Nederland zet volgende stap richting ‘enkele btw-registratie’ van ViDA

BTW

Door: Aiki Kuldkepp

De implementatie van de Europese VAT in the Digital Age (ViDA)-hervormingen krijgt in Nederland steeds meer vorm. Nederland voert de verschillende onderdelen van ViDA gefaseerd in. Daarbij krijgt de uitbreiding van het éénloketsysteem (OSS) prioriteit, terwijl de wetgeving voor elektronische facturatie en digitale rapportage op een later moment volgt.
Onderwerpen

Eerste stap: uitbreiding van de éénloketregeling (OSS)

Het wetsvoorstel implementatie ‘enkele btw-registratie’, dat momenteel door de Tweede Kamer wordt behandeld, richt zich op een verdere uitbreiding van de bestaande One Stop Shop-regelingen (OSS). Deze ViDA-maatregel heeft als doel het aantal buitenlandse btw-registraties binnen de Europese Unie verder te beperken. Ondernemingen kunnen hierdoor in meer situaties btw die verschuldigd is in andere lidstaten centraal aangeven en afdragen via één lidstaat.

Met het wetsvoorstel wordt het onderdeel ‘enkele btw-registratie’ van ViDA geïmplementeerd. Een belangrijke wijziging is de uitbreiding van de Unieregeling binnen de OSS naar meer B2C-transacties. Daarnaast vervalt de huidige call-off stock-regeling en komt hiervoor een nieuwe regeling voor de overbrenging van eigen goederen tussen lidstaten in de plaats. Hierdoor kunnen ondernemingen in specifieke situaties goederen tussen lidstaten verplaatsen zonder dat zij zich daarvoor afzonderlijk voor btw-doeleinden hoeven te registreren. Deze overbrengingen kunnen in de toekomst via de OSS worden gerapporteerd.

Ook de levering van gas, elektriciteit, warmte en koeling aan niet-belastingplichtigen valt vanaf 1 januari 2027 onder de OSS-regeling. Vanaf 1 juli 2028 wordt de regeling verder uitgebreid naar een bredere groep B2C-leveringen en diensten door ondernemers die niet zijn gevestigd in de lidstaat van de eindafnemer. Hierdoor neemt voor veel ondernemingen de noodzaak af om meerdere buitenlandse btw-registraties aan te houden.

De verruiming van het OSS-systeem zal uiteindelijk betrekking hebben op een groot deel van de B2C-goederenleveringen en diensten binnen de Europese Unie. Bepaalde transacties blijven echter buiten de regeling vallen, waaronder:

  • Vrijgestelde prestaties
  • Transacties waarop de margeregeling van toepassing is
  • Transacties waarop de reisbureauregeling van toepassing is
  • Bepaalde invoertransacties

Uitbreiding van de verplichte verleggingsregeling

Een andere belangrijke wijziging binnen het ViDA-pakket is de uitbreiding van de verplichte verleggingsregeling. Volgens de nieuwe regels is in bepaalde situaties niet langer de niet in Nederland gevestigde leverancier btw verschuldigd, maar de afnemer die in Nederland voor btw-doeleinden is geïdentificeerd. Deze maatregel heeft als doel het aantal buitenlandse btw-registraties verder terug te dringen en de administratieve lasten voor internationaal opererende ondernemingen te verlagen. Nederland heeft deze wijziging opgenomen in het wetsvoorstel voor de implementatie van de ViDA-richtlijn, met een beoogde ingangsdatum van 1 juli 2028.

Tijdens de consultatiefase leidde deze uitbreiding tot discussie, omdat de nieuwe verleggingsregeling naast bestaande Nederlandse verleggingsbepalingen komt te bestaan. Hierdoor kon onduidelijkheid ontstaan over welke regeling in specifieke situaties voorrang heeft. In de recente nota van wijziging heeft de wetgever daarom verduidelijkt hoe de verschillende verleggingsregelingen zich tot elkaar verhouden.

Voor veel ondernemingen vormt deze maatregel naar verwachting een aanvulling op de bredere doelstellingen van de ‘enkele btw-registratie’ binnen ViDA. Het aantal situaties waarin leveranciers zich in meerdere lidstaten voor de btw moeten registreren of deze registraties moeten onderhouden, kan hierdoor verder afnemen.

E-facturatie en digitale rapportage: wetgeving volgt later

Voor veel bedrijven ligt de grootste impact van ViDA waarschijnlijk bij de invoering van verplichte elektronische facturatie en digitale rapportage voor intra-EU B2B-transacties. Nederland heeft bevestigd dat hiervoor een afzonderlijk wetsvoorstel wordt opgesteld. Volgens de staatssecretaris wordt dit wetsvoorstel naar verwachting pas in de zomer van 2027 bij de Tweede Kamer ingediend. Een internetconsultatie staat gepland voor het najaar van 2026.

Deze planning biedt bedrijven nog enige voorbereidingstijd, maar laat tegelijkertijd zien dat de Nederlandse overheid actief werkt aan de implementatie van de nieuwe Europese verplichtingen. De Europese deadline voor grensoverschrijdende digitale rapportage en e-facturatie blijft daarbij ongewijzigd: 1 juli 2030.

Wat betekent dit voor ondernemingen?

Hoewel de eerste wetgevende stappen zich richten op de uitbreiding van het OSS-systeem en de verplichte verleggingsregeling, is het verstandig om verder vooruit te kijken. De invoering van e-facturatie en digitale rapportage heeft niet alleen gevolgen voor de btw-functie, maar ook voor ERP-systemen, facturatieprocessen, data governance en interne beheersingsmaatregelen.

Daarnaast blijkt dat in Nederland wordt gekeken naar een bredere invoering van e-facturatie, mogelijk ook voor binnenlandse transacties. Daarbij wordt onder meer gedacht aan het gebruik van Peppol als uniforme infrastructuur en aansluiting op de Europese norm EN 16931.

Conclusie

Met de behandeling van het wetsvoorstel voor de uitbreiding van de OSS-regeling en de verplichte verleggingsregeling zet Nederland opnieuw een concrete stap richting de implementatie van ViDA. Hoewel de wetgeving voor e-facturatie en digitale rapportage nog enige tijd op zich laat wachten, wordt steeds duidelijker welke richting Nederland kiest. Voor ondernemingen is dit een goed moment om niet alleen hun btw-registraties te evalueren, maar ook de gereedheid van hun facturatieprocessen en IT-systemen voor het digitale btw-landschap van de toekomst te beoordelen.

De maatregelen rond de enkele btw-registratie kunnen aanzienlijke administratieve voordelen opleveren. Organisaties met meerdere buitenlandse btw-registraties doen er daarom verstandig aan tijdig te beoordelen in hoeverre de verruimde OSS-regelingen en de verplichte verleggingsregeling hun huidige btw-registratiestructuur kunnen vereenvoudigen.

Hoewel de eerste ViDA-maatregelen pas tussen 2027 en 2030 gefaseerd in werking treden, is het raadzaam om nu al met de voorbereidingen te starten. Zo kunnen ondernemingen toekomstige implementatie-uitdagingen beter beheersen, hun btw-processen efficiënter inrichten en optimaal profiteren van de administratieve vereenvoudigingen die ViDA biedt.

Hoewel verplichte e-facturatie en digitale rapportage pas vanaf 2030 van toepassing worden, zien wij dat veel bedrijven nu al starten met een ViDA-impactanalyse. Door tijdig inzicht te verkrijgen in de benodigde data, factuurstromen en systeemaanpassingen kunnen implementatierisico’s aanzienlijk worden beperkt.

Wil je verder praten over deze inzichten? Neem contact met ons op.

Neem contact op