NL EN
Prinsjesdagspecial belastingplan 2018

Overige maatregelen

De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2018 in werking, tenzij anders vermeld.

  • BES-eilanden
  • Bestrijding terrorisme
  • Eenvoudiger derdenbeslag
  • Schorsende werking fiscaal verzet
  • Uitbreiding meldingsplicht bodemzaak
  • Aangifte Kansspelbelasting
  • Herinvoering 10%-regeling toeslagen
  • Tijdelijke verhoging kansspelbelasting
  • Heffing afvalstoffenbelasting uitgebreid
  • Verhoging tarieven energiebelasting
  • Uitbreiding stadsverwarmingsregeling
  • Verbranding van zuiveringsslib

Mocht u naar aanleiding van deze special nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met één van onze specialisten.

BES-eilanden

In het belastingregime voor de BES-eilanden (Saba, St. Eustatius en Bonaire) worden kleine wijzigingen aangebracht. Onderdeel van het fiscaal regime is een vastgoedbelasting. Het kabinet stelt voor om een aantal onroerende zaken vrij te stellen van deze vastgoedbelas-ting. Het gaat hierbij om onroerende zaken – niet zijnde zelfstandige woningen – van een beperkt aantal instellingen (ongeveer 15) die zich bezighouden met de opvang en dagbesteding van bejaarden, begeleiding van jongeren, de scouting, kinderopvang of buitenschoolse opvang. Voorwaarde is dat deze instellingen niet in concurrentie treden met commerciële bedrijven.

De tarieven van de algemene bestedingsbelasting op de eilanden Saba en St. Eustatius blijven een jaar langer lager dan het tarief op Bonaire. Dit lagere tarief is destijds bij het totstandkomen van de staatshervorming ingevoerd omdat Bonaire een ander fiscaal regime had. Het is de bedoeling dat de tariefsongelijkheid opgeheven gaat worden maar beslissing hierover wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet.

Bestrijding terrorisme

De regering heeft de bestrijding van het internationaal terrorisme hoog in het vaandel staan. Het wordt mensen zo moeilijk mogelijk gemaakt om zich aan te sluiten bij terreurorganisaties. Deze zogenaamde ‘uitreizigers’, personen die Nederland verlaten om zich aan te sluiten bij een terroristische organisatie , verliezen het recht op uitkeringen, toeslagen en studiefinanciering. In de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, die de algemene regels rond de toeslagen regelt, wordt een bepaling opgenomen waardoor de ontvanger kan afzien van de uitbetaling van (een voorschot op) toeslagen aan uitreizigers.

Eenvoudiger derdenbeslag

Het moet mogelijk worden om ook voor andere geldvorderingen dan de vordering op de werkgever of de uitkeringsinstantie beslag te leggen bij een derde zonder tussenkomst van een deurwaarder Het gaat daarbij om alle vorderingen voor zover deze vatbaar zijn beslag. De vordering wordt geëffectueerd bij beschikking door de ontvanger en bekendmaking aan de derde jegens wie de vordering is gedaan. Aan deze regeling zijn een aantal voorwaarden verbonden. De regeling treedt op is werking op 1 januari 2019 om de Belastingdienst gelegenheid te geven haar computersystemen aan te passen.

Schorsende werking fiscaal verzet

In afwijking van het civiele recht, kan de werking van een dwangbevel worden geschorst door het aantekenen van verzet bij de civiele rechter, het fiscaal verzet. Dit leidt tot een grote vertraging bij de inning van de belastingschuld. Het kabinet stelt voor om de schorsende werking van het fiscaal verzet met ingang van 2018 te laten vervallen. Hierdoor wordt het fiscale recht weer in lijn gebracht met het bestuursrecht en het civiele recht.

Het laten vervallen van de schorsende werking is geen verslechtering van de rechtsbescherming, volgens het kabinet. Immers, slechts in 2% van de gevallen heeft de rechter het fiscaal verzet gehonoreerd.

Uitbreiding meldingsplicht bodemzaak

Bodemzaken zijn zaken van een derde die zich bevinden in een gebouw of op een terrein van een belastingplichtige. Wil de derde deze zaak verwijderen (waardoor het geen bodemzaak meer is en dus de Belastingdienst zich daar niet op kan verhalen), dan moeten hij dit melden aan de Belastingdienst. Het kabinet stelt voor om deze meldingsplicht ook op te leggen aan de belastingschuldige. Dit om misbruik tegen te gaan.

Aangifte kansspelbelasting

Inhoudingsplichtig voor de kansspelbelasting is de loterij. De loterij moet de kansspelbelasting inhouden op het tijdstip waarop de prijs ter beschikking is gesteld. De ingehouden kansspelbelasting moet zij uiterlijk binnen één maand na dat tijdstip op aangifte afdragen aan de Belastingdienst. Het kabinet wil wettelijk regelen dat per maand of per kwartaal aangifte kan worden gedaan.

Let op!

Er moet wel worden voldaan aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden.

Herinvoering 10%-regeling toeslagen 

Voor het recht op toeslagen is de hoogte van het inkomen van belang van de toeslaggerechtigde en de toeslagpartner. Na het einde van de partnerrelatie kan het voorkomen dat het inkomen van de vertrekkende partner stijgt. De achterblijvende partner heeft daardoor recht op minder toeslag. Voorgesteld wordt de achterblijvende partner een mogelijkheid te geven na het beëindigen van de partnerrelatie de inkomensstijging van de voormalige partner buiten beschouwing te kunnen laten. Voorwaarde is dat het totale toetsingsinkomen ten minste 10% lager wordt. Er wordt dan geen rekening gehouden met loon, winst en resultaat genoten na het einde van de partnerrelatie door de vertrekkende partner. 

Tijdelijke verhoging kansspelbelasting 

Voorgesteld wordt om het huidige tarief van 29% kansspelbelasting (KSB) tijdelijk te verhogen naar 30,1% KSB. De verwachting is dat per 1 januari 2019 het tarief van de KSB weer zal worden verlaagd naar het huidige tarief van 29%. Neemt de inhoudingsplichtige de KSB voor zijn rekening dan moet vanaf 2018 brutering plaatsvinden door de waarde van de prijs met 1000/699 te vermenigvuldigen.

Heffing afvalstoffenbelasting uitgebreid

Afvalverwerkende bedrijven met een stortplaats of afvalverbrandingsinstallatie zijn afvalstoffenbelasting verschuldigd op basis van het gewicht afvalstoffen die zij storten of verbranden. Voor in Nederland ontstane afvalstoffen die naar het buitenland werden overgebracht, kon Nederland niet heffen. Voorstel is om al het in Nederland ontstane afval bij gelijke verwerkingswijze op gelijke wijze te belasten, ongeacht of de verwerking binnen of buiten Nederland plaatsvindt. Afvalstoffen die niet in Nederland zijn ontstaan, blijven buiten de heffing. Er kan een vermindering worden verkregen wanneer afval wordt gerecycled of op andere wijze nuttig wordt toegepast.

Let op!

De Belastingdienst stelt hoge eisen aan de administratie van een afvalverwerkend bedrijf met name wanneer een beroep wordt gedaan op een vermindering! 

Verhoging tarieven energiebelasting

Bedrijven die aardgas of elektriciteit aan consumenten leveren zijn energiebelasting verschuldigd. In het Energieakkoord voor duurzame groei is afgesproken dat de opbrengst van de energiebelasting vanaf 2018 voor twee jaar wordt verhoogd. Het gaat deels om een tijdelijke verhoging die geldt voor de jaren 2018 en 2019. Daarnaast gaat het om een structurele verhoging van het tarief in de eerste schijf op aardgas en het blokververwarmingstarief ter dekking van de uitbreiding van de stadsverwarmingsregeling.

Uitbreiding stadsverwarmingsregeling

De stadsverwarmingsregeling houdt in dat een verlaagd tarief energiebelasting van toepassing is voor aardgas dat wordt gebruikt voor een installatie voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik gemaakt wordt van restwarmte. Voorgesteld wordt om de stadsverwarmingsregeling uit te breiden naar alle installaties voor stadsverwarming die grotendeels gebruik maken van aardwarmte of warmte opgewekt met vaste of vloeibare biomassa. Doel is dat het verlaagde tarief energiebelasting ook van toepassing wordt op aardgas dat wordt verbruikt in hulpketels die deel uitmaken van deze stadsverwarmingsinstallaties.

Verbranding van zuiveringsslib 

Het verbranden van zuiveringsslib is in principe belast met afvalstoffenbelasting. Er bestaat echter een vrijstelling voor het verbranden indien dit gebeurd binnen door de minister te stellen voorwaarden. Zoals deze vrijstelling in de wet staat, is deze niet in overeenstemming met het belastbare feit voor de afvalstoffenheffing. Daarom wordt, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2015, de regeling aangepast. Na deze wijziging ziet de vrijstelling op het aanbieden van zuiveringsslib aan een inrichting waarbinnen dit zuiveringsslib wordt verbrand.