Samenvatting en relevantie
De btw-regelgeving kent een vrijstelling voor het verlenen van krediet, het bemiddelen bij krediet, en het beheer van krediet door de instelling die het krediet heeft verstrekt. Volgens het Gerecht is kredietbeheer alleen vrijgesteld als er nog sprake is van kredietverlening aan de kredietnemer.
Voor toepassing van de btw-vrijstelling voor kredietbeheer moet er een directe relatie bestaan tussen de kredietgever en de kredietnemer. Deze relatie wordt doorbroken wanneer het krediet bijvoorbeeld wordt verkocht aan een derde partij, en de beheerder niet langer zelf het krediet verstrekt.
In dat geval is het beheer van het krediet in beginsel btw-belast. De afnemer van deze diensten kan de btw mogelijk niet (volledig) in aftrek brengen, waardoor de btw een kostenpost wordt. Wij adviseren financiële instellingen die dergelijk beheer verrichten om te beoordelen of zij de btw-vrijstelling nog kunnen toepassen.
Uitspraak van het Gerecht
De uitspraak van het Gerecht betreft een Finse bank die woningkredieten verstrekt. Nadat de kredieten zijn verstrekt, verkoopt de bank deze tegen marktprijs aan een groepsvennootschap, een zogenoemde special purpose vehicle (SPV). Deze SPV houdt zich bezig met de securitisatie van woningkredieten en neemt alle rechten en verplichtingen met betrekking tot de kredieten over.
Na de verkoop blijft de Finse bank het beheer van de kredieten uitvoeren en brengt zij hiervoor periodiek een vergoeding in rekening.
De btw-regelgeving bevat een vrijstelling voor kredietverlening, het bemiddelen bij krediet, en het beheer van krediet door degene die het krediet heeft verstrekt. Het Gerecht overweegt dat kredietbeheer alleen vrijgesteld is voor zover dit nauw samenhangt met de kredietverlening zelf.
Daarvoor is volgens het Gerecht een directe relatie vereist tussen de kredietgever en de kredietnemer. Door de verkoop van het krediet verdwijnt deze relatie. Als gevolg daarvan is het beheer door de Finse bank btw-belast.
Belang voor de Nederlandse praktijk
In Nederland was het gebruikelijk om kredietbeheer onder de btw-vrijstelling te scharen. Naar aanleiding van deze uitspraak moeten financiële instellingen kritisch beoordelen of deze benadering in alle gevallen nog houdbaar is.
Voor zover het kredietbeheer btw-belast is, zal de btw voor de afnemer in veel gevallen een kostenpost vormen. Dit kan directe financiële gevolgen hebben.
De toepassing van de btw-vrijstelling voor kredietbeheer kan daarnaast afhankelijk zijn van de manier waarop het krediet is overgedragen. Daarbij speelt ook een rol dat de kredietnemer niet altijd op de hoogte is van de verkoop van het krediet. Voor toepassing van de vrijstelling moet in ieder geval worden beoordeeld of nog sprake is van een voldoende directe relatie met de kredietnemer.
Het Financial Services team van Grant Thornton helpt je graag bij het in kaart brengen van de kansen en risico’s van deze uitspraak voor jouw organisatie.
Wil je verder praten over deze inzichten? Neem contact met ons op.
Neem contact op