Legal

Wetsvoorstel verbetering bescherming schuldeisers bij turboliquidatie

Steven Fierst van Wijnandsbergen Steven Fierst van Wijnandsbergen

Voor het snel beëindigen van een bv wordt de turboliquidatie vaak gezien als de oplossing. Als er sprake is van een turboliquidatie van een rechtspersoon met achterlating van schulden, dan verdient de rechtsbescherming van de positie van schuldeisers verbetering. Minister Dekker (Rechtsbescherming) bereidt daarom een wetswijziging voor. Deze aanpassing moet schuldeisers beter in staat stellen om te beoordelen of er sprake is van benadeling en of zij daartegen stappen ondernemen.

Ontbinding met vereffening

Als er bij een vrijwillige ontbinding van een rechtspersoon nog baten (te verwachten) zijn, dan moet een vereffenaar worden aangesteld en treedt een formele vereffeningsfase in. Door de vereffenaar worden de lopende verplichtingen van de rechtspersoon afgehandeld. Om de belangen van schuldeisers te waarborgen, stelt de wet formele eisen aan de vereffening. Waaronder de inschrijving van de vereffenaar in het handelsregister, het openbaar maken van een rekening en verantwoording waaruit de omvang en samenstelling van het vereffende vermogen van de rechtspersoon blijkt en de aankondiging van de ontbinding door middel van een advertentie in een dagblad. Pas nadat de vereffening is afgerond, houdt de rechtspersoon op te bestaan. Als echter tijdens de vereffening blijkt dat de schulden van de rechtspersoon de baten van de rechtspersoon overtreffen, dan is de vereffenaar verplicht om een faillissement aan te vragen.

Wat houdt de turboliquidatie in?

De wet voorziet ook in de mogelijkheid van een ‘snelle’ ontbinding. Dat wil zeggen; een ontbinding zonder formele vereffeningsfase. Indien baten op het tijdstip van de ontbinding ontbreken, dan houdt de rechtspersoon op te bestaan. Vanwege het ontbreken van een vereffeningsprocedure, wordt deze snelle ontbindingsvariant ook wel ‘turboliquidatie’ genoemd.

Bij een turboliquidatie ontbreekt na de ontbinding een vereffeningstermijn en wordt geen vereffenaar aangesteld, omdat er geen baten zijn en niets meer te vereffenen valt. Het moment van ontbinding valt in dat geval direct samen met het moment waarop de rechtspersoon ophoudt te bestaan. De wet stelt bij de toepassing van de turboliquidatie nadere geen eisen aan de verantwoording over het ontbreken van baten of de afwezigheid van schulden. Het bestuur doet bij de Kamer van Koophandel slechts opgave van het feit dat de rechtspersoon is opgehouden te bestaan en verzoekt om uitschrijving uit het handelsregister. De turboliquidatie wordt daarom beschouwd als een snelle, eenvoudige en goedkope wijze om een rechtspersoon op te heffen.

Benadeling schuldeisers

In de praktijk kan deze snelle methode er echter toe leiden dat een turboliquidatie ten onrechte wordt toegepast in situaties waarin schulden in de rechtspersoon worden achtergelaten. Terwijl er wel degelijk baten beschikbaar zijn om die schulden geheel of gedeeltelijk te voldoen. In dat geval worden de schuldeisers van de ontbonden vennootschap dus benadeeld. Van benadeling kan sprake zijn als blijkt dat baten zijn verzwegen, activa voorafgaand aan de turboliquidatie aan de boedel zijn onttrokken of als er selectieve betaling aan schuldeisers plaatsvond.

Voor schuldeisers van een ontbonden rechtspersoon draait het in een individueel geval vooral om de vraag of er nog baten waren en of alsnog verhaal mogelijk is. Schuldeisers zijn echter niet kansloos. Uit jurisprudentie volgt dat toepassing van een turboliquidatie kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders, indien zij onrechtmatig hebben gehandeld jegens schuldeisers. Zo levert turboliquidatie met verzwijging van baten onrechtmatig handelen op van de bestuurder. Het is echter aan schuldeisers om aan te tonen dat zij benadeeld zijn, wat veelal een lastige taak zal zijn. Schuldeisers kunnen de rechtbank dan verzoeken om heropening van de ontbinding. Dit blijkt in de praktijk echter maar zelden te gebeuren.

In Nederland wordt de turboliquidatie bij het ontbinden van rechtspersonen vaak toegepast: in 2018 zijn door de Kamer van Koophandel iets minder dan 37.000 ontbindingsbesluiten geregistreerd, waarvan bijna 33.000 turboliquidaties. De Belastingdienst schat op basis van cijfers over 2010-2016, dat in het merendeel (80%) van die gevallen zowel baten als fiscale schulden ontbreken en dat dus mogelijk met één op de vijf turboliquidaties iets mis was.

Aankomende wetswijziging

In zijn brief van 7 oktober jl. aan de Tweede Kamer, erkent minister Dekker dat het risico op misbruik van turboliquidaties mogelijk is, maar dat dit niet betekent dat turboliquidaties veelal malafide zijn of dat de regeling ongeschikt is. De minister acht het dan ook van belang dat de wettelijke mogelijkheid van turboliquidatie behouden blijft.

De minister erkent dat, aangezien schuldeisers bij een turboliquidatie vooraf niet worden geïnformeerd, zij veelal pas achteraf op de hoogte raken van het verdwijnen van hun schuldenaar. Ook ontbreekt het schuldeisers aan relevante informatie, het bestuur hoeft immers geen slotbalans te deponeren. Schuldeisers hebben dus geen actueel beeld over de financiële situatie ten tijde van de turboliquidatie, weten niet waarom baten ontbreken of vanaf welke datum de activiteiten zijn gestaakt. Hierdoor is het voor schuldeisers onduidelijk waar zij aan toe zijn. Door het ontbreken van financiële informatie kan misbruik te gemakkelijk onopgemerkt blijven.

Indien sprake is van een turboliquidatie met achterlating van schulden, verdient de rechtsbescherming van de positie van schuldeisers derhalve verbetering, aldus de minister. Hij bereidt daarom een wetswijziging voor, om schuldeisers beter in staat te stellen om te beoordelen of er sprake is van benadeling en om daartegen stappen te kunnen ondernemen.

De minister wil bewerkstelligen dat schuldeisers zich een completer financieel beeld kunnen vormen van de rechtspersoon waarop een turboliquidatie is toegepast. Dit draagt bij aan de transparantie en verbetert de informatiepositie van schuldeisers.

Beoogde maatregelen bij turboliquidatie

In het aangekondigde wetsvoorstel wordt het bestuur bij een turboliquidatie verplicht tot het opstellen en deponeren van een slotbalans, die vergezeld gaat van een bestuursverklaring waarom baten ontbreken. De slotbalans heeft betrekking op het boekjaar van de turboliquidatie en moet worden gedeponeerd bij het handelsregister. Het is ook aan het bestuur om zorg te dragen voor een algemene bekendmaking van de ontbinding zonder vereffening. Bij de bekendmaking wordt vermeld, dat de slotbalans met de jaarrekening ter inzage liggen bij het handelsregister. Tot slot moeten vóór de uitschrijving van de rechtspersoon in het handelsregister de jaarrekeningen over alle eerdere boekjaren openbaar gemaakt zijn. Waar een slotbalans toont dat er geen baten meer zijn, bieden de voorgaande jaarrekeningen een belangrijk aanvullend zicht op de vraag of er eerder wel baten waren en zo ja, welk beeld er is van het financieel verloop.

Met deze verbetering en verbreding van toegang tot actuele financiële informatie, wordt gewaarborgd dat schuldeisers kennis kunnen nemen van een turboliquidatie en de beschikking krijgen over meer informatie. Op grond daarvan kunnen schuldeisers afwegen of zij de rechtbank om heropening van de turboliquidatie verzoeken, het ontbindingsbesluit aanvechten of het bestuur van de ontbonden rechtspersoon (persoonlijk) aansprakelijk stellen. Of schuldeisers dat vervolgens ook willen doen, is hun eigen (proceseconomische) afweging.

Minister Dekker hoopt in de loop van 2020 een voorontwerp voor wetswijziging voor consultatie aan te bieden.

Actualiteiten

Meld u aan voor onze nieuwsbrieven

Wij brengen u graag op de hoogte van nieuwe (internationale) inzichten op het gebied van financiën, bedrijfsvoering, strategie, governance, risk, compliance en meer.

Meld u aan