Actualiteit

Prinsjesdagplannen uitgelekt – aanpassing box 3

Mr. Geert de Jong Mr. Geert de Jong

Het is de afgelopen jaren gebruikelijk dat diverse tijdens Prinsjesdag te presenteren plannen al vóór die dag in de media komen. Zo ook dit jaar. Zo werd eind vorige week duidelijk dat het kabinet probeert zoveel mogelijk mensen er in 2016 op vooruit te laten gaan. Kwamen gepensioneerden en mensen met een uitkering er volgens de eerdere berichtgeving er bekaaid vanaf, naar verluidt gaan dezen er volgend jaar iets op vooruit.

De meest in het oog springende wijziging betreft evenwel de vermogensrendementheffing van box 3. Deze zal volgens de plannen met ingang van 2017 (sneller kan de staatssecretaris ’t kennelijk niet regelen) als volgt wijzigen: 

  • Het heffingsvrije vermogen wordt opgetrokken van circa 21.000 euro naar 25.000 euro;
  • het forfaitaire rendement – nu 4 procent - wordt voor belastbaar vermogens[1] tot 100.000 euro verlaagd tot 2,9 procent;
  • het forfaitaire rendement voor belastbare vermogens tussen 100.000 euro - 1.000.000 euro wordt verhoogd tot 4,7 procent;
  • het forfaitaire rendement voor belastbare vermogens boven 1.000.000 euro wordt gesteld op 5,5 procent. 

Zoals ik in een eerdere column al aangaf, bestaat de kans dat de Hoge Raad oordeelt dat de vermogensrendementheffing in strijd is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De staatssecretaris heeft inmiddels aangegeven dat hij aanslagen uit zich zelf zal verminderen als de Hoge Raad stelt dat het systeem van box 3 in strijd is met het EVRM. Het loont de moeite om over dit onderwerp met je belastingadviseur te praten. Het kan namelijk ook zo zijn dat het systeem op zichzelf weliswaar in overeenstemming is met het EVRM, maar de belastingheffing dusdanig hoog dat deze – kijkend naar de individuele belastingplichtige – als ‘individual excessive burden’ (buitensporige individuele last) moet worden aangemerkt. In die situaties vermindert de staatssecretaris niet uit zichzelf de belastingaanslagen. Met name in situaties waarin het box 3-vermogen (overwegend / uitsluitend) bestaat uit bank- en spaartegoeden, is het zinvol te overwegen om individueel bezwaar te maken. Alleen in dat geval kun je de kaart ‘individual excessive burden’ spelen. 

Sparen in de bv of in een OFGR

Als de uitgelekte plannen bewaarheid worden, wordt de box 3-heffing voor belastingplichtigen met een substantieel vermogen dus (flink) verhoogd. Dit kan een trigger zijn om verder te denken over een alternatieve spaarmogelijkheden (buiten box 3). Eén van de alternatieven is om spaargeld onder te brengen in een bv of een Open Fonds voor Gemene Rekening (OFGR). Bij een spaarsaldo van 1.000.000 euro, het huidige forfaitaire box 3-rendement van 4 procent en een feitelijk spaarrendement van 1 procent levert dat op jaarbasis een besparing op van 8.000 euro. Het spreekt voor zich dat bij een hoger forfaitair box 3-rendement de besparing nog interessanter wordt.   

Ik ben benieuwd naar Prinsjesdag.

 

[1] Vermogen na aftrek van het heffingsvrije bedrag van 25.000 euro.

Bron: