Box 3: een tussenstand en aandachtspunten
BelastingadviesDe hersteloperatie voor box 3 is in volle gang. Veel OWR-formulieren (Opgaaf Werkelijk Rendement) zijn al ingediend. Tijd voor een korte tussenstand en een paar belangrijke aandachtspunten.

Even in het kort: op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat de box 3-heffing nog steeds discriminerend is en het eigendomsgrondrecht schendt wanneer het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement dat je als belastingplichtige hebt behaald. Het is dan aan jou om aan te tonen dat het werkelijk rendement lager is.
Bij het vaststellen van jouw werkelijke rendement moet je het rendement op jouw gehele box 3-vermogen (inclusief banktegoeden) bepalen. Ook als je alleen spaargeld hebt, kun je dus jouw werkelijke rendement aantonen. Ook al overwoog de Hoge Raad dat het forfaitaire rendement op spaargeld meestal het werkelijke rendement goed benadert.
Het rendement op vrijgesteld vermogen, zoals bos- en natuurterreinen en landgoederen, rekent de belastingdienst niet tot het werkelijke rendement.
Voor het vaststellen van het werkelijke rendement van een woning in box 3 gaat de Hoge Raad uit van de waarde van de woning aan het begin en aan het einde van het jaar op basis van de Wet waardering onroerende zaken (in lijn met de geldende wettelijke bepalingen). Voor de waardering van andere bezittingen kun je hieruit afleiden dat je ook bij de wettelijke bepalingen moet aansluiten. De meeste bezittingen en schulden in box 3 moet je waarderen op de waarde in het economische verkeer.
In de inkomstenbelasting geldt als hoofdregel voor particulieren (bij het loonbegrip in box 1 en voor aanmerkelijkbelanghouders in box 2) het kasstelsel. Hierbij gaat de belastingdienst er vanuit dat je de inkomsten hebt genoten wanneer je dit ontvangt. De rente die je hebt ontvangen op 1 januari 2023 over 2022 moet je dus tot het werkelijk rendement van 2023 rekenen. Vóór de invoering van het forfaitaire stelsel in 2001 was dit ook het uitgangspunt voor inkomsten uit vermogen en mede daarom gaat men ook nu uit van het kasstelsel als genietingstijdstip.
Levert het eigen gebruik van onroerende zaken nou een voordeel op dat je tot jouw werkelijke rendement moet rekenen? Hier is nog geen duidelijkheid over. In de plannen voor de Wet werkelijk rendement (ingaande 1 januari 2027) gaat men uit van een vastgoedbijtelling van 2,65 procent. Gaat dit door, dan betekent dit een forse heffing!
Voor de berekening van de positieve of negatieve waardeontwikkeling van verhuurde woningen zegt de Hoge Raad dat je moet aansluiten bij de WOZ-waarde die uitgaat van een waardepeildatum. Maar hoe bepaal je de waardeontwikkeling als de woning gedurende het jaar wordt gekocht of verkocht?
Voor de aangifte 2023 geldt op 1 januari 2023 de WOZ-waarde met als peildatum 1 januari 2022. Is de woning in 2023 verkocht, neem je dan de waardestijging vanaf 1 januari 2022 in aanmerking? Dit betekent dat je in 2023 ook de waardestijging van 2022 meeneemt voor de bepaling van het werkelijk rendement. Dit zou niet redelijk zijn.
De belastingdienst onderzoekt ook nog wat de effecten zijn in buitenlandsituaties.
Het was de bedoeling dat de belastingdienst het vaststellen van de doelgroep en de definitie van werkelijk rendement uiterlijk in augustus 2024 zou voltooien. Dit is slechts gedeeltelijk gebeurd. Ze moeten nog een aantal vragen beantwoorden, zoals: krijgen ook niet-bezwaarmakers compensatie en hoe moet je in bepaalde situaties het werkelijk rendement bepalen?
De druk op het kabinet voor tijdige invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 neemt met de uitspraken van de Hoge Raad toe. Het doel is om vanaf 2027 een nieuw belastingstelsel voor box 3 in te voeren, waarbij jij als belastingplichtige belasting betaalt over het werkelijk behaalde rendement op jouw vermogen.
Heb je nog vragen naar aanleiding van dit artikel of over andere onderwerpen? Neem dan contact met ons op.
De hersteloperatie voor box 3 is in volle gang. Veel OWR-formulieren (Opgaaf Werkelijk Rendement) zijn al ingediend. Tijd voor een korte tussenstand en een paar belangrijke aandachtspunten.
We gaan dieper in op de fiscale gevolgen voor een Belg die een onroerend goed bezit in Nederland en omgekeerd.
De contouren van het Belastingplan 2026 worden steeds duidelijker. Staatssecretaris Van Oostenbruggen presenteerde onlangs de Fiscale beleids- en uitvoeringsagenda 2025. Hierin staan fiscale maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor zowel particulieren als bedrijven. Wij zetten de belangrijkste voorstellen voor je op een rij.