Deze verordening staat sinds de vaststelling in 2023 sterk ter discussie, waarbij verschillende aanvullende documenten zijn gepubliceerd om de verwachtingen voor bedrijven verder te verfijnen, aan te passen en te verduidelijken. De meest recente update is gepubliceerd op 4 mei 2026.
Wat is de EU‑ontbossingsverordening?
Ontbossing is een belangrijke aanjager van de wereldwijde CO₂‑uitstoot. Veranderingen in landgebruik, waaronder ontbossing, zijn verantwoordelijk voor 12 tot 20 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. In 2017 was Europa verantwoordelijk voor ongeveer 16 procent van de ontbossing die samenhangt met internationale handel, waardoor de handel en consumptie van de EU een belangrijke mondiale aanjager van ontbossing vormen.
De EUDR is een kernverordening van de Europese Green Deal. Het doel is om ervoor te zorgen dat belangrijke grondstoffen die de EU binnenkomen en verlaten, zoals cacao, koffie, palmolie, soja, rubber, runderen en hout, niet bijdragen aan ontbossing of bosdegradatie. Bedrijven moeten hun toeleveringsketens herleiden tot de oorsprong en vóór het op de EU‑markt brengen van producten due diligence‑verklaringen indienen waarin wordt bevestigd dat wordt voldaan aan de vereisten voor ontbossingsvrije en legale productie.
De meeste verplichtingen zijn van toepassing op de ‘operator’, gedefinieerd als de organisatie die een product dat onder de verordening valt op de EU‑markt brengt. Elke daaropvolgende onderneming in de toeleveringsketen kan echter ook verplichtingen hebben onder de EUDR; deze worden aangeduid als ‘downstream operators’ of ‘handelaren’. Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) zijn over het algemeen vrijgesteld van due diligence‑vereisten, maar moeten nog steeds relevante informatie verstrekken.
De nieuwste updates van de Europese Commissie
Op 4 mei 2026 publiceerde de Europese Commissie verschillende documenten in het kader van een vereenvoudigingsherziening van de EUDR. Deze omvatten een geactualiseerde versie van de veel gestelde vragen (FAQ), herziene richtsnoeren, een ontwerp‑gedelegeerde handeling over de productreikwijdte van de EUDR en een uitvoeringshandeling over het informatiesysteem voor lidstaten. De meest relevante updates worden hieronder uiteengezet.
Bevestiging van de handhavingsdatum
De startdatum van handhaving blijft ongewijzigd. De verordening is van toepassing vanaf 30 december 2026 voor grote en middelgrote operators, en vanaf 30 juni 2027 voor kmo’s en micro‑operators.
Introductie van de micro of kleine primaire operator
De geactualiseerde FAQ introduceert een nieuwe categorie operators: de micro of kleine primaire operator (MSPO). Een MSPO is een natuurlijk persoon of een micro‑ of kleine onderneming in de zin van Richtlijn 2013/34, gevestigd in een laag risicoland, waaronder alle EU‑lidstaten, die zelf geproduceerde producten rechtstreeks op de EU‑markt brengt of exporteert.
Voor deze operators gelden vereenvoudigde verplichtingen. Een MSPO kan een eenmalige vereenvoudigde verklaring indienen, een postadres gebruiken in plaats van geolocatiegegevens en meerdere producten en percelen in één vereenvoudigde verklaring (SD) opnemen, in plaats van het indienen van een volledige due diligence‑verklaring (DDS).
Verduidelijkte verplichtingen voor niet‑kmo downstream operators en handelaren
De geactualiseerde FAQ en richtsnoeren geven verdere verduidelijking over de due diligence‑gerelateerde verplichtingen van downstream operators en handelaren.
Hoewel deze partijen gedetailleerde gegevens van hun directe zakenpartners moeten bijhouden, zijn zij alleen verplicht DDS‑referentienummers te verzamelen wanneer zij weten dat hun directe leverancier kwalificeert als operator. Belangrijk is dat de verplichting om deze informatie te verstrekken bij de upstream operator ligt, en niet bij de downstream operator of handelaar.
Om te voldoen aan de plicht om informatie te verzamelen en te bewaren, is het voldoende dat downstream operators en handelaren de relevante gegevens binnen een redelijke termijn kunnen opvragen en samenstellen na een verzoek van een bevoegde autoriteit of bij gegronde zorgen. Verzamelde gegevens moeten vijf jaar worden bewaard.
Downstream operators en handelaren moeten autoriteiten en zakenpartners informeren wanneer er gegronde zorgen ontstaan. Dit is een reactieve verplichting; er is geen proactieve plicht om de volledige upstream toeleveringsketen te onderzoeken. In de praktijk betekent dit dat de verplichting alleen wordt geactiveerd wanneer indicatoren van niet‑naleving aan het bedrijf worden gecommuniceerd. Er geldt een duidelijke veronderstelling van goede trouw.
Niet‑kmo downstream operators en handelaren zijn daarnaast verplicht zich te registreren in het informatiesysteem.
Gegronde zorgen
De geactualiseerde FAQ introduceert een formele definitie van gegronde zorgen. Dit zijn naar behoren onderbouwde claims op basis van objectieve en verifieerbare informatie die wijzen op niet‑naleving van de verordening. Wanneer een downstream actor zich bewust wordt van dergelijke zorgen, hetzij via overheidsinstanties hetzij via private partijen, moet hij de bevoegde autoriteiten onmiddellijk informeren. Niet‑kmo‑bedrijven moeten bovendien stoppen met het op de EU‑markt brengen van het betreffende product.
De FAQ verduidelijkt verder de bewijsstandaarden en biedt richtsnoeren voor de bescherming van klokkenluiders.
Informatiesysteem
De update legt meer nadruk op het op TRACES gebaseerde informatiesysteem, dat wordt voorbereid op uitgebreide functionaliteit binnen wereldwijde toeleveringsketens. Belangrijke ontwikkelingen zijn onder meer:
Vereenvoudigd MSPO‑portaal
Een speciale interface stelt micro‑ en kleine primaire operators, met name gericht op EU‑kleine producenten, in staat om een eenmalige vereenvoudigde verklaring in te dienen in plaats van terugkerende due diligence‑verklaringen. Het systeem maakt het mogelijk om postadressen te gebruiken in plaats van nauwkeurige geolocatiegegevens. Deze optie is doorgaans niet van toepassing op kleine producenten uit derde landen, aangezien zij meestal niet optreden als operator die goederen op de EU‑markt brengt.
Beheer van referentienummers
Om gefragmenteerde zendingen, zoals rubber en runderen, te faciliteren, maakt het systeem het mogelijk om meerdere upstream DDS‑referentienummers te koppelen. Ondanks deze functionaliteit blijven operators verantwoordelijk voor het verzamelen en overdragen van mogelijk duizenden referentienummers per zending, wat een aanzienlijke administratieve last blijft vormen.
Geautomatiseerde gegevensuitwisseling (API)
De Commissie biedt geautomatiseerde webdiensten die het mogelijk maken om bedrijfs‑ERP‑systemen rechtstreeks te koppelen aan het informatiesysteem. Deze functionaliteit is essentieel voor handelaren met hoge volumes die DDS‑referentienummers moeten opnemen in douaneaangiften voor vrijgave van producten.
Legaliteit en nationale gegevens
Hoewel de Commissie werkt aan de integratie van nationale databronnen ter ondersteuning van naleving, blijven operators juridisch verantwoordelijk voor het verifiëren dat producten voldoen aan de wetgeving van het land van productie. Dit omvat wetgeving inzake landgebruik, mensenrechten en corruptiebestrijding.
Producten binnen de reikwijdte: voorgestelde uitsluitingen en inclusies
Via een ontwerp‑gedelegeerde handeling heeft de Commissie gerichte wijzigingen voorgesteld in de productreikwijdte van de EUDR.
- Opname van instantkoffie, geroosterd en verwerkt uit groene koffie (ex 0901).
- Opname van verschillende palmolie‑gebaseerde producten, waaronder organische oppervlakte‑actieve producten die palmolie bevatten (ex 1511).
- Uitsluiting van runderhuiden en leder. Verschillende categorieën runderhuiden en leder zijn uit de reikwijdte verwijderd, waaronder ruwe huiden en vellen (ex 4101), gelooide of halfgelooide huiden en vellen (ex 4104) en verder bewerkt leder (ex 4107).
- Wijziging van bepaalde categorieën met gebruik van ‘ex HS‑code’‑classificaties. Dit zorgt ervoor dat alleen producten die hoofdzakelijk zijn vervaardigd uit voor de EUDR relevante materialen binnen de reikwijdte vallen. Zo zijn loopvlakken van banden die voornamelijk uit gerecyclede banden bestaan expliciet uitgesloten.
Voordat de gedelegeerde handeling in werking kan treden, moet de Commissie een openbare consultatie van 30 dagen afronden. Vervolgens hebben de Raad en het Europees Parlement een periode van 60 dagen om de handeling goed te keuren of te verwerpen.
Wat de EUDR betekent voor bedrijven
De geactualiseerde documenten bevestigen zowel de verplichtingen als de tijdlijn opnieuw en onderstrepen de noodzaak voor bedrijven om met volle snelheid vooruit te gaan. Zodra de verordening aan het einde van het jaar in werking treedt, moeten bedrijven kunnen aantonen dat hun toeleveringsketens ontbossingsvrij zijn. Belangrijke acties zijn onder meer:
Breng je toeleveringsketen in kaart
Het in kaart brengen van je toeleveringsketen geeft cruciaal inzicht in ontbossingsrisico’s en helpt bij het identificeren van risicogebieden. Naast naleving van regelgeving ondersteunt gedetailleerde ketenmapping bredere ESG‑doelstellingen, zoals emissiereductie en impactanalyses van de waardeketen.
Betrek je leveranciers
Beoordeel de gereedheid van leveranciers en werk samen om traceerbaarheid en datakwaliteit te verbeteren. Deze aanpak maakt een wendbaardere reactie op regelgevende ontwikkelingen mogelijk en helpt risico’s te beperken in een omgeving van juridische onzekerheid.
Integreer EUDR in je bredere strategie
Stem EUDR‑naleving af op bredere duurzaamheids‑ en bedrijfsstrategieën. Dit maakt het mogelijk om wettelijke vereisten om te zetten in kansen voor lange termijn waardecreatie en concurrentievoordeel.
Heb je hulp nodig of wil je meer weten over de EUDR en de impact ervan op jouw organisatie? Neem gerust telefonisch of per e‑mail contact op met onze experts. Wij ondersteunen je graag.
Neem contact met ons op