Werkkostenregeling

Brengt rechtspraak duidelijkheid voor gebruikelijkheidscriterium in de WKR?

Mr. Geert de Jong Mr. Geert de Jong
De Hoge Raad geeft in zijn arrest van 12 juli 2019 een aantal interessante aanwijzingen over de toepassing van het gebruikelijkheidscriterium binnen de werkkostenregeling (WKR).

Echter, de gebruikelijkheidstoets blijft in de praktijk ingewikkeld. Hoe geeft u als werkgever invulling aan de gebruikelijkheidstoets? Lees meer over deze casus en twee voorbeelden over het gebruikelijkheidscriterium.

De WKR, hoe zit het ook alweer?

Om binnen de WKR gebruik te maken van de gerichte vrijstellingen dient u de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel. Echter, dit kan alleen als de waarde van de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling niet in belangrijke mate hoger is (30 procent) dan wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is om als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen (het gebruikelijkheidscriterium). In principe is het aan de inspecteur om aannemelijk te maken dat de vergoeding of verstrekking niet gebruikelijk is. Alleen is in de parlementair geschiedenis van de WKR te weinig concrete aandacht besteed aan de vraag hoe de gebruikelijkheid moet worden geïnterpreteerd. En dat maakt de regeling een nodeloos vage norm.

De Belastingdienst hanteert in dat kader een doelmatigheidsgrens van 2.400 euro per werknemer per jaar. Alle vergoedingen en verstrekkingen ter grootte van dit bedrag (of lager) worden geacht ‘gebruikelijk’ te zijn. Indien de vergoeding of verstrekking hoger is dan dit bedrag, dan spelen de volgende factoren een rol bij de beoordeling:

  • de aard van de vergoeding/verstrekking; 
  • de hoogte van de vergoeding/verstrekking;
  • de kring van ontvangers.

Dit wordt beoordeeld naar de feiten en omstandigheden van het geval. Twee voorbeelden, ontleend aan het Handboek loonheffingen 2019 van de Belastingdienst:

  1. Een fiets van de zaak van 1.000 euro.
    Wanneer de werknemer die deze fiets gebruikt en op deze fiets naar het werk komt, is de situatie en de prijs van de fiets niet ongebruikelijk. De waarde van de fiets mag volledig worden ondergebracht in de vrije ruimte.

  2. De uitkering van een bonus van 6.000 euro.
    De aard van de uitkering maakt het ongebruikelijk om het aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel. Naar algemene maatstaven kwalificeert een bonus namelijk als belast loon. Deze bonus kan dus niet in de vrije ruimte worden ondergebracht, omdat het niet gebruikelijk is dat te doen.

De casus: gebruikelijkheidstoets nader toegelicht

In de casus, die voorlag bij de Hoge Raad, betrof het verstrekken van aandelen aan een selecte groep werknemers ‘om niet’. Vanaf de invoering van de WKR werd de waarde van de ‘om niet toegekende aandelen’ aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Omdat de vrije ruimte werd overschreden heeft de werkgever 80 procent eindheffing afgedragen. De Belastingdienst stelde dat de waarde van de ‘om niet verstrekte aandelen’ niet als eindheffingsbestanddeel konden worden aangemerkt, omdat niet werd voldaan aan de gebruikelijkheidstoets. Hiervoor verwees de Belastingdienst slechts naar de gestelde doelmatigheidsgrens van 2.400 euro.

De Hoge Raad stelde dat alle vergoedingen en verstrekkingen tot het loon behoren en dat de aard van het loonbestanddeel niet van belang is. Voordelen die naar algemeen maatschappelijke opvattingen niet als loon worden ervaren vallen ook onder de WKR.

Om te bepalen of aan het gebruikelijkheidscriterium wordt voldaan stelt de Hoge Raad dat de volgende aanwijzingen uit de in 2016 aangescherpte wetgeving over de WKR van belang zijn, overigens geldt dit ook voor de jaren vóór 2016:

  • de gebruikelijkheid van de aanwijzing als eindheffingsbestanddeel;
  • vergelijkingen met de WKR voor andere werknemers van dezelfde werkgever;
  • vergelijkingen met de WKR voor collega’s van de werknemer in dezelfde functiecategorie bij dezelfde werkgever en voor werknemers bij andere werkgevers.

Belastingdienst voldoet niet aan bewijslast

De Hoge Raad merkt in dat verband nog op dat de Belastingdienst niet aan de bewijslast voldoet door slechts te verwijzen naar de gehanteerde doelmatigheidstoets van 2.400 euro per werknemer per jaar. De afwijking van 30 procent geldt niet voor dit bedrag. Uit diverse toelichtingen op het gebruikelijkheidscriterium blijkt dat deze grens ook van toepassing is op situaties waarin een werkgever pure beloningsbestanddelen aan een werknemer verstrekt, zoals een bonus of een dertiende maand. Daarbij benadrukt de Hoge Raad dat het gebruikelijkheidscriterium erop gestoeld is om oneigenlijk gebruik te beperken en de extreme situaties te voorkomen.

Wat betekent dit voor u als werkgever?

De Belastingdienst kijkt (soms te) kritisch naar de gebruikelijkheid van vergoedingen en verstrekkingen. Beloningen die naar algemeen maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren, worden niet zonder meer uitgesloten van de WKR. Daar waar de werkgever van bepaalde vergoedingen en verstrekkingen de belasting al eerder voor zijn rekening nam, is dat nu wellicht niet langer het geval.

Ga dus goed na of bepaalde vergoedingen en verstrekkingen gebruikelijk zijn te verstrekken of te vergoeden en breng ze onder in de vrije ruimte, mits er nog voldoende ruimte is.

Actualiteiten

Lees meer artikelen over de toepassing van de WKR
Is een bonus of loonsverhoging fiscaal aantrekkelijk met de WKR?

Als u een werknemer een loonsverhoging geeft dan is die daar ongetwijfeld best blij mee. Maar als werkgever bent u dat uit het oogpunt van een stijging in de loonkosten niet. De werkkostenregeling (WKR) biedt mogelijk een uitkomst. Lees hoe u een win-win bereikt door gebruik te maken van de WKR

Dga, maak optimaal gebruik van de WKR!

De werkkostenregeling (WKR) geldt ook voor de dga. Maar maakt u er optimaal gebruik van? Onder de WKR mag een werkgever maximaal 1,2 procent van het totale fiscale loon, de zogenoemde 'vrije ruimte', besteden aan onbelaste vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen voor werknemers. De werkgever moet deze dan wel aanwijzen als zogenoemd eindheffingsloon (bijvoorbeeld door ze als zodanig te labelen in de administratie). Over de zojuist bedoelde vrije ruimte hoeft geen loonheffing te worden afgedragen. Lees meer over het gebruik maken van de WKR.

Werkkostenregeling per 2020 verruimd

De vrije ruimte voor vergoedingen en vertrekking van de werkkostenregeling wordt per 2020 verhoogd van 1,2 procent naar 1,7 procent, voor de eerste 400.000 euro van het totale fiscale loon van de werkgever. Dit maakte staatssecretaris Snel van Financiën recent bekend. Wat betekent deze verruiming van de WKR voor u?

Moet u de eindheffing afrekenen met de belastingdienst voor de WKR?

In de eerste loonaangifte van het nieuwe jaar moet u de eindafrekening maken van alle vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel in 2018. Een overschrijding van de zogenaamde vrije ruimte moet worden aangegeven in uw aangifte Loonheffingen. Over deze overschrijding moet u 80 procent eindheffing afdragen! Lees meer over wat dit voor u kan betekenen.

Pas ik de WKR op de juiste manier toe?

U past de WKR toch al goed toe? Nou ja, dat is maar zeer de vraag. In de meeste gevallen is de WKR op de één of andere manier 'in beeld', maar niet structureel ingebed in de administratie en de processen. U vraagt zich wellicht af, doe ik het goed, zijn de arbeidsvoorwaarden in orde en waar zitten de fiscale kansen als het gaat om de toepassing van de WKR? Lees meer over het juist toepassen van de WKR.

Heb ik de WKR goed vertaald naar mijn financiële administratie?

Loonkosten maken een groot deel uit van uw totale kosten. De WKR beschrijft welk deel van uw loonkosten belast is, welk deel is vrijgesteld en welk deel valt in de 'vrije ruimte'. Een goede inrichting van de WKR-regeling beperkt niet alleen uw risico op een naheffing van de belastingdienst. Vaak valt er ook nog genoeg te besparen. Maar hoe weet u zeker of u de WKR-regels goed heeft toegepast en verwerkt in uw financiële administratie? Doe een WKR-check!

Levert de WKR ook subsidie op?

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is een tegemoetkoming als u werknemers in dienst heeft die rond het wettelijke minimumloon (WML) verdienen. Het kan zijn dat u uw werknemer rond het geldende WML-uurloon betaalt en u toch géén recht heeft op het LIV. Is daar dan wat aan te doen ? Ja, dat kan! Lees in dit artikel hoe u in aanmerking kunt komen voor het LIV.

Download de WKR-checker whitepaper

De WKR-regeling is een complexe regeling met veel valkuilen, dus u wilt er zeker van zijn dat u de regeling juist heeft toegepast. Als de belastingdienst langskomt en u heeft uw cijfers niet op orde, volgt een kostbaar en tijdrovend boekenonderzoek. Bovendien loopt u het risico op een aanzienlijke naheffing. Daarom heeft Grant Thornton een WKR-checker ontwikkeld die u in staat stelt om snel en adequaat een analyse te laten maken van de betrouwbaarheid van uw WKR-data. Een checker die onregelmatigheden blootlegt. Meer weten? Download de WKR-checker whitepaper.

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan