Arbeidsrecht

Nieuwe arbeidsrechtelijke koers: wat betekent het coalitieakkoord 2026–2030 voor jouw organisatie?

Door:
Matthias Stuij
A new direction in employment law: what does the 2026–2030 coalition agreement mean for your organisation?
Het nieuwe coalitieakkoord van D66, VVD en CDA zet een duidelijke koers uit voor de arbeidsmarkt. De plannen hebben impact op werkgevers, werknemers én zelfstandigen. De komende jaren veranderen de regels rond sociale zekerheid, verlof, ziekteverzuim, flexwerk, arbeidsmigratie en schijnzelfstandigheid. Belangrijk om te weten is dat het gaat om voorstellen van de coalitie. Voor elke maatregel is nog steun in de Kamer nodig. De uiteindelijke wetgeving kan daardoor nog wijzigen in vorm of inhoud. In dit artikel zetten we de belangrijkste ontwikkelingen voor je op een rij.
Onderwerpen

Zzp’ers: nieuw rechtsvermoeden en invoering van de Zelfstandigenwet

Om schijnzelfstandigheid tegen te gaan combineert het kabinet de nieuwe Zelfstandigenwet met onderdelen van de WVBAR.

Bij uurtarieven tot €36 gaat een rechtsvermoeden van werknemerschap gelden. Bij twijfel wordt dan eerder aangenomen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Voor risicobranches volgen sectorale vermoedens en er komt een toetsingscommissie die mee kan kijken bij complexe kwalificatievragen.

De basisverzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen blijft onderdeel van de plannen, met een opt‑out voor wie zich privaat wil verzekeren.

Sociale zekerheid: kortere WW, lagere uitkeringen en wijzigingen in de arbeidsongeschiktheid

Het kabinet kiest voor een stevige modernisering van de sociale zekerheid.

Vanaf 2028 wordt de WW verkort naar maximaal twaalf maanden. In de eerste twee maanden gaat de uitkering vanaf 2030 omhoog naar 80% (in plaats van 75%). Daar staat tegenover dat de toegang strenger wordt: werknemers moeten 42 van de 52 weken hebben gewerkt. De opbouw van rechten halveert naar een halve maand per gewerkt jaar.

Ook het hogere segment verandert. Per 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent lagere uitkeringen voor hogere inkomens en lagere werkgeverspremies voor deze groepen.

Daarnaast wordt de IVA-regeling vanaf 2030 afgeschaft voor nieuwe instroom. Hiermee wil het kabinet de UWV‑achterstanden verminderen. Tegelijkertijd komt er meer nadruk op preventie, snelle re‑integratie en een andere inrichting van sociaal‑medische beoordelingen.

Belangrijkste wijzigingen

  • Vanaf 2028: WW‑duur maximaal twaalf maanden, strengere referte‑eis en lagere opbouw.
  • Vanaf 2029: 20% verlaging van het maximumdagloon voor alle uitkeringsregelingen.
  • Vanaf 2030: afschaffing van de IVA voor nieuwe instroom.

AOW: weer volledig meestijgen met levensverwachting

Vanaf 2033 gaat de AOW-leeftijd opnieuw volledig meestijgen met de levensverwachting. De uitkering blijft meestijgen met de welvaart.

Arbeidsmigratie: meer bescherming en strenger toezicht

Het kabinet neemt de aanbevelingen van de Commissie‑Roemer over. Dit betekent strengere eisen aan huisvesting, meer verantwoordelijkheid voor werkgevers en de invoering van een nieuw toelatingsstelsel voor uitzendbureaus (WTTA). Daarnaast komt er een driejarige pilot om hoogopgeleide arbeidsmigranten onder duidelijke voorwaarden aan te trekken.

Ziekteverzuim: minder administratie en een wijziging van de transitievergoeding

Het ziekteverzuimstelsel blijft in de basis bestaan, maar wordt eenvoudiger. Werkgevers krijgen minder administratieve verplichtingen binnen de Wet Verbetering Poortwachter, meer duidelijkheid over sancties en meer ruimte om re‑integratie op maat vorm te geven.

Een belangrijke verandering is dat de compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte komt te vervallen.

Hervorming van het afspiegelingsbeginsel en het concurrentiebeding

Het afspiegelingsbeginsel wordt soepeler zodat persoonlijke omstandigheden beter kunnen meewegen. Daarnaast wordt het concurrentiebeding gemoderniseerd.

Leven Lang Ontwikkelen krijgt een grotere rol

Leven Lang Ontwikkelen wordt een belangrijk onderdeel van het arbeidsmarktbeleid. Er komt een nieuwe regeling voor sectoren waar de personeelstekorten het grootst zijn. Verder werkt het kabinet toe naar individuele leerrechten, zodat werknemers hun ontwikkeling beter kunnen plannen. De transitievergoeding wordt gekoppeld aan scholing: werkgevers die tijdig inzetten op bij- of omscholing betalen uiteindelijk minder transitievergoeding.

Flex en vast: naar een nieuwe balans

Het kabinet wil meer werkzekerheid voor werknemers én meer wendbaarheid voor ondernemers. Flex moet minder flexibel worden waar dat nu tot onzekerheid leidt, terwijl vaste contracten minder star moeten worden. Vooral mkb‑ondernemers en startups moeten voldoende ruimte houden om mee te bewegen met economische ontwikkelingen.

Verlofstelsel: groot onderhoud en overzicht

Het versnipperde stelsel van ouderschapsverlof, zorgverlof, calamiteitenverlof en geboorteverlof wordt eenvoudiger. De huidige regelingen worden herzien op basis van het SER‑advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’. Doel is een overzichtelijker systeem met minder administratie, heldere regels en betere toegankelijkheid.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Hoewel alle plannen nog door het parlement moeten worden goedgekeurd, is de richting inmiddels duidelijk. Vrijwel elke organisatie zal deze veranderingen op termijn voelen. Het is verstandig om nu al vooruit te kijken en te bepalen wat dit voor jouw organisatie betekent.

Onze specialisten helpen je graag om de impact in kaart te brengen en samen te bepalen welke stappen passend zijn, zowel op korte als langere termijn.

Wil je verder praten over deze inzichten? Neem contact met ons op.

Neem contact op