NL EN
Flexibilisering BV-recht

Crediteurenbescherming

Grotere aansprakelijkheid bestuur en aandeelhouders

Het minimum kapitaal van 18.000 euro wordt afgeschaft, omdat dit slechts een schijnzekerheid bood. Het bood geen garantie dat het bedrag nog aanwezig was op het moment dat een schuldeiser zijn vordering wilde innen. Om schuldeisers toch voldoende te beschermen, is in het nieuwe BV-recht de aansprakelijkheid van het bestuur en de aandeelhouders vergroot. De BV mag geen winst (dividend) uitkeren als blijkt dat zij haar opeisbare schulden daarna niet kan blijven betalen.

Uitkering pas na goedkeuring bestuur

De algemene vergadering van aandeelhouders stelt een eventuele winstuitkering vast. Dit besluit kan pas worden uitgevoerd als het bestuur goedkeuring verleent. Het bestuur mag alleen goedkeuring weigeren als zij weet of redelijkerwijs voorziet dat de BV na de winstuitkering niet kan doorgaan met het betalen van opeisbare schulden. Het bestuur moet daarbij ongeveer 1 jaar vooruit kijken.

Als achteraf blijkt dat het bestuur onterecht haar goedkeuring heeft verleend, dan zijn de bestuurders aansprakelijk voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van uitkering.

Ook de aandeelhouder die wist, of behoorde te weten, dat de BV na de uitkering in moeilijkheden zou kunnen komen, kan aansprakelijk gesteld worden. Deze aandeelhouder moet dan het tekort vergoeden, tot ten hoogste het bedrag van de door hem ontvangen uitkering, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van uitkering.

Uitkeringstoets

Voordat de BV (nieuw en bestaand) overgaat tot het uitkeren van winst, moet er een uitkeringstoets worden uitgevoerd. Niet alleen bij uitkering van (interim-)dividend, maar ook bij andere vormen van uitkering aan aandeelhouders speelt de uitkeringstoets een rol (denk aan inkoop, intrekking of afstempeling van eigen aandelen door de BV (zie ook Eisen rondom de inkoop van eigen aandelen en Kapitaalvermindering). De uitkeringstoets geldt niet alleen voor nieuwe BV's. Ook bestaande BV's moeten voortaan een uitkeringstoets verrichten.

Deze uitkeringstoets heeft 2 aspecten.

  1. Allereerst moet worden getoetst of het eigen vermogen van de BV na uitkering groter is dan de wettelijke en statutaire reserves. Het wordt aan de vennootschap overgelaten op basis van welk document het eigen vermogen en de reserves worden vastgesteld cq. de uitkering wordt beoordeeld. Het ligt voor de hand dat bij de uitkering van winst in het kader van de vaststelling van de jaarrekening de vastgestelde jaarrekening als basis wordt genomen. Een afzonderlijke vermogensopstelling is meestal niet nodig.
  2. Ook moet worden getoetst of de BV na de uitkering kan blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit kunnen een rol spelen bij de beoordeling of een uitkering aan de aandeelhouders verantwoord is.

Liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit

Liquiditeit wordt beschreven als een verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden. Solvabiliteit geeft inzicht in de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen. Rentabiliteit betreft de som van winst en rente, in verhouding tot het totale vermogen. Ook hier wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde jaarrekening en is een afzonderlijke vermogensopstelling meestal niet nodig. Ook bij tussentijdse uitkeringen in de loop van het boekjaar kan worden aangesloten bij de laatst vastgestelde jaarrekening.

Zoals gezegd kan in de meeste gevallen gebruik worden gemaakt van de cijfers uit de laatst vastgestelde jaarrekening van de BV. Maar tussen het vaststellen van de jaarrekening en het moment van een daadwerkelijke winstuitkering kunnen er gebeurtenissen plaatsvinden die alsnog een risico vormen voor de continuïteit van de onderneming. Het is dus raadzaam om in dat geval alsnog de vermogensopstelling te actualiseren. Het moment van uitkering is namelijk bepalend voor de uitkeringstoets en dus ook voor de eventuele bestuurdersaansprakelijkheid.

Een bestuurder die bewijst dat hem niets kan worden verweten en ook geprobeerd heeft maatregelen te treffen om een uitkering te voorkomen, is niet hoofdelijk aansprakelijk.