De juiste vergunning hangt af van verschillende factoren: de nationaliteit van de werknemer, de duur van het verblijf en het soort werkzaamheden. Voor werknemers van buiten de EU, EER en Zwitserland zijn er verschillende routes mogelijk.
Bij tijdelijke arbeid van minder dan 90 dagen is vaak een tewerkstellingsvergunning (TWV) via het UWV vereist. Voor een verblijf langer dan 90 dagen kan een mvv (machtiging tot voorlopig verblijf) nodig zijn, al dan niet in combinatie met een werkvergunning. Hoewel de gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) op papier een logische route lijkt, blijkt deze in de praktijk vaak ongeschikt voor veel werkgevers.
Voor kennismigranten en specifieke doelgroepen, zoals wetenschappelijk onderzoekers, zijn aparte en doorgaans snellere procedures beschikbaar. Deze zijn vooral relevant als je organisatie erkend referent is bij de IND.
Omdat de regels complex zijn en uitzonderingen regelmatig voorkomen, is een juiste inschatting vooraf belangrijk. Een verkeerde keuze of onvolledige aanvraag kan leiden tot onnodige vertraging.