Nederland zet in op brede uitrol van e-facturatie en digitale btw-rapportage
BTWNederland kiest voor een brede implementatie van ViDA (VAT in the Digital Age) met verplichte e-facturatie en digitale btw-rapportage voor binnenlandse B2B-transacties.
In de artikelen op deze hub gaan wij in op de actualiteiten met betrekking tot btw.

Nederland kiest voor een brede implementatie van ViDA (VAT in the Digital Age) met verplichte e-facturatie en digitale btw-rapportage voor binnenlandse B2B-transacties.
De implementatie van de Europese VAT in the Digital Age (ViDA)-hervormingen krijgt in Nederland steeds meer vorm. Nederland voert de verschillende onderdelen van ViDA gefaseerd in. Daarbij krijgt de uitbreiding van het éénloketsysteem (OSS) prioriteit, terwijl de wetgeving voor elektronische facturatie en digitale rapportage op een later moment volgt.
De digitalisering van btw-naleving versnelt in heel Europa. Sinds het ViDA-pakket (VAT in the Digital Age) van de EU op 1 april 2025 van kracht is geworden, bevinden bedrijven zich in een overgangsperiode die uiteindelijk zal leiden tot verplichte grensoverschrijdende e-facturatie en digitale btw-rapportage binnen de Europese Unie.
Het Gerecht van de Europese Unie (het Gerecht) heeft op 17 juni 2026 in de zaak A Oy geoordeeld dat kredietbeheer btw-belast is wanneer het krediet is overgedragen. Financiële instellingen die dergelijk beheer verrichten, zonder dat zij zelf (nog) het krediet verstrekken dat zij beheren, kunnen de btw-vrijstelling mogelijk niet meer toepassen.
Het Gerecht van de Europese Unie (het Gerecht) heeft op 10 juni 2026 geoordeeld dat een fiscale eenheid btw een btw-vrijstelling alleen kan toepassen als het onderdeel dat de diensten verricht, zelf aan de voorwaarden voldoet. Het is onvoldoende dat slechts op het niveau van de fiscale eenheid aan de voorwaarden wordt voldaan.
De btw-regelgeving kent een verplichte btw-vrijstelling voor verschillende financiële diensten. Een belangrijke uitzondering daarop is de inning van schuldvorderingen. Het Hof van Justitie (HvJ) oordeelde op 23 oktober 2025 in de Kosmiro-zaak dat deze uitzondering geldt voor factoring.