De Zelfstandigenwet: wat opdrachtgevers nu al moeten weten

Arbeidsrecht

Door: Nina Cox

De onzekerheid rondom het werken met zzp’ers houdt aan. Nieuwe wetgeving is in voorbereiding, maar dat betekent niet dat de praktijk stilstaat. De Belastingdienst beoordeelt arbeidsrelaties nu al op basis van het geldende recht. Wie wacht op meer duidelijkheid vanuit Den Haag voordat actie wordt ondernomen, loopt een reëel risico.
Onderwerpen

Waarom is er een nieuwe wet nodig?

De beoordeling van arbeidsrelaties is onder het huidige recht geen kwestie van één doorslaggevend criterium. Sinds het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad uit 2023 geldt een holistische toets: alle feiten en omstandigheden worden in samenhang gewogen.

Daarbij spelen verschillende factoren een rol, zoals:

  • de mate van aansturing
  • de inbedding van de zzp’er in de organisatie
  • de vrijheid om het werk zelf in te richten
  • de duur van de samenwerking
  • de vraag of iemand zich buiten de opdracht als ondernemer gedraagt

Geen enkel criterium is op zichzelf doorslaggevend. Dat maakt de beoordeling in de praktijk lastig voorspelbaar, vooral bij langdurige inzet van dezelfde zzp’er of wanneer zelfstandigen structureel onderdeel worden van een team.

De Zelfstandigenwet kiest een andere invalshoek. Het vertrekpunt is niet langer de vraag of er mogelijk sprake is van een dienstverband, maar of daadwerkelijk sprake is van ondernemerschap. Dit is een wezenlijk andere benadering en voor opdrachtgevers een belangrijke verschuiving.

De drie toetsen

De wet werkt met drie opeenvolgende toetsen.

De zelfstandigentoets richt zich op de zzp’er zelf. Zijn er aanwijzingen dat iemand daadwerkelijk als ondernemer opereert? Daarbij wordt onder meer gekeken naar:

  • inschrijving bij de Kamer van Koophandel
  • het gebruik van een btw-nummer
  • investeringen in eigen middelen
  • het hebben van meerdere opdrachtgevers

Nieuw ten opzichte van de huidige situatie is dat zzp’ers straks ook aantoonbaar voorzieningen moeten hebben getroffen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen. Wie niet aan deze criteria voldoet, kwalificeert niet als zelfstandige, ongeacht wat er in het contract is vastgelegd.

De werkrelatietoets ziet op de feitelijke samenwerking. Heeft de opdrachtnemer daadwerkelijk de vrijheid om zelf te bepalen hoe en wanneer het werk wordt uitgevoerd? Is er sprake van directe aansturing door de opdrachtgever? En hebben beide partijen bewust gekozen voor een samenwerking buiten loondienst?

Dit laatste punt is opvallend: de wet geeft de intentie van partijen een expliciete rol, terwijl rechters nu vooral kijken naar de feitelijke uitvoering van de samenwerking.

Het sectorale rechtsvermoeden maakt het mogelijk om in sectoren waar schijnzelfstandigheid structureel voorkomt strengere voorwaarden te stellen. Welke sectoren dit precies worden, is nog niet bepaald. De wet noemt geen specifieke sectoren; deze worden later bij algemene maatregel van bestuur aangewezen. In de praktijk worden zorg en onderwijs vaak als voor de hand liggende sectoren genoemd.

Het rechtsvermoeden bij een laag tarief

Naast de Zelfstandigenwet is er een aanvullend wetsvoorstel dat zich in een verder gevorderd stadium bevindt. Bij een uurtarief onder de €38 (prijspeil januari 2026) geldt straks een wettelijk vermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst.

De Tweede Kamer heeft dit voorstel al aangenomen; de behandeling in de Eerste Kamer loopt nog.

Twee punten zijn hierbij van belang:

  1. Het vermoeden legt de bewijslast bij de opdrachtgever, die moet aantonen dat de samenwerking toch als zelfstandig werk kwalificeert
  2. Een hoger uurtarief biedt geen zekerheid; ook dan blijft de inhoudelijke beoordeling van de werkrelatie doorslaggevend

Wat is de status van de Zelfstandigenwet?

Het wetsvoorstel is nog niet officieel ingediend bij de Tweede Kamer. De parlementaire behandeling moet nog starten en de uiteindelijke vorm van de wet staat nog niet vast. Invoering per 1 januari 2028 geldt op dit moment als het vroegst realistische scenario.

Tot die tijd blijft het huidige toetsingskader van toepassing. Naheffingen kunnen worden opgelegd met terugwerkende kracht tot januari 2025. Verzuimboetes worden in 2026 nog niet opgelegd, maar vergrijpboetes bij opzet of grove schuld zijn wel mogelijk.

Wacht niet op de wet

De verwachting van nieuwe regelgeving leidt er in de praktijk toe dat organisaties bestaande situaties laten voortbestaan. De handhaving houdt daar echter geen rekening mee. Arbeidsrelaties worden nu al beoordeeld en de komst van nieuwe regels biedt geen tijdelijke bescherming.

Omstandigheden zoals langdurige inzet van dezelfde zzp’er, sterke inbedding in de organisatie en intensieve aansturing wegen zwaar mee in de beoordeling.

De Zelfstandigenwet introduceert straks een nieuw kader. De relevante vraag op dit moment is echter: hoe ziet de samenwerking er in de praktijk uit en is deze verdedigbaar onder de regels die vandaag gelden?

Wil je weten of de zzp-relaties binnen jouw organisatie standhouden? Het arbeidsrechtteam van Grant Thornton Nederland helpt je graag bij een concrete beoordeling. Neem gerust contact met ons op.

Neem contact op