COVID-19

NOW-regeling 1.0: het groepsbegrip

Christiaan Buizer Christiaan Buizer

Om NOW aan te vragen, dient sprake te zijn van een omzetdaling van 20% of meer. Hoe deze omzetdaling wordt berekend, komt in een volgende blog aan de orde. In dit deel kijken we naar de vennootschappen waarvan de omzet in de berekening moet worden meegenomen.

In dit artikel leest u:

Eén onderneming

Bij ondernemen in een eenmanszaak, VOF of bij een ondernemingsstructuur met één BV is de reikwijdte van de te berekenen omzetdaling eenvoudig. De omzet van de onderneming bepaalt namelijk de hoogte van de NOW (art. 6 lid 4 NOW 1.0).

Groep van vennootschappen

Ingewikkelder wordt het als sprake is van een groep van vennootschappen (art. 6 lid 5 NOW 1.0). De NOW-regeling schrijft daarover:

Indien de rechtspersoon of vennootschap onderdeel is van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, wordt, in afwijking van het vierde lid, uitgegaan van de omzetdaling van de groep zoals deze op 1 maart 2020 bestond. Indien de rechtspersoon een dochtermaatschappij is van een ander als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, worden de dochtermaatschappij en de rechtspersoon voor de werking van deze regeling behandeld als waren zij een groep. Voor de bepaling van de omzetdaling als bedoeld in de eerste zin worden de Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen in aanmerking genomen, alsmede buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen met loon in Nederland.”

Als sprake is van een groep, wordt uitgegaan van de omzetdaling van de groep, zoals deze op 1 maart 2020 bestond. Dat betekent dat allereerst de groep op juiste wijze in kaart moet worden gebracht. Vervolgens moet de groepsomzet over 2019 worden berekend. En daarna de groepsomzet in de periode waarover NOW 1.0 wordt aangevraagd. Dit zijn drie opeenvolgende maanden te kiezen uit de periode maart t/m juli 2020. Per loonheffingsnummer/BV in de groep kan vervolgens NOW worden aangevraagd, maar wel over dezelfde periode en voor hetzelfde omzetpercentage.

Wij zien vaak dat het hier in de hectiek van begin april mis is gegaan bij het aanvragen van NOW 1.0. Individuele BV’s binnen een groep hebben een eigen aanvraag voor NOW 1.0 ingediend. Een aanvraag waarbij ze zijn uitgaan van hun eigen omzetdaling over hun eigen periode, zonder rekening te houden met andere groepsvennootschappen. Bij vaststelling van de definitieve subsidie is de kans op een onverwachte terugbetaling daardoor groot.

Voor het groepsbegrip zelf wordt verwezen naar het Burgerlijk Wetboek (art. 2:24b en art. 2:24a BW). Artikelen die in de accountancy zeer bekend zijn en bepalen of en op welk niveau er geconsolideerd moet worden. Bepalende factoren zijn organisatorische verbodenheid, centrale leiding en economische eenheid tussen vennootschappen (art. 2:24b BW). Daarnaast is een meerderheid van de stemmen en/of het benoemingsrecht van bestuur en/of raad van commissarissen bepalend (art. 2:24a BW).

Een voorbeeld om het een en ander te verduidelijken.

Actualiteiten

Voorbeeld 1

Een Holding BV houdt 100% van de aandelen in een supermarkt en in een horecazaak.

Supermarkt BV heeft in 2019 een omzet van € 12.000.000.

In de periode maart-mei 2020 heeft zij een omzet van € 3.3000.000. Een stijging van 10% ten opzichte van de gemiddelde omzet in 2019. Zij heeft in de coronamaanden hogere omzetten behaald door het hamstergedrag van de consument.

Horeca BV heeft in 2019 een omzet van € 6.000.000.

In de periode maart-mei 2020 heeft zij een omzet van NIHIL, omdat zij door de coronacrisis verplicht is gesloten. Een daling van 100% ten opzichte van de gemiddelde omzet in 2019.

Holding BV, Supermarkt BV en Horeca BV vormen één groep. Er is geen onderlinge omzet tussen Supermarkt BV en Horeca BV.

De directie van Supermarkt BV heeft geen NOW aangevraagd.

De directie van Horeca BV heeft in april 2020 NOW 1.0 aangevraagd, zonder overleg met Supermarkt BV. Zij kiest voor de periode maart-mei 2020 met een omzetdaling van 100%. Op basis van de aanvraag ontvangt zij een 80% voorschot NOW ter grootte van 90% van de loonkosten van januari 2020 (80% voorschot x 90% loonkosten x 100% omzetdaling).

Bij vaststelling van de definitieve subsidie wordt de omzetdaling bepaald op groepsniveau (Holding BV, Supermarkt BV en Horeca BV). De omzet van de hele groep over 2019 betreft € 18.000.000. Het gemiddelde over drie maanden omzet in 2019 is € 4.500.000. De groepsomzet in maart-mei 2020 bedraagt € 3.300.000. De daling van de omzet betreft 27% (omzet 2019 – omzet 2020 / omzet 2019 x 100% = € 4.500.000 - € 3.300.000 / 4.500.000 x 100%).

De groep heeft recht op 24% NOW-subsidie over haar loonkosten van maart-mei 2020 (90% loonkosten x 27% omzetdaling). Dit betekent dat Horeca BV een aanzienlijk bedrag van de eerder ontvangen NOW moet terugbetalen, want zij heeft 90% van de loonkosten vergoed gekregen (waarvan 80% als voorschot is uitbetaald).

Supermarkt BV heeft geen NOW aangevraagd, terwijl ze daar wel recht op had en ontvangt geen nabetaling. Vraag is overigens wel hoe ethisch het is voor Supermarkt BV om NOW aan te vragen, terwijl zij individueel bezien een omzetstijging doormaakt.

Uitzondering versoepelde concernregeling

Zoals zo vaak is er geen regel zonder een uitzondering. Na een korte lobby is in mei een versoepeling op de NOW op groepsniveau ingevoerd. Indien het concern een omzetdaling heeft lager dan 20% bestaat in beginsel geen recht op NOW. Om in voorkomende gevallen vennootschappen, die te maken hebben met een omzetdaling, toch NOW te geven, is er een uitzondering in de NOW opgenomen (art. 6a NOW 1.0 en art. 7 NOW 2.0). De NOW mag dan voor een individuele vennootschap afzonderlijk worden berekend en aangevraagd.

De uitzondering is alleen van toepassing indien het concern als geheel een omzetdaling heeft van minder dan 20%. Indien het concern een omzetdaling heeft van 27% (voorbeeld 1) dan is de uitzondering niet van toepassing. Er mag niet gekozen worden voor de gunstigere versoepelde concernregeling (‘stand-alone’).

Wederom een voorbeeld ter verduidelijking.

Voorbeeld 2

De Supermarkt BV en Horeca BV uit voorbeeld 1, maar dan met andere omzetcijfers.

Een Holding BV houdt 100% van de aandelen in een supermarkt en in een horecazaak.

Supermarkt BV heeft in 2019 een omzet van € 12.000.000.

In de periode maart-mei 2020 heeft zij een omzet van € 3.500.000. Een stijging van 16,7%.

Horeca BV heeft in 2019 een omzet van € 6.000.000.

In de periode maart-juni 2020 heeft zij een omzet van € 250.000. Een daling van 83%.

Holding BV, Supermarkt BV en Horeca BV vormen één groep. Er is geen onderlinge omzet tussen Supermarkt BV en Horeca BV.

De directie van Supermarkt BV heeft geen NOW aangevraagd.

De directie van Horeca BV heeft in april 2020 NOW 1.0 aangevraagd (zonder overleg met Supermarkt BV). Zij kiest voor de periode maart-mei 2020 met een omzetdaling van 83%. Op basis van de aanvraag ontvangt zij een 80% voorschot NOW ter grootte van 75% van de loonkosten van januari 2020 (90% loonkosten x 83% omzetdaling).

Bij vaststelling van de definitieve subsidie, wordt de omzetdaling bepaald op groepsniveau (Holding BV, Supermarkt BV en Horeca BV). De omzet van de hele groep over 2019 betreft € 18.000.000. Het gemiddelde over drie maanden omzet in 2019 is € 4.500.000. De groepsomzet in maart-mei 2020 bedraagt € 3.750.000. De daling van de omzet betreft 16,7% (€ 4.500.000 - € 3.750.000 / 4.500.000 x 100%).

De groep heeft geen recht NOW-subsidie over haar loonkosten van maart-mei 2020, omdat de omzetdaling lager is dan 20%. Dit betekent in beginsel dat Horeca BV het gehele aan NOW ontvangen bedrag moet terugbetalen, want zij heeft 75% van de loonkosten vergoed gekregen (waarvan 80% als voorschot is uitbetaald).

Indien Horeca BV een beroep kan doen op de versoepelde concernregeling, wordt Horeca BV individueel, los van de overige groepsvennootschappen, beoordeeld voor de NOW.

Haar omzet over 2019 was € 6.000.000. Per periode van drie maanden is dat gemiddeld € 1.500.000. Het gemiddelde over drie maanden omzet in 2019 is € 1.500.000. De behaalde omzet in de driemaandsperiode in 2020 is € 250.000. Zij heeft recht op 75% NOW (90% loonkosten x 83% omzetdaling). Haar loonkosten over maart-mei 2020 worden voor 75% vergoed onder verrekening van het voorschot van 80% van de loonkosten van januari 2020 x 3 maanden.

Bij de aanvraag van NOW was het nodig om aan te geven dat een beroep wordt gedaan op de versoepelde concernregeling. Dit was pas vanaf invoering van de regeling mogelijk in mei 2020. Reden van de verklaring vooraf is dat voor de hele groep extra voorwaarden gelden. Waaronder een verbod op uitkering van dividend, een verbod op bonussen voor de directie en een verbod op inkoop van aandelen, afwezigheid van een personeels-BV en overeenstemming met vakbond of ondernemingsraad.

Een groot aantal ondernemers heeft bij de aanvraag van NOW onterecht niet aangegeven de versoepelde concernregeling toe te willen passen. Toch verwachten wij dat het UWV hier coulant mee om zal gaan. Ook al omdat een formele aanvraag pas vanaf mei 2020 mogelijk was, toen deze uitzondering in de regeling is opgenomen. Wel zullen ondernemers zich strikt aan de voorwaarden moeten houden. Bovendien is in alle gevallen, onafhankelijk van de hoogte van de subsidie, een accountantsverklaring nodig. Dat zijn allemaal zaken die niet iedereen zich zal realiseren. De sanctie bij het niet voldoen aan de voorwaarden, is terugbetaling van de gehele NOW.

Overige groepssituaties

Andere groepssituaties waar het mis is gegaan in de aanvraag van NOW betreffen de volgende situaties:

Verschil in omzetperiode

Te denken is aan een situatie waarin drie groepsvennootschappen ieder een NOW-aanvraag indienen met een verschillende omzetperiode.

  • Groepsvennootschap 1 dient een aanvraag in met periode maart-mei 2020.
  • Groepsvennootschap 2 dient een aanvraag in met periode april-juni 2020.
  • Groepsvennootschap 3 dient een aanvraag in met periode mei-juli 2020.

Iedere vennootschap kiest de periode die voor haar het meest optimaal is. Bij de definitieve afrekening zal de gehele groep echter één en dezelfde periode moeten toepassen.

Vraag is hoe het UWV hiermee omgaat. Tijdelijk was er de mogelijkheid om terug te komen op een reeds eerder gekozen periode. Inmiddels is deze mogelijkheid van de website van het UWV verwijderd. Staat het ondernemers nu vrij om de meest gunstige periode te kiezen voor de groep? Of zijn hier richtlijnen voor?

Divisies

Meer complex wordt het als sprake is van een groep binnen een groep. Bijvoorbeeld als de Supermarkt BV uit het voorbeeld bestaat uit een groep aan vennootschappen en supermarkten met een eigen directie; zeg maar een supermarktdivisie. En de Horeca BV uit een groep aan horecazaken met verschillende formules en eigen directie op verschillende niveaus. Er is dan op niveau van het groepshoofd overleg en coördinatie nodig over de NOW.

Als sprake is van een groepshoofd en/of tussenholdings in het buitenland, kan dit het proces vertragen. Er zijn situaties denkbaar waarin zustervennootschappen in Nederland elkaar nauwelijks kennen, maar beiden toch deel uitmaken van dezelfde internationale groep.

Buitenland

De omzet van buitenlandse groepsvennootschappen telt alleen mee in de berekening van de omzet als er personeel in dienst is dat in Nederland wordt verloond (Nederlands SV-loon). Wel dient in de gaten gehouden te worden, dat de NOW-voorwaarden ook van toepassing zijn op deze buitenlandse vennootschappen (bijvoorbeeld dividendverbod). De sanctie bij het niet voldoen aan de voorwaarden is terugbetaling van de gehele NOW.

Samenvattend

Er bestaat een reëel risico op terugbetaling van NOW indien:

  • de groep op verkeerde wijze is bepaald;
  • de NOW-aanvraag met de verkeerde omzetpercentages is ingediend (te hoog);
  • de NOW-aanvraag is ingediend onder de hoofdregel in plaats van onder de versoepelde concernregeling;
  • niet voldaan wordt aan de voorwaarden van de versoepelde concernregeling (onder andere verbod op dividend), omdat men niet weet dat deze voorwaarden gelden;
  • de NOW aanvraag van groepsvennootschappen met verschillende omzetperiodes is ingediend.

Daarnaast bestaat geen recht op nabetaling van NOW als geen tijdige aanvraag is ingediend.

Meer duidelijkheid vanuit de overheid/het UWV over beleid en praktische uitwerking op deze punten is gewenst.

Vragen

Heeft u vragen over de NOW-regeling? Vraagt u zich af of uw aanvraag juist is ingediend? Wat is uw risico op terugbetaling? Neem gerust contact met ons op voor een second opinion. Ook kunnen wij u behulpzaam zijn bij het afgeven van de benodigde deskundigen- of accountantsverklaring.

In het volgende deel van deze serie gaan wij in op de factoren die van invloed zijn op de omzetberekening.

Lees andere artikelen in deze NOW-regeling 1.0 serie
Het groepsbegrip

Om NOW aan te vragen, dient sprake te zijn van een omzetdaling van 20% of meer. Hoe deze omzetdaling wordt berekend, komt in een volgende blog aan de orde. In dit deel kijken we naar de vennootschappen waarvan de omzet in de berekening moet worden meegenomen. Lees het hele artikel >>

Berekening van de omzet

Om NOW aan te vragen dient sprake te zijn van een omzetdaling van 20% of meer. In het eerste deel van onze NOW 1.0 serie, zijn wij ingegaan op de vennootschappen waarvan de omzet moet worden berekend. In dit tweede deel lichten wij de daadwerkelijke berekening van de omzet toe. Waar moet u op letten bij die berekening? En wat zijn de gevolgen van een hogere of lagere omzet? Lees het hele artikel >>

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan