Zelfstandigenwet

Zzp-wetgeving in beweging: verduidelijkingsdeel Vbar vervalt, kabinet werkt aan nieuwe Zelfstandigenwet

Door:
Matthias Stuij
Zzp-wetgeving in beweging
De regels voor het werken met zelfstandigen veranderen opnieuw. Het kabinet kiest voor een andere koers: het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) wordt ingetrokken. In plaats daarvan werkt het kabinet aan een nieuwe, afzonderlijke Zelfstandigenwet die zzp’ers een duidelijkere juridische positie moet geven.
Onderwerpen

Hieronder lees je wat deze ontwikkelingen betekenen voor organisaties die met zelfstandigen samenwerken.

Introductie van de Zelfstandigenwet

De nieuwe Zelfstandigenwet is een maatregel uit het coalitieakkoord van het huidige kabinet. Met deze wet moet de positie van zelfstandigen duidelijker in de wet verankerd worden.

De minister van Werk en Participatie, Thierry Aartsen, wil hiermee meer rust creëren in een dossier dat de afgelopen jaren geregeld tot onzekerheid leidde. In de komende periode wordt de wet verder uitgewerkt, zodat zelfstandigen en opdrachtgevers beter weten waar zij aan toe zijn.

Vbar: verduidelijkingsdeel geschrapt, rechtsvermoeden blijft bestaan

Het kabinet laat het onderdeel van Vbar los dat de criteria voor het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige moest verduidelijken. Door dit deel in te trekken ontstaat ruimte om de nieuwe Zelfstandigenwet vorm te geven, waarin de positie van zelfstandigen op een andere manier wordt benaderd. Over deze wet volgt binnenkort een apart artikel.

Wat wél blijft staan binnen Vbar, is het rechtsvermoeden van werknemerschap voor laagbetaalde zelfstandigen. Het kabinet wil de invoering hiervan juist versnellen. Het rechtsvermoeden geldt voor zelfstandigen die maximaal €38 per uur verdienen (peildatum 1 januari 2026).

Wanneer een zzp’er zich op dit rechtsvermoeden beroept, verschuift de bewijslast naar de opdrachtgever. Kan de opdrachtgever niet aantonen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan wordt de samenwerking aangemerkt als schijnzelfstandigheid. In dat geval gelden de arbeidsrechtelijke beschermingen die daarbij horen.

Snelle behandeling in de Tweede Kamer noodzakelijk

Nu het verduidelijkingsdeel vervalt, bestaat Vbar uitsluitend nog uit het onderdeel rechtsvermoeden. Volgens Europese implementatie-eisen moet dit uiterlijk op 31 augustus 2026 in het Staatsblad zijn gepubliceerd. Daarom heeft minister Aartsen de Tweede Kamer gevraagd het wetsvoorstel snel te behandelen.

Geen wijzigingen in de handhaving op schijnzelfstandigheid

De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 weer volledig op schijnzelfstandigheid. Deze handhaving verandert niet. De beoordeling van arbeidsrelaties vindt plaats op basis van het huidige toetsingskader, dat nader is ingevuld door rechtspraak, waaronder het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad.

Voor opdrachtgevers blijft het risico bestaan dat de Belastingdienst naheffingen oplegt wanneer achteraf blijkt dat feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Een verkeerde kwalificatie kan daarnaast gevolgen hebben voor arbeidsrechtelijke en pensioenrechtelijke aanspraken.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

De ontwikkelingen onderstrepen hoe belangrijk het is om arbeidsrelaties zorgvuldig te beoordelen. Organisaties doen er verstandig aan om:

  • tijdig te anticiperen op het rechtsvermoeden voor zelfstandigen die minder dan €38 per uur verdienen
  • de ontwikkelingen rondom de nieuwe Zelfstandigenwet nauw te volgen
  • de inzet van zelfstandigen periodiek te evalueren
  • contracten en werkafspraken te laten toetsen op mogelijke risico’s

Heb je behoefte aan een analyse van jouw huidige zzp-constructies of ondersteuning bij compliance rondom arbeidsrelaties? Onze specialisten helpen je graag verder.

Neem contact op