Legal services

Werkgever moet verzoek tot aanpassing werktijden na scheiding in beginsel honoreren

Door:
Jelleke Oud
Op 23 april 2026 deed de Rechtbank Gelderland uitspraak in een kort geding over een verzoek tot wijziging van werktijden op grond van de Wet flexibel werken (artikel 2 Wfw). De zaak draaide om een werknemer die na een echtscheiding zijn werkrooster wilde aanpassen om de zorg voor zijn jonge kinderen beter te kunnen combineren met zijn baan.
Onderwerpen

De feiten

De werknemer is sinds 2017 werkzaam als magazijnmedewerker. Na zijn scheiding en een periode van ziekte verzoekt hij zijn werkgever om zijn werktijden aan te passen. In de even weken heeft hij de zorg voor zijn twee kinderen van vier en zes jaar.

Om deze zorg te kunnen combineren met zijn werk stelt hij een wisselend rooster voor dat beter aansluit bij de school- en buitenschoolse opvangtijden.

In de oneven weken wil hij fulltime werken, in totaal 47,5 uur per week, van maandag tot en met vrijdag van 06:00 tot 16:30 uur. In de even weken wil hij minder werken, namelijk 28,5 uur per week, verdeeld over dinsdag, woensdag en donderdag van 09:00 tot 16:00 uur en vrijdag van 09:00 tot 16:30 uur. Volgens de werknemer sluit dit rooster beter aan bij de opvangmogelijkheden voor zijn kinderen.

De werkgever gaat niet akkoord met het voorstel. Hij vindt de lange werkdagen in de oneven weken te belastend, mede gezien de eerdere ziekteperiode van de werknemer. Daarnaast stelt de werkgever dat het bedrijfsbelang wordt geschaad als de werknemer niet om 06:00 uur begint, omdat dit juist de drukste start van de werkdag is.

Partijen komen niet tot een oplossing, waarna de werknemer een kort geding start bij de rechter.

Oordeel van de kantonrechter

De kantonrechter stelt voorop dat werknemers op grond van de Wet flexibel werken een verzoek kunnen doen tot aanpassing van onder meer hun werktijden. Zo’n verzoek moet in beginsel worden ingewilligd, tenzij sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen.

Van zwaarwegende belangen is alleen sprake als de wijziging leidt tot ernstige problemen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, organisatie, roosterplanning of financiën.

In deze zaak oordeelt de rechter dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd dat hiervan sprake is. Daarbij acht de kantonrechter onder meer van belang dat:

  • er meerdere collega’s zijn met dezelfde functie die niet allemaal om 06:00 uur hoeven te starten;
  • de werkgever niet concreet maakt waarom vervanging in de vroege uren niet mogelijk is;
  • tijdens de ziekteperiode van de werknemer collega’s zijn werkzaamheden ook hebben overgenomen.

Het argument van de werkgever dat sprake is van een hoge werkdruk overtuigt de rechter niet. Volgens de kantonrechter lijkt er eerder sprake te zijn van een structureel personeelstekort, waarvoor de werkgever zelf verantwoordelijk is. Bovendien blijkt dat het management al eerder op dit probleem is gewezen, zonder dat maatregelen zijn genomen.

Daartegenover staat het belang van de werknemer om de zorg voor zijn kinderen te kunnen organiseren. De rechter acht voldoende aannemelijk dat deze zorg niet op een andere manier kan worden geregeld. Het belang van de werknemer weegt daarom zwaarder dan het belang van de werkgever.

De kantonrechter wijst het verzoek toe en bepaalt dat de werkgever het aangepaste rooster moet accepteren en uitvoeren.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak bevestigt dat een werkgever een verzoek tot aanpassing van werktijden op grond van de Wet flexibel werken in beginsel moet honoreren. Alleen wanneer een werkgever goed onderbouwd kan aantonen dat sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, kan een weigering standhouden.

Wil je verder praten over deze inzichten? Neem contact met ons op.

Neem contact op