieuwe B.V., in te breng in een open fonds voor gemene rekening, te storten als informeel kapitaal of agio in uw B.V. of om te zetten in een vordering op uw B.V. (zogeheten terbeschikkingstellingsvordering).

Let op!
Aan de genoemde voorbeelden kunnen wel nadelen en risico’s kleven. Aan de oprichting van een B.V. zijn bijvoorbeeld kosten verbonden. Ga na wat voor u de beste optie is en of deze per saldo voordeliger is dan uw spaargeld in box 3 te laten staan.

Tip
Bekijk onze themapagina over box 3 waar wij ingaan op diverse vragen.

21. Los snel kleine schulden af

Het laten staan van kleine schulden is fiscaal nadelig, omdat zij pas de heffingsgrondslag van box 3 verlagen voor zover zij een drempel van € 3.100 (bedrag 2019) per partner overschrijden. Het is fiscaal voordeliger om deze schulden af te lossen zodat zij op de peildatum van 1 januari 2020 niet langer aanwezig zijn en de box 3-heffing direct is verlaagd.

22. Doe nog in 2019 grote uitgaven

Is uw vermogen zo hoog dat u box 3-heffing moet betalen en bezit u genoeg spaargeld om eventuele uitgaven nog in 2019 te doen? Overweeg dan om grote privéaankopen die u eigenlijk in 2020 had willen doen, zoals de aanschaf van een nieuwe auto of nieuwe meubels, vóór 1 januari 2020 te doen. Dergelijke bezittingen behoren namelijk niet tot de grondslag voor de box 3-heffing, terwijl het spaargeld dat u voor de aankoop gebruikt dan op de peildatum van 1 januari 2020 ook niet meer meetelt voor de grondslag. Zo kunt u in box 3 flink wat besparen!

23. Betaal belastingaanslagen vóór 2020

Belastingschulden tellen niet mee als schulden voor box 3. Daarom is het aan te raden om een ontvangen belastingaanslag vóór 1 januari 2020 te betalen. Over de gelden waarmee u deze aanslag betaalt, hoeft u dan immers geen box 3-heffing te betalen.

Tip
De regel dat een openstaande belastingschuld niet als schuld meetelt in box 3 kent uitzonderingen. Zo mag u de nog niet-betaalde erfbelasting wél als schuld aangeven in box 3.

24. Wacht met verkoop groene belegging

Wilt u de vrijstellingen in box 3 optimaal benutten, vergeet dan niet de vrijstelling voor groene beleggingen. Deze beleggingen zijn namelijk vrijgesteld tot een maximum van € 58.540 (bedrag 2019) per persoon (€ 117.080 bij fiscale partners). Met de extra heffingskorting van 0,7% levert dit in box 3 een behoorlijke belastingbesparing op. Wilt u dit belastingvoordeel ook in 2020 benutten, dan is het van belang dat u de groene fondsen op 1 januari 2020 (peildatum) in bezit heeft. Dus als u overweegt om deze fondsen van de hand te doen, houd deze dan in elk geval aan tot na 1 januari 2020.

Tip
Als u nog geen groene beleggingen heeft maar overweegt om uw geld groen te beleggen, doe dit dan zo mogelijk al vóór 1 januari 2020. In dat geval kunt u immers al in 2020 profiteren van de vrijstelling én de heffingskorting.

Eigen woning

1. Betaal hypotheekrente vooruit

Als u in 2020 de AOW-leeftijd bereikt of vanwege een andere reden onder een lager belastingtarief valt, betaal dan in 2019 nog de hypotheekrente die betrekking heeft op de periode tot 1 juli 2020. U betaalt minder belasting doordat u deze rente dan tegen een hoger tarief aftrekt. In ieder geval is het zo dat het toptarief waartegen u de hypotheekrente kunt aftrekken in 2020 daalt van 49% naar 46%.

Let op!
Het heeft geen zin om voor een langere periode vooruit te betalen. Doet u dat toch, dan weigert de Belastingdienst de vooruitbetaalde rente als aftrekpost voor 2019.

Let op!
Als u maar weinig hypotheekrente betaalt, kan het door de aftrek vanwege geen of geringe eigenwoningschuld mogelijk zijn dat u beter af zou zijn als u de betaalde hypotheekrente niet zou opgeven. Helaas is dat geen optie, zo heeft het ministerie van Financiën bevestigd: het opgeven van de betaalde eigenwoningrente is verplicht!

2. Verkoop eigen woning na 1 januari 2020

Bent u van plan om binnenkort uw schuldenvrije woning te verkopen en niet direct een nieuwe woning aan te kopen? Overweeg daarmee te wachten tot in 2020. Verkoopt u uw woning namelijk vóór 1 januari 2020, dan zal de ontvangen verkoopsom meetellen in de grondslag van de vermogensrendementsheffing van het jaar 2020 (peildatum 1 januari 2020). Verkoopt u de woning op bijvoorbeeld 5 januari 2020, dan valt de koopsom in 2020 niet in box 3.

3. Los hypotheek in 2019 af

Soms is het voordelig om uw eigenwoningschuld (gedeeltelijk) af te lossen. Heeft u bijvoorbeeld nog een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek met een vrij hoge rente en belast vermogen in box 3 dat u kunt missen? Als het rendement op dat vermogen lager is dan wat u netto aan hypotheekrente betaalt, is aflossen waarschijnlijk interessant. Informeer hoeveel u boetevrij kunt aflossen. Meestal is dat hoogstens 10% van het (openstaande) hypotheekbedrag per jaar. Als u vóór 1 januari 2020 aflost, behaalt u hierbij een box 3-voordeel.

Let op!
Als u in 2020 geen eigenwoningschuld heeft of een eigenwoningschuld die minder bedraagt dan het eigenwoningforfait, krijgt u een extra aftrek. Het effect van deze aftrek is dat het saldo van het eigenwoningforfait en de betaalde rente voor maar 6 2/3% in de heffing valt. In de jaren na 2020 zal de extra aftrek steeds met 3 1/3 %-punt dalen.

4. Ga nu schuld voor verbouwing aan

Bent u van plan om uw eigen woning te laten verbouwen? Als u dit nog in 2019 regelt en de verplichtingen dus aangaat vóór 1 januari 2020, verlaagt u uw grondslag voor de heffing in box 3.

5. Stel verhuur eigen woning uit tot na 2019

Als u van plan bent om uw eigen woning te verhuren, stel dit dan uit tot na 1 januari 2020. Zodra u uw eigen woning voor langere tijd verhuurt, is de woning namelijk geen eigen woning meer maar een beleggingspand. Hierdoor gaat de woning van box 1 over naar box 3, waar zij meetelt voor de grondslag voor de box 3-heffing. Even wachten is dan dus verstandig.

Let op!
Verhuurt u vanaf 1 januari 2020 (peildatum), dan telt de woning voor heel 2020 mee voor de heffingsgrondslag voor box 3.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan