Prinsjesdagspecial belastingplan 2018

Maatregelen voor btw en accijnzen

De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2018 in werking, tenzij anders vermeld.

  • Aanscherping definitie geneesmiddel
  • Wijziging tariefbepaling zeeschepen
  • Nieuwe btw-aansprakelijkheidsbepaling
  • Onderzoek in meer 'plaatsen'
  • Einde landbouwregeling per 2018

Mocht u naar aanleiding van deze special nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met één van onze specialisten.

Aanscherping definitie geneesmiddel

Door een uitspraak van de Hoge Raad van 11 november 2016 vallen ook producten, zoals tandpasta en zonnebrandmiddel onder het verlaagd 6% btw-tarief voor geneesmiddelen. Als gevolg hiervan worden ook andere producten in onder meer de cosmetische sfeer belast met het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan zelfzorgmiddelen zoals middelen tegen acne, blaasontsteking, brandend maagzuur, keelpijn, verkoudheid en verstopte neus.

Omdat de uitspraak van de Hoge Raad de uitvoering en handhaving van het verlaagde tarief door de Belastingdienst aanzienlijk heeft gecompliceerd, wil het kabinet de definitie van geneesmiddelen aanscherpen. Dit wordt bereikt door de definitie van een geneesmiddel in overeenstemming te brengen met de op basis van de Geneesmiddelenwet als geneesmiddel erkende en geregistreerde producten met een (voorwaardelijke) handelsvergunning of expliciete vrijstelling daarvan. Het verschil tussen een reguliere en een voorwaardelijke vergunning is overigens alleen dat de vergunninghouder de aanvullende opdracht heeft om nog aanvullende studies te doen op het gebied van veiligheid of werkzaamheid.

Tip

Een schorsing van een handelsvergunning zal niet leiden tot een tariefswijziging in de btw. Tijdens een schorsing is het immers verboden om het geneesmiddel in de handel te brengen, en dus vindt er ook geen btw-belastbare transactie plaats. Als de handelsvergunning na de tijdelijke schorsing wordt voortgezet, geldt het 6% btw-tarief. Wordt de handelsvergunning na de tijdelijke schorsing ingetrokken, dan geldt het 21% btw-tarief.

Wijziging tariefbepaling zeeschepen

De EU-lidstaten moeten op grond van de BTW-richtlijn 2006 een btw-vrijstelling toepassen voor onder meer de levering van schepen die op de zogenoemde volle zee worden gebruikt voor:

  • passagiersvervoer tegen betaling, vrachtvervoer, visserij en dergelijke.
  • De bevoorrading van die schepen.
  • Een groot aantal diensten met betrekking tot die schepen (zoals de verbouwing, de reparatie of het onderhoud van de schepen en de voorwerpen die met de schepen vast verbonden zijn of voor hun exploitatie dienen).

In Nederland geldt voor deze situaties een btw-nultarief, maar volgens de Europese Commissie is de redactie van dit nultarief in de Wet op de omzetbelasting 1968 te ruim geformuleerd. Daarom worden de bepalingen die zien op de levering van en diensten aan zeeschepen aangepast. Het nultarief is vanaf 2018 alleen van toepassing als het schip ook daadwerkelijk wordt gebruikt voor de vaart op volle zee. Dat wil zeggen buiten de territoriale 12-mijlszone.

Let op!

Deze maatregel heeft belangrijke gevolgen voor ondernemers die veerdiensten verrichten tussen de Waddeneilanden en het vasteland. Deze ondernemers mogen onder de huidige regeling, door een overgangsregeling, kiezen tussen vrijgesteld personenvervoer zonder aftrek van voorbelasting, en personenvervoer belast naar het verlaagde btw-tarief met aftrek van voorbelasting. Deze maatregel maakt een keuze voor vrijstelling straks minder aantrekkelijk.

Nieuwe btw-aansprakelijkheidsbepaling

Pand- of hypotheekhouders kunnen zowel binnen als buiten een faillissement een zaak verkopen en tot uitwinning overgaan. Executanten, die beschikken over een executoriale titel, kunnen eveneens een zaak door een gerechtsdeurwaarder laten verkopen en zich op de opbrengst verhalen. De opbrengst mogen zij afboeken op de openstaande vordering. De opbrengst van een verkochte zaak omvat echter ook het gedeelte van het door de koper betaalde bedrag, dat betrekking heeft op de ter zake van de levering verschuldigde btw.

Omdat de ondernemer, die al failliet is, of in betalingsproblemen verkeert, meestal niet in staat is de verschuldigde btw te betalen, blijft de fiscus achter met een onverhaalbare btw-schuld. Daarom wil het kabinet pand- of hypotheekhouders en executanten, die zich hebben verhaald op het door de koper betaalde bedrag aansprakelijk stellen voor het bedrag dat ter zake van de levering aan btw is verschuldigd. De plicht tot het betalen van de omzetbelasting blijft rusten op de verkoper, alleen bij niet-betalen kan de Belastingdienst de koper aanspreken. Het betreft hier situaties waarin de verleggingsregeling niet van toepassing is.

Let op!

De nieuwe aansprakelijkheidsbepaling zal niet gelden voor executanten binnen een faillissement. Binnen faillissement gaat het uitsluitend om pand- en hypotheekhouders. Denk hierbij aan leeg(verkoop) van resterende producten, waaronder voorraden.

Onderzoek in meer 'plaatsen'

Onder de huidige wetgeving kan de inspecteur alleen onderzoek verrichten in accijnsgoederenplaatsen en plaatsen die onderworpen zijn aan beperkende bepalingen. De inspecteur kan voor de accijnsheffing geen onderzoek verrichten in bijvoorbeeld een opslagloods, die geen accijnsgoederenplaatsen is of geen plaats is die is onderworpen aan beperkende bepalingen.

Het kabinet vindt dat de inspecteur ook in dergelijke plaatsen onderzoek moet kunnen verrichten, als het vermoeden bestaat dat daar goederen aanwezig zijn die voor accijnsheffing relevant zijn. Daarom wordt voorgesteld de bevoegdheid van de inspecteur uit te breiden tot alle gebouwen en alle grond waartoe op basis van de AWR toegang moet worden verleend.

Tip

De inspecteur mag voor de accijnsheffing geen onderzoek verrichten in woningen.

Einde landbouwregeling per 2018

Zoals aangekondigd in september 2016 door het ministerie van Economische Zaken worden de btw-landbouwregeling en het land-bouwforfait per 1 januari 2018 afgeschaft. Daarnaast vervalt ook het verlaagd tarief voor goederen en diensten die (nagenoeg) uitsluitend aan landbouwers worden geleverd. Voor landbouwers, veehouders, tuinbouwers en bosbouwers (hierna landbouwers) gaan met ingang van 1 januari 2018 de normale btw-regels gelden. Dat betekent dat alle landbouwers een btw-administratie moeten gaan bijhouden en periodiek aangifte moeten gaan doen. Wel hebben zij straks recht op btw-aftrek.

Tip

Vanaf 1 januari 2018 gelden voor de landbouwer de algemene btw-regels. Hij zal wel alsnog in aanmerking willen komen voor de niet genoten aftrek met betrekking tot:

  • investeringsgoederen die vóór 1 januari 2018 al in gebruik zijn genomen; en
  • goederen en diensten (inclusief investeringsgoederen) die op 1 januari 2018 nog niet in gebruik zijn genomen.

Voor deze herzieningsgevallen is voorzien in een overgangsregeling.

Belastingplan 2020

Lees meer over andere wetsvoorstellen uit het Belastingplan 2020 of meld u aan voor één van onze kenissessies.

Bekijk onze Prinsjesdagspecial