insight featured image
Op 31 januari 2020 heeft het Verenigd Koninkrijk de EU officieel verlaten en was de Brexit een feit. Waar voor het Verenigd Koninkrijk voorheen de EU/EER-wetgeving van toepassing was, geldt er nu een nieuwe reeks regels voor de betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. In dit artikel gaan we in op de gevolgen die de Brexit heeft voor de immigratie-arbeidsrechten van Britse onderdanen vanuit een Nederlands perspectief.
Onderwerpen

Eerst een paar harde feiten:

  • Brexit is vanaf 31 januari 2020 werkelijkheid geworden.
  • De EU en het Verenigd Koninkrijk hebben een 'Withdrawal Agreement' (WA) gesloten waarin zaken als immigratie- en arbeidsrecht tussen beiden wordt geregeld; De WA geeft door middel van een overgangsperiode partijen de tijd om op bilateraal niveau de zaken te regelen.
  • De overgangsperiode loopt af per 1 januari 2021.
  • Na afloop van de overgangsperiode zijn in Nederland voor alle onderdanen van het Verenigd Koninkrijk en hun gezinsleden verblijfs- en werkvergunningen nodig.

Door middel van de volgende 3 verschillende scenario’s lichten wij de gevolgen per 1 januari 2021 toe:

  1. Een Brits onderdaan is vóór 31 januari 2020 in Nederland gaan wonen en wil in Nederland blijven wonen en werken.
  2. Een Brits onderdaan komt tijdens de overgangsperiode naar Nederland (d.w.z. tussen 1 februari 2020 en 31 december 2020).
  3. Een Brits onderdaan komt op/na 1 januari 2021 naar Nederland om hier te verblijven dan wel te komen werken.

Het moment dat iemand is ingeschreven in de Nederlandse Gemeentelijke Basisadministratie (BRP), is voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) maatgevend om te bepalen in welke categorie een persoon voor immigratiedoeleinden moet worden geplaatst.

Scenario 1

In scenario 1 gaat het erom of iemand al meer dan 5 jaar in Nederland woonde op het moment dat Brexit een feit werd. Het moment dat de optelling van jaren begint, is het moment waarop deze persoon voor het laatst is ingeschreven in het BRP (eerdere verblijven in Nederland worden niet meegerekend). Indien een persoon al 5 jaar aaneengesloten in Nederland heeft gewoond, wordt per 1 januari 2021 een vergunning voor onbepaalde tijd verleend. Deze vergunning geeft volledige vrijheid op de Nederlandse arbeidsmarkt. Indien een persoon minder dan 5 jaar in Nederland heeft gewoond, wordt vanaf de genoemde datum een tijdelijke vergunning verleend met eveneens volledige vrijheid op de Nederlandse arbeidsmarkt. De duur van deze vergunning is in eerste instantie 5 jaar. Na deze 5 jaar kan een vergunning voor onbepaalde tijd worden aangevraagd bij de IND.

Scenario 2

De uitkomst in scenario 2 is grotendeels hetzelfde als bij scenario 1. Het grote verschil is dat Britse onderdanen in deze categorie geen vergunning voor onbepaalde tijd kunnen aanvragen, omdat ze minder dan 5 jaar geleden in het Gemeentelijke basisadministratie (GBA) zijn geregistreerd. Na 5 jaar aaneengesloten verblijf in Nederland zullen ze echter ook een vergunning voor onbepaalde tijd kunnen aanvragen.

Scenario 3

Onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die onder scenario 3 vallen, hebben een 'verblijfsdoel' nodig om in Nederland te mogen verblijven en werken. Een verblijfsdoel kan bijvoorbeeld arbeid, studie of gezinshereniging zijn. Onderdanen van het Verenigd Koninkrijk in deze categorie zullen echter zich niet vrij op de Nederlandse arbeidsmarkt mogen bewegen. Het Nederlandse immigratiesysteem biedt echter veel mogelijkheden om - bijvoorbeeld via vrijstelling van een werkvergunning of een versnelde procedure - toch binnen Nederland van baan te kunnen wisselen.

Naturalisatie

Ten slotte, bestaat er in de scenario’s ook voor naturalisatie de mogelijkheid om Nederlands staatburger te worden. Hiermee wordt bijvoorbeeld werken en verblijven in andere EU-landen makkelijker. Indien een Britse onderdaan gedurende een aaneengesloten periode van 5 jaar in Nederland heeft gewoond en voldoet aan alle andere geldende criteria, dan komt hij/zij waarschijnlijk in aanmerking om Nederlands staatsburger te worden. Dit zal echter van geval tot geval moeten worden bekeken, aangezien in deze procedure veel factoren samenkomen.

Aangezien deze veranderingen in de betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU veel onzekerheden met zich meebrengen voor bedrijven die Britse staatsburgers in Nederland in dienst hebben, adviseren wij u contact op te nemen met uw immigratiespecialist bij Grant Thornton voor verder overleg en een grondige analyse van de situatie van de werknemer.

Sociale zekerheid

De Brexit kan gevolgen hebben voor de sociale zekerheidspositie van Nederlandse werknemers die nu (gedeeltelijk) in het Verenigd Koninkrijk te werk zijn gesteld of voor Engelse werknemers die (gedeeltelijk) in Nederland werken.

Het is voor deze werknemers van belang om te weten in welke land (thuisland of werkland) zij tijdens de grensoverschrijdende werkzaamheden sociaal verzekerd zijn. In andere woorden: in welke land (thuisland of werkland) kunnen zij uitkeringen bij werkloosheid/arbeidsongeschiktheid, ziektekostenvergoedingen en opbouw van AOW (of een soortgelijk buitenlands staatspensioen) claimen? In dat land dienen er tevens premies voor de sociale zekerheid te worden afgedragen, door zowel de werknemer als de werkgever.

Voor grensoverschrijdend verkeer van werknemers binnen de EU geldt een Europese verordening, die duidelijk maakt in welk land deze werknemers sociaal verzekerd zijn. Tot de Brexit was deze verordening vanzelfsprekend ook van toepassing op uitzendingen van Nederland naar het VK (en andersom). Tot en met 31 december 2020 geldt er een overgangsperiode waarin alle Europese regels in relatie tot het Verenigd Koninkrijk - waaronder deze verordening - nog van toepassing blijven. Dit overgangsrecht geldt zelfs voor tewerkstellingen die in 2020 zijn aangevangen.

Wij hebben begrepen dat tijdens deze overgangsperiode er onderhandeld zou worden over nieuwe afspraken op het gebied van sociale zekerheid tussen het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Deze afspraken zouden vanaf 1 januari 2021 in de plaats komen voor de regels uit de verordening. Wij hebben echter op dit vlak niets vernomen, waardoor de impact van de Brexit op de sociale zekerheidspositie van de genoemde werknemers niet duidelijk is.

Wij adviseren de werkgevers van deze werknemers om de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden en om te handelen zodra meer bekend is.

Pensioen

Als een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde werkgever een in Nederland wonende werknemer in dienst heeft, moet er voor deze werknemer in Nederland een payroll gedraaid worden. Als deze werkgever geen vestiging of branche in Nederland heeft, kan er door de Brexit een pensioenissue spelen. Er zijn momenteel een beperkte groep verzekeraars, die dit soort klanten accepteren. Echter, niet elke van deze verzekeraars accepteert werkgevers buiten de EU/EER.

Met andere woorden: als het Verenigd Koninkrijk na de Brexit geen EER status krijgt (wat te verwachten is), is het nog maar de vraag of een verzekeraar het pensioencontract nog wenst voort te zetten. Wij adviseren deze groep werkgevers in overleg te treden met hun huidige pensioenverzekeraar.

Noot: Bovenstaande tekst is geschreven aan de hand van wat er nu bekend is en wat wij op basis daarvan verwachten. Wij adviseren om de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten te houden. Wij sluiten niet uit dat afhankelijk van de uitkomst van de Brexit onderhandelingen, eea nog wordt aangepast.

Hulp of advies nodig over de gevolgen van de Brexit voor uw bedrijf?

Lees meer op onze Brexit hub