Prinsjesdagspecial belastingplan 2017

Maatregelen voor vermogende particulieren

De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2017 in werking, tenzij anders vermeld.

  • Beleggen via flits-vbi minder aantrekkelijk.
  • Reparatie BOR-arrest klein indirect belang.
  • Toerekeningsstop alleen voor actieve APV.

Mocht u naar aanleiding van deze special nog vragen hebben, dan kunt u altijd contact opnemen met één van onze specialisten.

Beleggen via flits-vbi minder aantrekkelijk

Onder de huidige regeling kan de belastingdruk op box 2-vermogen worden beperkt door vermogen waarop een aanmerkelijk belang (ab)-claim rust onder te brengen in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi). Box 3-heffing kan ontgaan worden door vermogen tijdelijk in box 2 te plaatsen, door te beleggen in een zogenoemde flits-vbi. Daarom stelt het kabinet de volgende maatregelen voor:

  • er wordt voortaan in box 2 afgerekend over de positieve ab-claim als een lichaam waarin de belastingplichtige een ab heeft de vbi-status verkrijgt;
  • het box 3-vermogen dat wordt ondergebracht in een vbi waarin de belastingplichtige een ab heeft, wordt belast in box 2, maar ook in box 3 als dit vermogen binnen 18 maanden weer terugkomt naar box 3.
  • het percentage van het forfaitaire rendement uit een vbi wordt automatisch gekoppeld aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf in box 3.

Om anticipatie op deze maatregel te voorkomen, wordt voorgesteld deze maatregelen met terugwerkende kracht tot en met 20 september 2016, 15.15 uur in werking te laten treden.

Let op!

Deze maatregelen gelden ook voor vermogen dat in een dergelijk buitenlands beleggingslichaam wordt ondergebracht.

Tip

Er komt wel een tegenbewijsregel zodat geen dubbele belastingheffing plaatsvindt. De belastingplichtige moet dan aannemelijk kunnen maken dat er een zakelijke reden was om het vermogen binnen achttien maanden weer terug te halen naar box 3.

Reparatie BOR-arrest klein indirect belang

Een indirect aanmerkelijk belang van een erflater of schenker dat bij hem geen aanmerkelijk belang vormt (het belang is dus kleiner dan 5%), kan volgens de hoogste belastingrechter onder omstandigheden toch kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOR) in de Successiewet. Dit is bijvoorbeeld het geval als het houden van dat belang past binnen de ondernemingsactiviteiten van de holding en het belang op grond van de regels van vermogensetikettering wordt gezien als ondernemingsvermogen.

Het kabinet wil in de wet opnemen dat indirecte belangen van minder dan 5%, net als directe belangen van minder dan 5%, niet onder de BOR vallen. In de Wet inkomstenbelasting worden indirecte belangen uitgesloten als ondernemingsvermogen voor de doorschuifregelingen en wordt met betrekking tot die belangen dus niet toegekomen aan de toepassing van de leer van de vermogensetikettering.

Let op!

De gevolgen van het arrest worden gerepareerd met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop deze wijzigingen bij persbericht bekend zijn gemaakt, dus tot en met 1 juli 2016, 0.00 uur.

Let op!

Het wetsvoorstel heeft tot gevolg dat ook een beleggingsportefeuille in aandelen niet meer kwalificeert voor de BOR, ook dus niet als deze wordt aangehouden voor de bedrijfsuitoefening!

Toerekeningsstop alleen voor actieve APV

Op basis van de huidige – sinds 2010 geldende regelgeving – worden het vermogen en inkomen van een afgezonderd particulier vermogen (APV), zoals een trust, toegerekend aan de inbrenger van het vermogen. De toerekening geldt niet als de APV zelf in de winst wordt betrokken tegen een naar Nederlandse maatstaven reëel tarief (ten minste 10%). Deze toerekeningsstop is bedoeld om dubbele belastingheffing te voorkomen. In de praktijk wordt deze bepaling echter steeds meer als route gebruikt om toerekening aan de inbrenger van vermogen te voorkomen, terwijl in het buitenland effectief geen (winst)belasting is geheven.

Het kabinet wil de toerekeningsstop om die reden alleen laten gelden voor APV's voor zover die een reële, actieve onderneming drijven. Het op relatief eenvoudige wijze opzoeken van de toerekeningsstop via een passieve APV die als houdstermaatschappij fungeert, biedt straks dus geen soelaas meer. Daarnaast worden in het Besluit ter voorkoming van dubbele belasting aanvullende voorkomingsregelingen opgenomen om bij de Nederlandse belastingheffing van de inbrenger rekening te houden met de daadwerkelijk in het buitenland betaalde belasting.

Let op!

Als voorwaarde voor de toepassing van de toerekeningsstop blijft dus nog steeds gelden dat de APV zelf in een naar Nederlandse maatstaven reële heffing naar de winst wordt betrokken (van ten minste 10% over een vergelijkbare grondslag).

Prinsjesdag 2018 spitsuurstudies

Tijdens onze Prinsjesdag spitsuurstudies vertellen wij u graag meer over wat de fiscale wijzigingen voor u betekenen. Meld u aan: