Advisory

CFO moet meer leren over fraude-oorzaken

Drs. Peter Schimmel Drs. Peter Schimmel

Peter Schimmel is forensisch accountant bij accountantsorganisatie Grant Thornton. Hij zwengelde de discussie aan over de rol van de accountant bij het constateren van fraude. Maar hij verlegt ook graag de druk naar de CFO. “Die heeft een minstens zo’n grote rol. Maar dan moet hij wel meer leren over de oorzaken.”

Het was alsof Schimmel een steen in een vijver gooide. In het Financieele Dagblad liet hij zijn gedachten optekenen over de rol van accountants bij het signaleren van fraude. Volgens hem is het ontdekken van fraude helemaal geen rol voor de accountant. “Het maatschappelijk verkeer verlangt van de accountant de ontdekking van fraude en is teleurgesteld als hij faalt. Ik meen dat die teleurstelling komt door het gebrek aan kennis over de aard van het frauderisico en een te grote verwachting van het kunnen van accountants. Accountants bashen is niet de oplossing.” De belangrijkste boodschap van zijn betoog: fraude betreft per definitie opzet en het bewust verhullen van de waarheid. Dat terwijl de accountant ervan uit moet kunnen gaan dat de CFO en zijn medebestuursleden de juiste cijfers aan hem overhandigen, want daar tekenen zij voor.

Hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van de accountant?

Er ontstond veel discussie over hoe ver de verantwoordelijkheid van de accountant reikt in de constatering van fraude. Zou de accountant geen grotere rol moeten pakken? Aan de andere kant ontkomt de accountant niet aan tumult wanneer hij als gevolg van fraude zijn voet stijf houdt en de jaarrekening uitstelt. Schimmel vindt dat de accountant niet geëquipeerd is om fraude te ontdekken.

“Goede fraude is namelijk een goed verscholen verhulling van de waarheid. Zodanig dat het een goed contract, een goede factuur of een goede geldstroom lijkt. Met een meer dan logische economische reden. Zie dan als accountant dat bedrog maar eens te achterhalen. Daar moet je welhaast gedragswetenschapper voor zijn. Gelegenheid maakt namelijk niet de dief. Het is de dief die de gelegenheid creëert.”

Noem fraude geen incident

“Als zich fraude voordoet, leren we daar weinig van”, vervolgt Schimmel. “Dan overheerst emotie. Management en/of medewerkers zijn boos. Voelen zich de domste van de klas. Willen vaak de fraude verhullen. En er transparant over zijn levert gezichtsverlies op. Dat alles maakt het een erg slecht leerproces. Dat terwijl je van dergelijke fraudecases zou kunnen en moeten leren. Je moet het zeker geen incidenten noemen. Accepteer de mogelijkheid dat je bedrogen kunt worden. Er is in Nederland 55 miljard euro zwart geld in omloop. Dat moet ergens omhoog borrelen. 1 op de 1.000 werknemers wordt jaarlijks ontslagen vanwege een onrechtmatigheid. Fraude is reëel en gebeurt niet alleen bij de buurman. Sterker nog: het hoort erbij als je in business bent.”

In de verleiding komen om iets te doen wat niet mag

Vanuit die acceptatie, zijn maatregelen te nemen, stelt Schimmel. “Repareer het dak bij mooi weer.” Drie elementen spelen een rol bij fraude. De eerste is druk of verleiding. “Vrijwel iedereen staat soms onder druk of komt weleens in de verleiding iets te doen wat niet mag. De druk om een marktaandeel, resultaat of andere doelstelling te behalen neemt sterk toe. Zeker wanneer persoonlijke inkomens afhankelijk zijn van het halen van deze doelen.” Bij gelegenheid (twee) gaat het om de vraag hoe gemakkelijk het is het om fraude te plegen.

Voor mensen die nooit in aanraking komen met de geldstroom in een onderneming is het frauderen met geld moeilijker dan voor iemand wiens dagtaak het is om de geldstroom te beheren. De gelegenheid wordt geminimaliseerd door een goed systeem van interne controle. Een simpel voorbeeld is de declaratieprocedure in een onderneming. Wanneer de leiding onvoldoende kritisch de declaraties controleert voordat deze worden geautoriseerd, is dat in korte tijd bekend en werkt die maatregel niet meer. Het derde element van de fraudedriehoek is rationalisatie: de bewuste rechtvaardiging van het normafwijkend gedrag. Die rechtvaardiging kent verschillende gedaanten.

Bijvoorbeeld: “Ik neem wat ik vind dat mij toekomt…” Of: “Ik doe niets anders dan wat mijn collega’s en de baas ook doen…”. Schimmel: “Voorbeeldgedrag leidinggevenden, dus vooral ook de CEO en de CFO, is daarbij een zeer grote factor. Want hun gedrag bepaalt ander gedrag.”

Waardoor zijn medewerkers minder betrokken?

Dit zijn factoren die breder gaan dan alleen de CFO en de accountant. Schimmel: “Daar zou je dus ook HR bij moeten betrekken. Wat zijn nu de factoren die ervoor zorgen dat medewerkers zich minder betrokken voelen bij de onderneming? Vanuit waar ze concluderen dat ze normafwijkend gedrag mogen vertonen. Zijn de normen en waarden duidelijk genoeg?”

Die mindere betrokkenheid vindt de CFO bijvoorbeeld terug bij kpi’s zoals het ziekteverzuim, het verloop en de medewerkerstevredenheidsonderzoeken. Schimmel: “Kortom: Hoe zitten mensen in hun vel? En: hoe is de tone at the top? Als de CFO met een Jaguar aan komt rijden en jij het moet doen met een Volkswagen Up, dan is het beeld scheef.”

Schimmel roept CFO’s op om dicht bij de mensen op de werkvloer te gaan staan. “Wees betrokken. Zoals Nedcar-directeur Chris Dewulf, een HR-man die directeur was van de Volvofabriek in België voordat hij topman bij VDL-Nedcar in Born werd, midden jaren negentig. Hij was geen techneut, geen ingenieur en wist niets van auto’s maken. Maar hij was eindeloos op de werkvloer en deed daar de beste ideeën op voor verbetering. Hoe bouw je een auto? Hoe spuit je het beste de lak? Bij zijn afscheid vonden vakbonden het frappant: Medewerkers namen verdrietig afscheid van de CEO.”

CFO’s eerder blauw, dan groen

CFO’s en accountants zijn geen gevoelsmensen. Schimmel: “Eerder blauw, dan groen in de kleurenpsychologie. En dus hebben die minder oog voor die betrokkenheid. Van nature… Onderken die lagune.”

Koos Timmermans, ex-CFO van ING, kan er na de witwasaffaire bij zijn organisatie over meepraten. “Daar speelde geen opzet, maar wel een cultuurissue.” ING kreeg een flinke boete, maar Schimmel vraagt zich af of dat helpt. “Want ook dat doet het lerende vermogen geen goed. Al die sanctiemaatregelen leiden over het algemeen tot meer regels, maar ook tot minder bereidheid om een melding te doen. Waardoor dat soort sancties in zichzelf al contraproductief werken. Ze maken de BV Nederland onveiliger. ”Wegkijken is het domste dat een CFO kan doen, zegt de fraude-onderzoeker.

“Rationaliseer problemen van je organisatie niet weg. Kijk of er in jouw organisatie een te hoge druk is. Wees daarbij een aanspreekbaar rolmodel. Laat jezelf ook corrigeren. En stel je kwetsbaar op. Verkeerd gedrag kan tot verder bederf leiden. De CFO en zijn accountant moeten zich veel meer op het terrein van de gedragswetenschap en de psychologie begeven.”

Ontstaan van fraudedatabase toejuichen

Schimmel zou het ontstaan van een fraudedatabase in Nederland toejuichen. “In de jaren negentig ben ik betrokken geweest bij fraudebeleid van ABN AMRO en bij ING. ABN AMRO communiceerde beleidsmatig niet over incidenten. Het zou mensen op ideeën kunnen brengen, maar ING wel. Die bank kon derhalve veel beter handhaven en had een hoger lerend vermogen. Dat moeten we veel meer doen. Zo zien we hoe fraude werkt, hoe het ontdekt kan worden en hoe we ervoor zorgen dat het niet weer gebeurt. Daar kunnen de CFO en zijn accountant vervolgens hun voordeel mee doen. Ik vind dat daarvoor de Autoriteit Financiële Markten, de beroepsorganisatie voor accountants, de NBA, en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst samen moeten optrekken. En ja, ik snap dat die casussen privacygevoelige zaken bevatten. Maar daar valt omheen te werken. Je kunt ze toch anonimiseren?”

Actualiteiten

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan