Prinsjesdagspecial belastingplan 2016

Prinsjesdag: Maatregelen voor ondernemingen

De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2016 in werking, tenzij anders vermeld.

  • Nieuwe tarieven inkomstenbelasting.
  • Minder geneesmiddelen onder 6% btw.
  • Uitbreiding vrijstelling activiteiten verricht door (hoofdzakelijk) bekostigde onderwijs- en onderzoeksinstellingen.
  • Documentatieverplichting multinationals.
  • Dividendbelasting step-up bij juridische fusie en splitsing over de grens.
  • Vergoeding dochter belast bij moeder.
  • Beperking deelnemingsverrekening.
  • Vaker substance-toets buitenlands ab.
  • Coöperatie houdt dividendbelasting in.
  • Overheid kan Vpb niet met cv ontlopen.
  • Onbelaste fusie overheidslichamen.

Mocht u naar aanleiding van deze special nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met één van onze specialisten.

Nieuwe tarieven inkomstenbelasting

Voor belastingplichtigen geboren op 1 januari 1946 of later zijn de volgende tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting voorgesteld:

Tarief inkomstenbelasting / premies volksverzekeringen 2016

 

Bel.ink.meer dan (€)

maar niet meer dan (€)

Tarief 2016 (%)

1e schijf

-

19.922

36,55

2e schijf

19.922

33.715

40,15

3e schijf

33.715

66.421

40,15

4e schijf

66.421

-

52,00

Minder geneesmiddelen onder 6% btw

Het kabinet wil een nieuwe voorwaarde stellen aan geneesmiddelen die vallen onder het lage btw-tarief van 6%. Een geneesmiddel valt alleen nog onder het verlaagd tarief als daarvoor een handelsvergunning in het kader van de Geneesmiddelenwet is afgegeven. Als de Geneesmiddelenwet stelt dat een handelsvergunning niet verplicht is voor een bepaalde categorie geneesmiddelen, mag de ondernemer ook het verlaagde tarief toepassen op de levering van deze geneesmiddelen.

Let op!

Het begrip ‘geneesmiddel’ is nu nog wat onduidelijk. Sommige producten bevinden zich op de grens van het al dan niet kwalificeren als geneesmiddel, bijvoorbeeld spierbalsem en littekengel. De rechter geeft de inspecteur niet altijd gelijk in deze discussie.

Uitbreiding vrijstelling activiteiten verricht door (hoofdzakelijk) bekostigde onderwijs- en onderzoeksinstellingen

Door de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen geldt vanaf 1 januari 2016 een vrijstelling voor activiteiten verricht door academische ziekenhuizen. Deze vrijstelling wordt uitgebreid.  Dan vallen ook activiteiten verricht door (hoofdzakelijk) bekostigde onderwijs- en onderzoeksinstellingen hieronder.

Documentatieverplichting multinationals

Multinationals krijgen te maken met nieuwe gestandaardiseerde documentatieverplichtingen over de verrekenprijzen die zij hanteren binnen het concern. Daarbij valt te denken aan een landenrapport (‘country-by-country report’), een groepsdossier (‘master file’) en een lokaal dossier (‘local file’). De verplichting tot het opstellen van zo´n rapport geldt voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2016.

Let op!

Ondernemingen blijven in beginsel vallen onder al bestaande documentatieverplichtingen als hun omzet onder een bepaald bedrag blijft. De hoogte van dit bedrag verschilt per documentatieverplichting. Zo is een landenrapport pas verplicht als de multinationale groep een omzet van € 750 miljoen of meer behaalt.
Vraag uw Grant Thornton adviseur wat dit betekent voor uw organisatie.

Dividendbelasting step-up bij juridische fusie en splitsing over de grens

Wie deelneemt aan een grensoverschrijdende juridische fusie of juridische splitsing, moet vanaf 1 januari 2016 rekening houden met een zogeheten ‘step-up bepaling’. Deze bepaling houdt grofweg gezegd het volgende in. De aandeelhouders moeten de fiscale waarde van het gestorte kapitaal op de nieuwe aandelen, die zij kregen ter vervanging van de aandelen in het gefuseerde of gesplitste lichaam, stellen op de waarde in het economische verkeer van het vermogen dat door de fusie of splitsing is overgegaan.

Zo voorkomt de wetgever dat Nederland een dividendbelastingclaim vestigt op bestaande buitenlandse winstreserves. Deze bepaling treedt niet in werking voor zover het vermogen dat is overgegaan bestaat uit aandelen in een Nederlandse vennootschap.

Vergoeding dochter belast bij moeder

Op vergoedingen en betalingen die een moedermaatschappij ontvangt uit een deelneming is de deelnemingsvrijstelling of -verrekening niet meer van toepassing, als de deelneming deze vergoedingen en betalingen kan aftrekken van haar winst(belasting). Als zulke vergoedingen en betalingen zijn inbegrepen in de prijs van de verworven deelneming, zijn ze ook belast bij de moedermaatschappij als de dochter ze kon aftrekken.

Let op!

De vergoedingen en betalingen die op grond van deze nieuwe regeling niet vallen onder de deelnemingsvrijstelling en –verrekening, vallen evenmin onder de regels van de compartimentering bij een sfeerovergang.

Beperking deelnemingsverrekening

De deelnemingsverrekening wordt uitgesloten voor vergoedingen en betalingen uit een laagbelaste beleggingsdeelneming voor zover zij aftrekbaar zijn voor die deelneming. Voor de deelnemingsverrekening is de werkelijk verschuldigde belasting bij de deelneming niet van belang.

Vaker substance-toets buitenlands ab

Als een buitenlands lichaam een aanmerkelijk belang (minstens 5% aandelenbelang) houdt in een Nederlands lichaam, zijn de dividenden en vervreemdingsvoordelen uit dat Nederlandse lichaam onder voorwaarden belast. Deze belastbaarheid doet zich voor als het buitenlandse lichaam het aanmerkelijk belang houdt met als (een van de) voornaamste doel(en) het ontgaan van Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting.

Nu geldt deze regeling niet als het belang behoort tot het ondernemingsvermogen. Maar vanaf 1 januari 2016 moet men in alle gevallen toetsen of het belang wordt gehouden met als (een van de) hoofddoel(en) het ontgaan van belastingheffing. Bovendien moet men toetsen of de structuur is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Bij zakelijkheid is de bepaling niet van toepassing.

Let op!

De zakelijkheid wordt vastgesteld aan de hand van de zogeheten ‘substance-eisen’. Als het buitenlandse lichaam zelf of via een tussenvennootschap een ‘echte’ onderneming drijft en het aanmerkelijk belang ook functioneel tot het ondernemingsvermogen is te rekenen, is er niets aan de hand.

Coöperatie houdt dividendbelasting in

In beginsel hoeft een coöperatie alleen dividendbelasting in te houden als zij wordt gebruikt om de heffing van dividendbelasting bij een ander te ontgaan. Nu blijft deze inhoudingsplicht achterwege als de lidmaatschapsrechten behoren tot het ondernemingsvermogen, maar dit onderscheid komt te vervallen. De inhoudingsplicht is echter niet van toepassing als sprake is van een zakelijke situatie. Bijvoorbeeld doordat de coöperatie een zelfstandige en reële economische betekenis heeft.

Overheid kan Vpb niet met cv ontlopen

Op basis van rechtspraak drijft een commanditaire vennoot geen onderneming via zijn commanditair belang in een besloten commanditaire vennootschap (cv) als dat belang niet is toe te rekenen aan zijn onderneming. De commanditaire vennoot zou daarom geen vennootschapsbelasting hoeven te betalen. Om dit belastinglek te dichten wordt het voordeel uit het commanditaire belang (anders dan effectenbezit) bij de publiekrechtelijke rechtspersoon hoe dan ook belast.

Let op!

Deze regeling gaat ook gelden voor andere lichamen die slechts vennootschapsbelastingplichtig zijn voor zover zij een onderneming drijven, zoals stichtingen en verenigingen.

Onbelaste fusie overheidslichamen

Dankzij een voorgestelde wijziging kunnen gemeenten, provincies, waterschappen en ministeries fuseren, splitsen of taken herschikken zonder dat zij daardoor vennootschapsbelasting moeten betalen. De wetgever had dit aanvankelijk van geval tot geval willen regelen, dan wel bij koninklijk besluit. Aangezien regelmatig gemeentelijke samenvoegingen en herschikking van taken van ministeries plaatsvinden, ligt een aanpassing van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 meer voor de hand.