De voorgestelde maatregelen zullen per 1 januari 2027 in werking treden, tenzij anders vermeld.
Tijdelijke uitzondering digitale notificaties
De Belastingdienst krijgt in 2027 tijdelijk een uitzondering op de uitgebreidere notificatieplicht voor enkele digitale berichten. Het gaat om de uitnodiging tot het doen van aangifte inkomstenbelasting, de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en de aanslag inkomstenbelasting. Voor deze berichten hoeft de notificatie in 2027 nog niet te vermelden wat de aard en de rechtsgevolgen van het bericht zijn en welke termijn eventueel geldt om te handelen. Vanaf 1 januari 2028 vervalt de uitzondering.
Let op!
Wie deze berichten alleen digitaal ontvangt, krijgt in 2027 dus nog niet altijd het volledige handelingsperspectief in de notificatie zelf.
Onderwijs- en onderzoeksvrijstelling verduidelijkt
De onderwijs- en onderzoeksvrijstelling in de vennootschapsbelasting wordt verduidelijkt met betrekking tot de vraag wanneer sprake is van bekostiging uit publieke middelen. Als tegenover de publieke middelen een contractuele tegenprestatie staat, geldt dit niet als publieke bekostiging voor deze vrijstelling. Daardoor valt commercieel onderwijs of onderzoek dat tegen betaling in opdracht van een publiekrechtelijke rechtspersoon of overheidslichaam wordt uitgevoerd niet onder deze vrijstelling. Volgens het kabinet betreft dit een verduidelijking van de bestaande regeling en geen inhoudelijke wijziging.
Uitstel digitale post Toeslagen
De Dienst Toeslagen krijgt tijdelijk een uitzondering op de verplichting om bepaalde officiële berichten elektronisch te kunnen ontvangen. De meeste berichtenstromen zijn inmiddels gedigitaliseerd, maar voor berichten over inning en terugvordering lukt dit nog niet tijdig. Voor die berichten hoeft de Dienst Toeslagen daarom nog niet volledig te voldoen aan de gemoderniseerde regels voor elektronisch bestuurlijk verkeer. De uitzondering geldt tot 1 januari 2030 en wordt alleen toegepast waar dat noodzakelijk is.
Eerder ingediende wetgeving, o.a.:
- De zelfstandigenaftrek wordt verder verlaagd van € 1.200 naar € 900.
- Voor werkgevers komt een pseudo-eindheffing van 12% voor niet volledig emissievrije personenauto’s die mede voor privégebruik ter beschikking staan. Woon-werkverkeer telt mee als privégebruik; voor bestaande terbeschikkingstellingen geldt overgangsrecht.
- De bijtellingskorting voor elektrische auto’s wordt verder afgebouwd. Bij een eerste toelating in 2027 geldt 20% bijtelling over de eerste € 30.000 en 22% over het meerdere. De maximale korting bedraagt € 600.
- De 30%-regeling wordt vanaf 2027 een 27%-regeling en de salarisnormen stijgen. Wie uiterlijk eind 2023 instroomde, behoudt 30% en de oude geïndexeerde normen; instroom in 2024 gaat wel naar 27%, maar houdt de oude salarisnorm. Ook loopt het overgangsrecht voor de partiële buitenlandse belastingplicht af.
- De vrije ruimte in de werkkostenregeling gaat over de eerste € 400.000 van de loonsom van 2% naar 2,16%. Over het meerdere blijft 1,18% gelden.
- Voorgesteld is de bevoegdheid om een eerstedagsmelding op te leggen te schrappen, de meldplicht bij opting-in te vervangen door een bewaarplicht en het forfaitaire S&O-uurloon van € 29 naar € 33 te verhogen. Ook worden de gevolgen van een te late pensioeningang verzacht.
- Bij de vereenvoudigde inlenersaansprakelijkheid wordt de aansprakelijkheid vermoed 35% van de factuursom te bedragen. G-rekeningstortingen komen daarop onder voorwaarden in mindering; tegenbewijs blijft mogelijk.
- De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt stapsgewijs afgebouwd tot afschaffing in 2035. Het maximumbedrag daalt in 2027 met € 134, exclusief inflatiecorrectie.
- De box 3-vrijstelling voor groene beleggingen daalt naar € 200 (€ 400 voor fiscale partners). De heffingskorting blijft nog bestaan; beide faciliteiten vervallen in 2028.
- De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (Wet Hillen) daalt van 71,867% naar 67,067% van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten.
- Voorgesteld is het partnerbegrip voor toeslagen te vereenvoudigen. De criteria voor samengestelde gezinnen, partnerschap in het voorafgaande jaar en partnerschap voor de rest van het jaar vervallen. Minderjarigen kunnen geen toeslagpartner meer zijn en de vermogensgrenzen voor zorgtoeslag en kindgebonden budget dalen.
- Bij geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding van rijksbelastingen wordt het administratief beroep vervangen door bezwaar bij de ontvanger en vervolgens beroep bij de fiscale rechter.
- Het heffingsplafond van 50.000 m³ per aansluiting in de belasting op leidingwater vervalt. De grondslag wordt beperkt tot water van drinkwaterkwaliteit en de 1.000-klantenregeling verdwijnt.
- De salderingsregeling voor kleinverbruikers eindigt. Teruggeleverde elektriciteit kan vanaf 2027 niet meer worden gesaldeerd met afgenomen elektriciteit.
- De vrijstellingen in de kolenbelasting voor duaal en non-energetisch gebruik vervallen. Daardoor wordt onder meer kolengebruik bij cokesproductie en de ijzer- en staalproductie belast.
- Voorgesteld is de vaste oldtimervrijstelling een jaar te vervroegen naar 2027 voor voertuigen met een eerste toelating vóór 1 januari 1988. Verder treden eerder aangenomen nieuwe voertuigdefinities in de MRB en bpm in werking; voor vrachtauto’s wordt nog aansluiting bij Europese voertuigcategorieën voorgesteld.
Wil je hier meer over weten? Onze specialisten helpen je graag.
Neem contact op